0

Categorie: Blog

Kan ik ook patent aanvragen?

Kan ik ook patent aanvragen?

Hoe leuk is het als een kindje geboren wordt op dezelfde datum als jijzelf of op de datum van een van je dierbaren? Of als een kindje hetzelfde heet als een van je kinderen? Ik voel dan altijd een soort trots in mij opkomen. Hoe leuk ik dit vind bij Lif, Sef, Ferre of mijzelf, zo moeilijk vind ik dit weer wanneer een kindje geboren wordt op 11 augustus of ook Fiene heet.

Fiene werd geboren op de prachtige datum 11-8-’11, een datum die zo veel voor mij betekent. Van het ene op het andere moment veranderde mijn leven, van de ene op de andere dag had ik een leven voor en een leven na 11-8-’11. Bijna 11 jaar geleden alweer. Na het eerste jaar dacht ik dat ik na alle seizoenen zonder Fiene meegemaakt te hebben vast de hele wereld weer aan kon. Op 12-8-’12 zou mijn leven weer normaal zijn…helaas, was het maar zo… of toch niet. Want een leven zonder ooit nog Fienes naam uit te mogen spreken zou voor mij ook geen leven zijn.

Fiene, geboren op 11 augustus. 11 augustus en Fiene die mijn leven compleet op de kop hebben gezet. 11 augustus is en blijft voor ons Fienes dag. Fienes naam, de naam van onze dochter Fiene, die veel te kort bij ons was. Dat er ook andere mensen Fiene heten of geboren zijn op 11 augustus, dat klopt niet in mijn hoofd, dat klopt niet in mijn hart. 11 augustus is toch onze Fienedag en de naam die alleen ons meisje draagt?

Het is lastig, pijnlijk en ook weer heel mooi dat mensen op zo’n mooie Fienedag jarig mogen zijn, mogen trouwen of een feestje mogen vieren. Het is lastig, pijnlijk en ook weer heel mooi dat mensen Fiene ook zo’n mooie naam vinden. Lastig, pijnlijk, confronterend en heel mooi. Dat laatste moet ik proberen vast te houden. Welkom alle lieve Fienes en alle kinderen die nog geboren mogen worden op 11 augustus. Zoals we op Fiene haar geboortekaartje wilden schrijven: Welkom, leef je leven, lach en geniet!

lees meer...
Je was nog maar een baby

Je was nog maar een baby

Gelukkig kende je hem nog niet”
“Een ouder kind verliezen is veel erger”
“Hij was gelukkig nog maar een baby”

Zo maar wat opmerkingen die ik na het overlijden van Lev kreeg van mensen uit mijn omgeving.
En eerlijk: mogelijk heb ik zelf ooit, voor het overlijden van Lev, soortgelijke dingen gedacht over anderen.
‘Gelukkig´ kan ik mijn situatie niet vergelijken met de situatie waarin je een ouder kind verliest. Ik weet alleen hoe het is om en baby na de geboorte te verliezen.

Samen leven we naar het einde van de zwangerschap toe. We maken langzaamaan alles gereed voor jouw komst. Met liefde kiezen we een kamertje, de mooiste babykleertjes en de liefste namen.
We bereiden ons voor op het ouderschap, fantaseren hoe het zal zijn. Je bent ons eerste kindje en we weten nog niets van hoe het ouderschap eruit ziet.
Mijn buik groeit en daarmee het verlangen naar jou ook.

En dan draait ons leven volledig om. Je wordt geboren, maar overlijdt na enkele minuten in mijn armen. Je bent het prachtigste kindje dat we ooit zagen. We bewonderen je schattige oortjes en je kleine neusje.
We knuffelen je oneindig, geven je duizend kleine kusjes en dekken je telkens met liefde toe.
We nemen je mee naar huis. Ons huis, dat in de afgelopen maanden klaargemaakt werd voor jouw komst. Van met z’n tweeën naar een echt gezin. De box staat al in de kamer. We hebben hem net gekocht en wilden kijken hoe hij stond. Jij ligt er niet in, je zal er nooit in liggen.
Eenmaal leggen we je in het splinternieuwe wiegje. Het is jouw wiegje immers, met zoveel liefde uitgekozen.
Daarna moet je gauw weer in het mandje, dat koude mandje met koelelementen.

Na jouw afscheid keren we terug naar huis. Er is geen kindje dat op ons wacht. Geen oudere kindjes waarvoor wij door moeten. Er is een kamertje met een leeg bedje en een kast vol kleertjes, die niet gedragen zullen worden. En er is een lege buik, een vreselijk lege buik.
Er is niets meer om voor door te gaan, mijn hart is gebroken, in honderdduizend stukjes en ik weet niet of het ooit nog gemaakt kan worden.

Niemand heeft jou zien opgroeien. Niemand heeft herinneringen met jou kunnen maken. Niemand heeft genoten van wie jij bent, of was. Niemand, nee echt niemand zal ooit kunnen zeggen: “Weet je nog, die ene keer toen Lev dat deed?” Niemand zal het hebben over je mooie ogen, je prachtige lach, of je streken. Niemand zal je kennen, zelfs ik niet.

Wij zijn gewoon weer met z’n tweeën. Voor de buitenwereld is er niets veranderd. Als je ons niet kent weet je niet dat wij ouders zijn geworden. Het staat niet op ons voorhoofd en de box en het wiegje zitten weer in de doos. We zijn onzichtbare ouders met het grootste verdriet. Terwijl we rouwen weten we niet hoe onze toekomst eruit komt te zien. Je bent ons eerste kindje en we weten niet of er ooit een levend kindje mag komen.

Je was nog maar een baby.
We kenden je nog niet.
Maar elke dag die volgt, zal pijnlijk zijn, juist omdat we jou niet mochten kennen.

lees meer...
Een nieuwe baan, een nieuw begin?

Een nieuwe baan, een nieuw begin?

Na het overlijden van Saar ben ik lang thuisgebleven van mijn werk.

Aan het einde van mijn geboorteverlof werd duidelijk dat ik nog niet in staat was om weer te gaan werken. Ik heb hier enorm mee geworsteld. Waar doe je op zo’n moment goed aan? Mijn werk, met mensen met autisme, zou mijn volledige aandacht vragen.Ik vond dat mijn cliënten geen ‘last’ moesten hebben van mijn verdriet en rouw. Na overleg met mijn werkgever ben ik langere tijd ziek thuis gebleven.

Na een aantal maanden begon ik voorzichtig met opbouwen. Er was erg veel begrip voor de situatie, ook nadat ik had verteld dat ik weer in verwachting was. Ze begrepen dat dit stress met zich meebracht en ik kreeg aangepaste werkzaamheden. Na de geboorte van Gijs zou ik weer starten met mijn taken en volledig gaan werken.Vlak voordat ik met zwangerschapsverlof ging werd mijn contract helaas niet omgezet in een vast contract. Dat zorgde natuurlijk voor heel veel gemengde gevoelens.

Na de geboorte van Gijs begon ik weer met solliciteren, wat best lastig was met een klein mannetje had waar ik van wilde genieten. Daarnaast was ik nu nog actiever aan het rouwen over de dingen die ik met Saar heb gemist.

Na de zomer begon ik met mijn nieuwe baan. Een nieuw begin. Het leek me ergens wel fijn, dat ik daar gewoon Tamara zou zijn. Niemand wist nog van het verdriet dat ik altijd met mij mee zou dragen. Wilde ik dat ze dit zouden weten? Of wilde ik Saar voor mijzelf gaan houden? Vragen waar ik lang mee heb gestoeid.

Het verdriet rondom Saar was er nog steeds, alleen niet meer zo intens als eerder. De trots was alleen maar groter geworden, want Saar heeft mij moeder gemaakt. Ik ben moeder van een dochter én een zoon. Ik zou haar dus ook op mijn nieuwe werk benoemen.

Lang heb ik erover nagedacht hóe je dat dan doet. Vaak komt er een vraag als ‘Heb je kinderen?’ of ‘Oh, is Gijs jullie eerste kindje?’ Dat lijken normale vragen, maar ze voelen voor mij heel beladen. Hoe mooi ik het in mijn hoofd ook had geoefend, uiteindelijk kwam het er hakkelend en wellicht wat gehaast uit. Al snel dacht ik dat ik het anders had moeten doen, maar er is nooit een goed moment of een goede manier om zoiets te vertellen. Je choqueert mensen er altijd mee en ik was eigenlijk al lang blij dat ik er tegenwoordig zonder tranen over kan praten. Mijn collega’s mogen best weten dat ik ook mindere dagen heb, bijvoorbeeld rond de jaardag van Saar gecombineerd met kerst. Dan is het alleen maar fijn als ze mij mijn eigen gang laten gaan en mij niet te veel op de lip gaan zitten.

Het is dan wel een nieuwe baan, maar dat nieuwe begin – daar pas ik voor. Ik wil Saar niet wegstoppen en ook zij hoort in mijn ‘nieuw begin’ thuis.

lees meer...
“Was ik er dan nooit geweest?” (deel 2)

“Was ik er dan nooit geweest?” (deel 2)

<<Deel 1 kun je hier lezen

De opmerking van de jongen op de basisschool: “Als mijn broertje niet dood was gegaan, was ik er dan niet geweest?” heeft me nog meer aan het denken gezet.

Want ook ik was er niet geweest als mijn ouders hun eerste kind niet verloren hadden. Ik ben ook het derde en niet het tweede kind, zoals ik me wel altijd gevoeld heb. Mijn ouders verloren hun eerste kind ook in de zwangerschap, precies zoals mijzelf is overkomen. Ik heb dus nog een broer of zus, hoewel ik daar verder nooit over nadenk. Het is geen ‘issue’, waarschijnlijk omdat ik mijn ouders hier verder nooit over heb horen spreken.

Mijn ouders hebben hun eerste kind verloren in een heel andere tijd, ruim 40 jaar geleden. Van de minimale verhalen die ik van hen hoor, werd er niet gesproken over baby’s die tijdens of net na de zwangerschap overleden. Ook mijn ouders hebben dit zo ervaren. ‘Je moet door,’ was het motto destijds.

Mijn moeder heeft haar kind niet gezien. Het werd meteen weggenomen. Wel is het begraven, maar zonder dat er iemand bij was. Het is niet eens helemaal duidelijk of het een jongen of meisje was. Hoe triest. Alle herinneringen zijn weggenomen.

Ook familie of vrienden vroegen er niet naar, er werd over gezwegen. Het lijkt me een erg eenzame tijd te zijn geweest.

Hoe anders is het nu. Ik heb Tijn bij me gehouden, hem aangekleed. Ik heb hem kunnen aanraken en geroken. We hebben hem een naam gegeven, een geboorte-/rouwkaartje gemaakt, hand- en voetafdrukken kunnen maken en foto’s. Er was een kleine uitvaart. Wij hebben afscheid van hem kunnen nemen. En iedereen weet dat hij heeft bestaan.

De aandacht die er voor ons was, maakt dat ik me gesteund voelde. Dat dit mij is overkomen en dat ik daar over mag praten, maar zeker ook de erkenning dat Tijn wel degelijk heeft bestaan. Het maakt ook dat ik soms niet begrijp hoe dit vroeger zo anders kon gaan en hoe mijn ouders hierin stonden, terwijl hen precies hetzelfde overkwam.

Toen Tijn overleed confronteerde dit mijn ouders opnieuw met hun eigen verlies. Zij spraken er weer met elkaar over. En ook met mij, maar nog steeds minimaal. Het bracht ook veel onduidelijkheden en vraagtekens met zich mee. Helaas zijn de antwoorden hierop niet meer te achterhalen.

De geschiedenis herhaalt zich. Dat is ook voor de toekomst een gegeven om rekening mee te houden. Wanneer Tinne ooit kinderen wil, zullen we dit natuurlijk met haar bespreken. Omdat nooit helemaal duidelijk is geworden wat de oorzaak van het overlijden van Tijn was, is de kans aanwezig dat ook zij te maken krijgt met het verlies van een kind.

Ik hoop dan, dat wij haar kunnen steunen en dat zij ook voelt dat haar verdriet om deze baby er mag zijn. Iets wat ik ook mijn ouders gegund had.

lees meer...
Op de wip

Op de wip

We zijn op vakantie en zitten op het terras. Ik zie een moeder met een dochter voorbij lopen die samen aan het winkelen zijn, aan de tassen in hun handen te zien. Verdriet overvalt me ineens terwijl ik hiernaar kijk. Dat ga ik nooit met Fem kunnen doen. Toen ik een jaar geleden net zwanger was van haar was dat toch wel een van de dromen die ik had bij het krijgen van een dochter. Ik hoopte vooral dat ik met haar net zo’n bijzondere band zou krijgen zoals ik met mijn eigen moeder heb.

Daar zit ik dan, huilend op het terras. Het verdriet en de pijn overvalt me ineens en ik kan de tranen niet tegenhouden. Het voelt stom, maar eigenlijk ook weer fijn. De spanning van de afgelopen weken lijkt hiermee wat van me af te vallen. Spanning die ik onbewust misschien toch meer heb dan dat ik door heb gehad. Ik ben ondertussen namelijk alweer ruim 15 weken zwanger van ons tweede wonder.

De afgelopen weken waren fijn. We hebben de zwangerschap een paar weken geleden bekend gemaakt. Ik voel me goed, heel anders dan bij de zwangerschap van Fem. De eerste weken vond ik dat gek. Zou het wel goed gaan als ik mezelf zo goed voel? Waarom ben ik niet misselijk? Nu ben ik er vooral heel blij mee dat ik me zo goed mag voelen. De meerdere echo’s die we hebben gehad zorgen iedere keer weer voor meer vertrouwen. Al heb ik vanaf het begin gelukkig wel vertrouwen in deze zwangerschap.

Ondanks het vertrouwen is er ook angst. En die angst komt op sommige momenten heel hard binnen. Op die momenten ben ik bang om iets verkeerds te doen, bang dat het hartje stopt met kloppen maar vooral bang om dit kindje te verliezen. Gelukkig overheerst de angst niet, maar de momenten vol angst zijn wel heel moeilijk. Ook dan merk ik pas hoe diep dat die angst zit. Ik weet dat het erbij hoort en dat dit gevoel er ook mag zijn. We zijn heel blij en dankbaar met deze zwangerschap, maar ondertussen is het ook zo confronterend. Het verdriet van het gemis van ons lieve meisje loopt dwars door de blijheid en dankbaarheid van deze zwangerschap.

lees meer...
Juliëtte's* spullen

Juliëtte's* spullen

Een doodgewone oproep van mijn oude verloskundigepraktijk op Instagram. Een gezin (met weinig middelen) zoekt spullen voor een lief baby’tje dat ze gaan krijgen. Mijn gedachten gaan gelijk naar de maxicosi die ik vorige week naar de zolder heb gebracht. De mooie nieuwe maxicosi die ik kocht voor mijn lieve Juliëtte*. Drie keer heeft ze erin gezeten. Twee keer van het ziekenhuis naar huis en één keer terug naar het ziekenhuis.

Ik sluit mijn ogen en zie haar er bijna weer in zitten. Later gebruikte ik de maxicosi voor haar regenboogzusjes en broertje. Eigenlijk is hij meer van hen dan van Juliëtte*, maar zo voelt het niet. Ik kocht deze specifieke maxicosi speciaal voor haar. Een beetje aan de vroege kant in de zwangerschap, maar ach wat kon mij gebeuren. Ik had al twee kinderen en met deze zou het ook wel goedkomen, toch? Even wik en weeg ik in mijn hoofd. Ik heb niks meer aan een maxicosi. Mijn gezin is incompleet compleet. Er komen hier geen kindjes meer bij. Het is druk genoeg en ik ben dankbaar voor de prachtige kinderen die ik heb mogen krijgen. De maxicosi is nog hartstikke goed. We hebben geen ongelukken gehad, zijn er netjes mee omgegaan en daarnaast gingen onze kinderen snel in onze handige autostoelen. Hij zou nog makkelijk voor een kindje gebruikt kunnen worden.

Ik loop naar onze opslagruimte op zolder en ik zie de maxicosi staan. Als een standbeeld in een klein museum waar spullen staan die we niet of tijdelijk niet gebruiken. Zal ik hem weggeven aan iemand die er veel meer aan heeft dan ik? Ik voel een steek in mijn hart. Iedere keer als ik iets weg doe, lijkt het of ik Juliëtte* uitwis uit ons leven. Ik wrijf met mijn hand over de bekleding en ik observeer de maxicosi terwijl ik langzaam afstand neem. Ik pak mijn telefoon uit mijn zak en stuur een berichtje naar mijn oude verloskundigepraktijk. Ik heb wel een maxicosi die ze mogen hebben. Mijn hart zegt dat Juliëtte* niet zou willen dat ik vasthoudt aan spullen waar ik niks meer mee kan en vooral waar zij niks meer mee kan.

De beslissing is goed en het gezin wil de maxicosi graag hebben. Ik loop een rondje door mijn huis waar ik nog andere babyspullen die ik nog heb verzamel. Ook stop ik nog wat nieuwe babyspullen die ik nog heb maar nooit heb gebruikt in een tas. Ik breng samen met het regenboogzusje en -broertje van Juliëtte* de spullen weg. Als ik wegloop kijk ik niet om, maar ik voel hoe een traan mijn ooghoek vult. Heel zachtjes huil ik… want wat mis ik mijn lieve Juliëtte* en wat had ik nog graag nieuwe spullen voor haar gekocht. Maar toch ook ben ik trots op de stap die ik net heb gezet, want ik kan niet alles bewaren om maar te hopen dat ze ooit weer bij mij is.

Mijn leven gaat verder en ik moet door en dat ik spullen weggeef betekent niet dat ik haar wis uit mijn leven, maar juist dat ik haar op een nieuwe en andere manier mag vasthouden.

lees meer...
"Was ik er dan nooit geweest?"

"Was ik er dan nooit geweest?"

Onlangs mocht ik een ochtend meelopen op een basisschool om enkele lessen HVO (humanistisch vormingsonderwijs) te ervaren. Ik kwam in de groep en stelde mezelf voor. Als bijna vanzelf gingen we meteen de diepte in. “Hoeveel kinderen heb je?” Een vraag die ik inmiddels per situatie inschat op het antwoord dat ik geef.

Zelf praat ik meestal heel open over het feit dat Tijn doodgeboren is, maar ik heb gemerkt dat niet iedereen altijd hierop weet te reageren. Dat ongemak wil ik voor hen en mijzelf vermijden. De situatie leent zich er niet altijd voor.

Hier uiteindelijk wel. Er bleek genoeg ruimte voor. En nadat ik kort over Tijn verteld had, mochten de kinderen vragen stellen. Er volgde een vinger, en nog een. Meerdere vingers volgden en iedereen mocht zijn verhaal doen over zijn eigen ervaringen of gedachten hierover. Al gauw bleek dat er meerdere kinderen een broer of zus hadden die niet meer leefde. Soms lang geleden, soms korter. De een sprak echt over hun broertje, een ander meer over de gebeurtenis. Allemaal in dat ene klaslokaal. Zo blijkt maar weer hoe vaak het voorkomt en hoe weinig we dit van elkaar weten.

Een jongen zei: “Dan was ik er misschien niet geweest.” Er viel een stilte.

Mijn ouders wilden maar twee kinderen.” De lading die in deze opmerking zat was nog niet goed te peilen. Maar ik herkende de gedachte meteen.

Als Tijn nog zou leven, was Tinne er niet geweest. Waarschijnlijk. Heeft zij haar leven te danken aan de dood van haar broertje? Als je het zo bekijkt wel. Maar dat doet natuurlijk niets af aan het feit dat ze niet minder gewenst is. Zo is het nou eenmaal gelopen.

En uit de reactie van de jongen begreep ik dat hij dit precies zo ervoer.

Maar blijkbaar was het toch stof tot nadenken. Voor hem. En dus nu ook voor zijn klasgenoten.

Ik merk dat ik bepaalde herinneringen van toen heb ‘opgeslagen’. Zo ook het nagesprek met de gynaecoloog destijds. Het ging over de overlevingskansen bij een nieuwe zwangerschap. Zij vertelde dat sommige vrouwen de eerste zwangerschap zien als een soort offer voor het volgende kind dat wel gezond wordt geboren. Dat vind ik nogal luguber klinken. Ik zie Tijn totaal niet als offer. Ook niet ‘onbedoeld’. Wat dat betreft ben ik misschien te nuchter.

Gelukkig maar.

Het was een waardevolle les. Een les die niet alleen mij aan het denken heeft gezet, maar vooral een les die de gelegenheid gaf aan de kinderen om hun gedachten met elkaar te delen. Over een onderwerp dat normaal gesproken niet ter sprake komt of waar je makkelijk met elkaar over praat. De groep gaat nu naar huis met nieuwe kennis van elkaar.

En zelf ben ik blij dat ik weer even heb kunnen ervaren hoe fijn het is om hier openlijk over te kunnen praten.

lees meer...
Angst

Angst

Is dit een voorgevoel waar ik naar moet luisteren? Of is dit een complete paniekaanval en heb ik mij later voor niets zo druk gemaakt? Ik weet niet waarop ik kan vertrouwen.

Duizelig. Misselijk. Mijn hart slaat wel 140 slagen per minuut. Alsof ik een flink aantal kilometers heb gerend, maar dat heb ik dus helemaal niet. Niets. Geen enkele meter. Ik zit op bed en verroer me niet. Ik heb het warm. Ieder moment denk ik dat ik flauw ga vallen, maar er gebeurt niets. Ik voel mij machteloos. Wat kan ik doen nu? Niets. Wachten. In de hoop dat ik gerustgesteld zal worden. Ik sta op en begin te ijsberen. Heen en weer in de kamer. Alsof seconden uren duren. Met mijn oren en ogen wagenwijd open. Iedere ademhaling kan ik horen en beleef ik intens. Ik blaas uit.
Is dit weer zo’n paniekaanval waarvan ik over een paar dagen zeg dat het dus nergens nodig voor is geweest? Dat ik die angstgedachten dus wéér heb toegelaten? Ik hoop het.

Ergens weet ik, dat ik mij dan schaam dat dit dan weer is gebeurd. Maar nu zakt de grond onder mijn voeten vandaan. Ik kan niet meer helder nadenken. Ik probeer mij ‘moed’ in te praten: dat als hij dan toch dood moet gaan, dat ik dan in ieder geval weet hoe het allemaal moet. En dan draaien we het bandje net als ruim vier jaar geleden gewoon weer af. Ik weet wie ik moet hebben. Ik weet wat ik dan allemaal moet regelen en wie ik moet bellen.

Onze jongste voelt zich duidelijk ziek. Hij ademt zwaar en veel. Hij voelt zich duidelijk benauwd en is echt zoals ze dat noemen ‘een dood vogeltje’. Ironisch genoeg schrijf ik dit nu zo, maar ik denk dit op dat moment dus ook echt. Dat hij dood gaat. Het eindigt bijna altijd in de dood, toch?!
Ruim 4 jaar geleden zou ik dit denk ik goed hebben kunnen handelen en zou ik kunnen denken dat het vast allemaal wel weer goed komt. Maar sinds onze eerste stilgeboren is, heb ik angstaanvallen. Of sterke paniekaanvallen. Comme si, comme sa. Voornamelijk wanneer onze jongens ziek zijn. Dan kan ik niet meer helder denken. Een intens en zenuwachtig gevoel overheerst. Donkere gedachten nemen de overhand. In mijn gedachten zie ik dan al een begrafenis voor me. Ik hoor de liedjes al die ik uit moet zoeken.

Ik reageer geïrriteerd naar alles en iedereen. Ik ben in alle staten. Doodmoe, maar uiterst alert. Mijn omgeving probeert me gerust te stellen, door te zeggen dat jonge kinderen vaker ziek zijn en echt wel weer beter worden. Ik wil dat op die momenten zo graag geloven en ervan uit kunnen gaan, maar het lukt me niet.

De struggle die ik dan voer is mindblowing. ‘Oké, is dit een voorgevoel waar ik naar moet luisteren en als ik dat niet doe dan… Of is dit een complete paniekaanval en heb ik mij later voor niets zo druk gemaakt?’
Ik weet niet waarop ik kan vertrouwen. Nemen mijn gedachten mij in de maling of is dit echt en moet ik dat sterke moedergevoel volgen…

Gelukkig zijn we nu een paar dagen verder en kijk ik naar een prachtig ventje dat zich alweer stukken beter voelt. En weer lacht. Hij is zichzelf. Heb ik mij toch weer druk gemaakt om niets. Uiteindelijk dan. Helaas heb ik dit alles zelf niet in de hand. Nog steeds niet. Na allerlei vormen van therapie en de boodschap dat ik alles al geleerd heb. Ik zal hier blijkbaar mee moeten dealen. Het hoort bij mij. Dit is wie ik nu ben. Het is deel van mij. Maar makkelijk is dit nog altijd zeker niet…

lees meer...