0

Categorie: Blog

Verdriet van lang geleden

Verdriet van lang geleden

Geen woorden

Toen het ondenkbare gebeurde bestonden er nog geen woorden voor.

Het was ‘een teleurstelling’. Het was ‘niet goed gegaan, maar gelukkig kwam er vast snel een nieuwe baby’. Het was vast beter zo, er was vast ‘iets niet in orde met … het … eh…ermee’. Het was dan weliswaar niet meteen bij me weggehaald, maar niemand bood mij aan het aan te kleden, mee naar huis te nemen. Het leek een rimpeling in ons bestaan, tegenslag die het leven nu eenmaal bracht en waarmee je je beter niet te veel kon bezighouden. Het – dat was mijn kind, ons kind, het kind dat ons vader en moeder maakte. Onze dochter. Annemarie, zo zou zij geheten hebben.

1989 – een lange, warme zomer. Mijn zwangerschapsverlof was begin mei ingegaan en ik genoot van het wachten op de baby. In onze tuin aan de beek zat ik bij de klaterende waterval te dromen over de toekomst. Ik was niet alleen met verlof, ik had meteen mijn baan opgezegd. Ik zou iets anders gaan doen, al wist ik nog niet precies wat. Begin juli was ik uitgerekend. We vulden de avonden met lome wandelingetjes en bordspellen. In de scheefgezakte oude appelboom voor het raam van de babykamer zat een merel op haar nest te broeden. Vaak stond ik voor het raam, mijn handen om mijn buik en dacht: wie van ons zal als eerste moeder zijn?

Een week ging voorbij. En nog een week. Nog geen teken van een naderende bevalling. Zo hadden we mooi nog wat extra tijd om een jongensnaam te bedenken, want daar kwamen we maar niet uit. In die tijd was het nog heel gewoon dat je niet wist of de baby een jongen of een meisje was. Daarom was het nodig dat je 2 namen paraat had, die je angstvallig geheimhield.

De gynaecoloog raakte inmiddels wat geïrriteerd, want wat was dit: 42 weken zwanger en nog geen fysieke tekenen van een naderende bevalling? De baarmoedermond zat nog potdicht. “Klopt de uitgerekende datum wel, hebben jullie je niet gewoon een maand vergist?” sprak hij. “Eh, nee,” stamelden wij. Wat voelden we ons geïntimideerd door deze opmerking. Onze eerste ziekenhuiservaring!

We waren inmiddels in een soort vacuüm gegleden. Familie en vrienden durfden niet meer te bellen of langs te komen. Internet, e-mail en whatsapp bestonden nog niet. De stilte was geladen van spanning. Mij bekroop het rare gevoel dat het allemaal niet door zou gaan. Alsof de trein het perron voorbij gereden was. Ik wíst dat er een baby in mijn buik zat, maar als iemand had beweerd dat ik me vergist had, had ik dat geloofd. We begonnen behoedzaam om elkaar heen te bewegen, alsof we onzichtbaar wilden zijn. Onze ogen ontweken de blik van de ander, we deden nog maar een spelletje. Op donderdagavond, ik was inmiddels 43 weken zwanger, voelde ik dan eindelijk iets dat op een lichte wee leek. We keken elkaar weer aan, de hoop leefde weer op. Eindelijk begon het! De weeën kwamen onregelmatig en stopten ook weer. We liepen door het huis en daar, bij het raam van de babykamer, zag ik het: de mereljongen waren uit hun ei gekropen!

Ik legde mijn handen over mijn buik, mijn enorme buik. De baby bewoog hard en heftig. Was dit normaal? Even later werd het stil.

Doodstil.

We probeerden te slapen. De weeën kwamen niet meer. De stilte bleef. Ik sliep niet. Af en toe duwde ik zachtjes tegen mijn buik. Er kwam geen reactie. Ik weet nu dat ik het al wist, heel diep van binnen, daar waar geen woorden zijn. Ik wílde het niet weten, denk ik nu.

Het werd ochtend en de stilte was oorverdovend. Het leek wel of we bevroren waren. Rond 10 uur belden we de verloskundige. “Ik kom er zo aan,” zei ze. Het duurde nog een uur en daar kwam ze. Met een toeter op mijn buik zocht ze naar de harttonen van de baby. Het duurde lang. Ik was inmiddels uit mijn hoofd vertrokken, waarheen weet ik niet. “Tikt prima, hoor”, zei ze geruststellend. “Bel me gerust als er weer iets is”. ’s Middags was er nog niets veranderd en we dachten: is er nu iets of niet? Aan het einde van de middag kwam ze onaangekondigd langs. Bedaard zette ze de toeter weer op mijn buik. Ze ademde hoog, gek dat je dat merkt, ook hoe ze dat probeerde te verbergen. De harttonen bleken nu echt onvindbaar en verslagen zei ze: “Ik ben bang dat ik vanochtend jouw eigen hart gehoord heb. Ik ga het ziekenhuis bellen, voor een echo.”

Een echo. Het ziekenhuis. De woorden kwamen in flarden bij me binnen. Het duurde nog een tijdje voordat er mensen opgetrommeld waren in het ziekenhuis. Toen we konden vertrekken was het al avond. Ik, dat wil zeggen, mijn lijf, stapte in de auto. Maar mijn hart bleef achter, in het huis met de babykamer met uitzicht op de jonge merels.

lees meer...
Tinne

Tinne

Tinne

Hóe heet ze?”

Ik glimlach in mezelf en hoor Bart door de telefoon zeggen: “Tinne.” De reactie aan de andere kant van de lijn krijg ik niet helemaal mee. Ik lig nog in het ziekenhuisbed, net bevallen van onze dochter: Tinne.

De opa’s en oma’s reageren allemaal hetzelfde. Nee inderdaad, deze naam hadden ze nooit kunnen raden. Heeft deze naam betekenis?

Nog steeds, in nieuwe situaties, herhaal ik haar naam, als: “ Nee, geen Tine. Met dubbel ‘n’: Tinne.” Een naam die nauwelijks voorkomt in Nederland. In Vlaanderen meer. Een bestaande naam, maar volgens de Sociale Verzekeringsbank de enige Tinne van 2014 in Nederland. Onze Tinne.

Wanneer mensen vragen hoe we op deze naam zijn gekomen, antwoord ik meestal dat ze een beetje vernoemd is naar haar broer. En wanneer mensen dan even fronsen: “Nee, niet naar Hidde, naar Tijn. Onze eerste zoon.” Haar naam is een soort verbastering, ofwel de letters komen wat overeen.

De angst dat Tijns naam nooit meer genoemd zou worden was destijds groot. En daarmee de angst dat hij vergeten zou worden. Er is immers voor anderen geen aanleiding om hem te noemen. Niemand heeft herinneringen aan hem. En zelf heb ik die ook nauwelijks…

Het verlangen om nog iets van hem te kunnen vasthouden, om niet los te laten, dat bleef.

Inmiddels hoor ik vriendinnetjes van Tinne roepen: ”Kom op, Tin!” Ook haar naam wordt al anders gebruikt. Wanneer ik haar zelf roep, noem ik haar ook Tin. En dan heb ik helemaal dat vrolijke, beweeglijke meisje voor ogen.

Natuurlijk is Tinne een heel eigen individu. Ze is niet Tijn. Ze hoeft niet de last te dragen van ons verdriet om Tijn. Het is niet de bedoeling om haar een tweede Tijn te laten zijn. Maar we vinden het wel fijn om op een bepaalde manier Tijn toch mee te nemen in onze toekomst. Een betekenis heeft haar naam dus wel, voor ons.

lees meer...
Uitvaart

Uitvaart

Vrij snel na het overlijden van Saar kwamen de artsen naar ons toe om te overleggen wat we met haar wilden doen. We hadden een aantal opties. Wij hebben ervoor gekozen om Saar te laten begraven op een officiële begraafplaats. Vanwege haar termijn mochten wij haar ook in onze tuin begraven, maar wij vonden dat meer iets wat je met een konijn zou doen en niet met een baby. Acht uur geleden was ik nog gelukkig zwanger, met een beweeglijk meisje in mijn buik en nu moest ik als ‘kersverse moeder’ gaan beslissen wat we met ons overleden dochtertje gingen doen. Nu ik eraan terug denk, voel ik weer die enorme golf van emoties. Ik was bezig met het inrichten van de babykamer, niet met het regelen van een uitvaart. Een van de artsen gaf aan dat niet alle uitvaartverzekeringen dit zouden vergoeden en dat dit wellicht door onszelf gefinancierd zou moeten worden. Maar dat was voor ons geen reden om dit niet te doen.

Gelukkig bleek dat wij beiden een goede uitvaartverzekering hadden en zou de gehele verzekering ook voor Saar gelden. Telefonisch ben ik wat sterker, dus aan mij de taak de uitvaartonderneming te bellen. Eén dag na de bevalling – de dag voor kerst – zat ik op een ziekenhuisbed: “Hallo met Tamara, ik zou het overlijden van onze dochter willen doorgeven.” Verder kwam ik niet.

Gelukkig had ik een vriendelijke vrouw aan de telefoon, die rustig de tijd nam om alles te bespreken. Ineens raakte ik overweldigd door alle emoties. Tot een aantal minuten geleden zat ik in een roes, een zwarte roes. En nu ineens was het zo echt. Saar was dood, mijn buik leeg, onze droom uiteen gespat.

De dag na mijn ontslag uit het ziekenhuis hadden we een videocall met de uitvaartonderneemster. Het was tweede kerstdag maar de boom had ik al naar buiten gewerkt. Geen vrolijk kerstfeest voor ons dit jaar.

Tijdens de call bespraken we dat wij geen uitvaart wilden in een uitvaartcentrum. In onze ogen vier je bij een ceremonie het leven dat iemand gehad heeft en haal je mooie herinneringen op. Saar had nog geen echt leven gehad. Wij konden uren over haar vertellen, maar wij vonden een kleine ceremonie aan het graf wat beter passen. We kozen een mandje uit waarin Saar begraven zou worden en een gedicht dat door de uitvaartonderneemster zou worden voorgedragen. Ik schreef namens Robin en mij een brief aan Saar. Deze wilde ik zelf voordragen maar dat heb ik uiteindelijk niet gedaan. Wij kregen de tip om een foto van ons aan Saar mee te geven. Een vrolijke en gelukkige foto van haar ouders. Huilend ben ik door onze foto’s gegaan en heb ik er een aantal af laten drukken om uiteindelijk een mooie zomerse foto van ons in haar mandje mee te geven.

Met tien mensen van onze naaste familie en vrienden hebben wij op een zonnige en koude woensdagochtend afscheid genomen van Saar. Iedereen kreeg van ons een roos om aan Saar mee te geven en zelf hebben wij een hartje van rozen op haar graf geplaatst. Ondanks het verdriet overheerste een gevoel van liefde voor haar. Saar was al zo geliefd.

Wij zijn nog steeds heel blij dat we haar begraven hebben. Door haar grafje te onderhouden kunnen we toch voor haar zorgen. Geen luiers en flesjes, maar bloemen en plantjes.

lees meer...
Tien jaar

Tien jaar

Tien jaar…

Het klink zo ontzettend lang… Hoe kunnen er al tien jaren voorbij zijn?

En toch lijkt het soms nog als de dag van gisteren. Ik weet nog precies de details van Tijns geboorte. Hoe zijn handjes om de navelstreng zaten. Zijn geur als hij in zijn mandje bij me was. De verpleegkundige die me hielp met het aantrekken van zijn rompertje. De reacties van mensen. En ook: hoe leeg de dagen thuis voelden.

Ik wéét nog hoe die dagen voelden, gelukkig voel ik ze nu niet meer zo. Het intense verdriet, de pijn van toen heeft plaats gemaakt voor af en toe verdrietige momenten, het gemis. Van het dagelijks praten tegen Tijns foto tot soms ineens beseffen dat ik al weken niet aan hem gedacht heb. Van het enorme schuldgevoel van toen tot aan de gedachte dat ik alles gedaan heb om een goede moeder voor hem te zijn. Van de afschuw van babyshowers en landingsplekken voor ooievaars tot aan het welgemeend bewonderen van pasgeboren baby’s.

Het lijkt alsof ik alle emoties inmiddels heb ondergaan. Hoewel dat soms hard werken was, heb ik ze doorstaan. Dat doet tien jaar.

Er is veel gebeurd in de afgelopen tien jaar. Er zijn gelukkig nog twee kinderen gekomen. Daardoor is de tijd ook snel gegaan. Niet alleen door de aandacht die de kinderen opeisen als eerst een baby en dreumes en later als peuter en kleuter. Het oppakken van een dagelijks ritme, het in de weer zijn met voedingen, sociale afspraken en werk. Ook een verhuizing, een verandering van baan. Het leven gaat echt door. En dat is maar goed ook. De afleiding helpt. Het geeft weer wat vaart in het leven. Hoewel er gelukkig nog momenten zijn van stilstaan bij Tijn en de momenten van toen.

Nog steeds blijft Tijn voor mij die baby die ik toen voorzichtig in mijn armen hield. Ik zie hem nu niet als tienjarige en probeer me dat ook niet voor te stellen. Dat lukt ook niet. Ik vraag me niet meer af: Hoe zou het zijn als…? Nee, het leven is gelopen zoals het is gelopen. Hoe moeilijk ik dat toen vond te accepteren, blijkbaar is het toch gelukt.

lees meer...
De laatste rit

De laatste rit

We zijn allebei op tijd wakker. Beiden vinden we het moeilijk om op te staan, wetende wat er komen gaat. We maken ons klaar en Johan neemt Fem mee naar beneden. Ze ligt in haar mandje, dat vannacht in onze slaapkamer stond.

Alle laatste minuten met haar pak ik nog. Ik ga bij haar zitten en kan alleen maar naar haar kijken. Ik vraag of Johan er ook bij komt zitten. Daar zitten we dan, vandaag wordt ons meisje gecremeerd. Het voelt zo oneerlijk en pijnlijk…

Dan komt het moment dat we moeten vertrekken. We horen dat er buiten al mensen zijn. Onze gezinnen en vrienden vormen een erehaag bij ons huis. Pff, we hebben een knoop in onze maag, want wat is dit moeilijk. Ik begin al te huilen voordat ik de deur open maak. Johan heeft het mandje met Fem vast. Ik sluit de deur en geef hem een hand. De tranen lopen over mijn wangen. Ik zie mijn schoonouders en een paar vrienden staan. We beginnen te lopen en ik weet niet waar ik moet kijken. Als we de hoek omgaan zie ik mijn moeder; ze pakt me vast en ze geeft me een kus. Huilend lopen we verder. Ik kijk naar de grond en zie alleen maar voeten. Bij de auto geeft Johan Fem aan mij. Daar gaan we dan, de laatste rit met haar. We zijn er allebei stil van. Dit was heftig, maar ook zo ontzettend bijzonder om op deze manier de steun te voelen van onze dierbaren.

De rit naar het crematorium gaat veel te snel voor mijn gevoel. Ik kan alleen maar naar het mandje van Fem kijken. Ik aai steeds over de vlinder die erop staat. Johan pakt mijn hand vast.

Aangekomen bij het crematorium weten we dat het moeilijkste gaat komen. Daar worden we opgevangen door onze begrafenisondernemer. We mogen weer naar het kamertje waar we haar gisteren hebben opgehaald en zetten het mandje op de tafel. Voor de laatste keer maken we het open. Ik wil graag alle hartjes goed leggen. Gisteravond heeft iedereen uit onze gezinnen zijn/haar naam op een hartje geschreven.

Nog een keer spieken naar onze lieve Fem. Dan gaat het mandje voor de laatste keer dicht. Het voelt vreselijk. We pakken elkaar goed vast en nemen even de tijd.

Dan is het moment daar. We moeten haar weg gaan brengen. We lopen door de lange gang. We moeten haar voor de deur afgeven. Ik zeg nog: “Doei, lief meisje” en aai nog één keer over haar mandje. We geven elkaar een knuffel en een kus en lopen weer terug door de lange gang. Dit is echt het moeilijkste wat ik in mijn leven heb gedaan.

lees meer...
Ik denk nog niet aan het afscheidnemen, ik denk vooral aan het samenzijn

Ik denk nog niet aan het afscheidnemen, ik denk vooral aan het samenzijn

Ik open het pakketje dat net is bezorgd en haal er een mooi fluwelen zakje uit. Ik trek het koordje van het zakje open en hou het ondersteboven boven mijn hand. Ik voel hoe de ketting in mijn handen glijdt. Door het licht schittert er een fonkeling in mijn ogen. Yes! Dit is precies wat ik zocht.

Mijn gedachten gaan terug naar de nacht waarin Saar werd geboren.

‘’Vind je het goed als ik haar nu even meeneem om voetafdrukjes te maken?’’ Het is ergens halverwege de nacht. Saar werd om 00.54 uur geboren. Nadat ze geboren was, knipte mijn lief de navelstreng door en werd ze op mijn borst gelegd. Het was betoverend, ze was zo mooi. Vlak voor ze geboren werd is ze overleden, omdat ze net als haar broer Boris veel te vroeg is geboren.

Ik ben niet bezig met dat ze is overleden. Ik ben vooral bezig met hoe mooi ze is. We maken oneindig veel foto’s. Ik denk nog niet aan het afscheidnemen, ik denk vooral aan het samenzijn. Ik geef antwoord op de vraag van de verpleegkundige en zeg dat het goed is, maar vraag wel hoe lang ze met Saar weg zal zijn. Dit zal niet heel lang zijn; de verpleegkundige neemt haar mee en moedigt mij aan om even te gaan slapen. Ik ben moe, maar ik kan niet slapen, ik ben zo leeg en ineens zonder Saar. Niet veel later komt ze terug. Saar ligt in haar mandje, gewikkeld in haar doek. Het is een zachte doek, met een lieve bruine beer erop. Haar mandje wordt bij mij neergezet en kort daarna val ik in slaap.

Twee uur later word ik wakker door wat gerommel op het tafeltje naast mijn bed. De verpleegkundige zet een kaart neer, waar met inkt Saars hand- en voetafdrukjes op staan. De afdrukjes zijn perfect, kleine handjes en voetjes met duidelijk 10 vingertjes en 10 teentjes. De verpleegkundige kijkt me aan en geeft me een houten doosje. In dit doosje zit een prachtige gipsafdruk van de voetjes van Saar. De verpleegkundige wist dat dit een wens van mij was, maar ik wist niet dat ze dit ook daadwerkelijk al had gemaakt. Wauw, wat ben ik hier blij mee.

De ketting ligt nog in mijn handen. Ik open voorzichtig het medaillon dat aan de ketting hangt. Anderhalf jaar na haar geboorte heeft Saar nog een broertje gekregen. Simon is ook stil geboren. Van Simon hebben we ook prachtige hand- en voetafdrukjes. Ik maakte de afdrukjes kleiner, drukte ze af en maakte ze passend voor in het medaillon. Ditzelfde deed ik met een foto van Boris. Helaas hebben we nadat Boris geboren was geen afdrukjes gemaakt. Ik wist toen nog niet dat dit mogelijk was. Gelukkig hebben we een foto van hem. Alles past perfect, ik klik het medaillon dicht en kijk er nog eens goed naar. De ketting is prachtig, om de centimeter zit er een bolletje in de ketting en in het midden hangt het medaillon met van binnen een herinnering aan mijn kinderen. Ik doe de ketting om mijn nek en kijk tevreden in de spiegel. Wat fijn om iets van Boris, Saar en Simon bij me te dragen.

lees meer...
Vaderdag, niet voor mij?!

Vaderdag, niet voor mij?!

Op 9 en 13 oktober zijn Samuel en Matthias geboren. We waren vader en moeder geworden! Wat waren we intens verdrietig dat ze te vroeg kwamen en geen kans hadden om te overleven in deze wereld. Direct toen ik Samuel zag, wist ik: dit is mijn zoon en ik ben zijn vader. In de dagen na zijn geboorte hielden we Samuel bij ons in een schaal water. Elke vier uur ververste ik het water. Samuel legde ik op een aankleedkussen. Het oude water gooide ik weg en ik deed nieuw, koud water in de schaal. Mijn zoon, zo klein en stil, lag daar op dat kussen, bewegingloos en koud. Het was het enige wat ik voor hem kon doen. En dat deed ik met alle liefde. Vaderlijke liefde. Ik had tijd om hem vast te houden, geborgen in mijn handen. Hij was compleet en volmaakt. Maar zo stil en zo koud. Hij moest koud blijven om hem zo goed te bewaren. Maar dat gaat tegen alles in. Je wilt je baby warm tegen je aanhouden. Hij moet huilen en bewegen. En je moet hem zeker niet onder water stoppen! Ik deed dat wel. Met alle liefde, maar met zoveel pijn in mijn hart.

Na een paar ontzettend spannende dagen werd Matthias geboren. Ook in stilte. De broertjes waren weer samen. En ook voor hem had ik alle vaderliefde. Ook hem hield ik vast. Ook hem legde ik in het ijskoude water. Ik was tweemaal vader geworden, maar niet op de manier waarop ik hoopte. En toch was ik vader geworden. Niet alleen een verdrietige vader, maar zeker ook een trotse vader! En dat wil ik steeds benadrukken. Ik ben vader geworden van de twee liefste jongens van de hele wereld. En dat pakt niemand van mij af!

Vandaag is het Vaderdag. Tja, wat moet je met zo’n dag? Wel vader geworden, maar tegelijk sta je met lege handen. Ik kijk naar al die vaders die hun kinderen vasthouden. Voor hen zorgen. Hen troosten. Met hen plezier maken. Samen herinneringen maken. Ik denk dat ik dat het ergste vind: dat je nooit samen herinneringen zult maken. De toekomst met Samuel en Matthias zal er niet zijn. Al die vaders die ik zie, maken voortdurend herinneringen, elke dag, elk uur en elke minuut. Beseffen ze het wel? Ik zou er alles voor over hebben om mijn jongens nog een uurtje levend mee te maken! Ik sta voor mijn gevoel aan de zijlijn, nu al die vaders langs mij lopen. Ze kijken mij lachend aan, alsof ze zeggen: ”wij zijn lekker wel vader, maar jij…?! Waar zijn je kinderen dan? Laat hen eens zien!” Ik twijfel: ”ben ik wel echt vader, in de ogen van de mensen?” Vaderdag is toch niet voor mij?!

Zeker wel! Sinds de zwangerschap en vooral sinds de geboorte van Samuel en Matthias weet ik dat ik een trotse vader ben geworden. Van twee hemelkinderen. Ik heb hen in mijn hart gesloten. Voor altijd. Zij hebben mij vader gemaakt. En vandaag vieren we dat. Vaderdag niet voor mij?! Zeker wel! Proost!

lees meer...
Papa van ons sterretje

Papa van ons sterretje

We doen onze jas en schoenen aan om te gaan wandelen voordat de kinderen naar bed gaan. Terwijl ik al één schoen aan heb, vraagt mijn man wie het kaarsje van Mees wil uitblazen. Twee kinderen rennen enthousiast terug de kamer in. Als ik om het hoekje spiek, zie ik mijn man ons kleine mannetje optillen terwijl ons meisje er een stoel bij schuift. Er wordt afgeteld en met zijn drieën blazen ze het kaarsje uit.

Deze kleine momentjes koester ik, want inmiddels weten mijn man en ik hoe we beiden omgaan met de afwezigheid van Mees in ons gezin. Ik hoor en lees regelmatig dat er hierin een verschil is tussen beide ouders. De één praat veel en graag over het overleden kind, terwijl de ander het liever bij zichzelf houdt. Ook bij ons is dat het geval waardoor we elkaar opnieuw moesten vinden.

Terug naar meer dan drie jaar geleden:

Gedurende de periode van onzekerheid tijdens de zwangerschap, maar vooral na Mees zijn geboorte en overlijden werd het verschil tussen ons meer voelbaar. Waar ik emotioneel instortte, bleef mijn man sterk. Hij zorgde ervoor dat ik mezelf niet verloor in mijn verdriet.

We waren ouders van een sterretje geworden en we gingen er heel verschillend mee om. Zo verschillend dat ik bang was dat we elkaar kwijt zouden raken. We konden het namelijk niet samen over Mees hebben.

Tot het moment waarop we samen de zolder aan het schilderen waren. Terwijl ik aan het verven was, begon ik een gesprek over Mees en mijn verdriet. Ineens begon mijn man, die ook bezig was, te praten. Hij vertelde over zijn pijn en over de momenten die hem wel degelijk raakten, terwijl ik en anderen dat niet zagen. We schilderden en spraken voor het eerst sinds maanden weer echt met elkaar en over hoe Mees bij ons leven hoort. Dit was het begin waar wij elkaar opnieuw leerden kennen en begonnen te begrijpen.

Terug naar de gang:

Inmiddels sta ik klaar, maar hoor ik nog wat gekibbel over wie het kaarsje heeft uitgeblazen. Dan bedenk ik hoe mooi het is dat ik dit mag zien. Deze papa draagt het verlies en de leegte van Mees vooral in zijn hart. Hij praat er buiten ons huis weinig over. Dit is iets wat ik heb moeten leren begrijpen en wat echt niet altijd makkelijk is, omdat mijn manier tegenovergesteld is. Dan is het soms lastig dat ik een van de weinigen ben die het verdriet en de pijn achter de glimlach mag zien. Dat er ook die andere papa is. Maar onze beide manieren zijn prima en we steunen elkaar. Ik ben trots op deze papa, op mijn man!

Als ik de kinderen om zijn nek zie hangen, dan weet ik dat zij ook trots op hun papa zijn! Hij is er voor alle drie onze kinderen als papa, maar ook als papa van ons sterretje.

Dan is het tijd om deze lieve papa te helpen, want zo gaan we nooit wandelen. Dus hup, de kinderen de jas en schoenen aan en gaan!

Mama van een sterretje

lees meer...