0

Categorie: Blog

Grafje

Grafje

We gaan naar het tuincentrum. We hebben behoefte aan kleur en vrolijkheid in de tuin. Samen met Lif stap ik in de auto en al rijdende bedenken we dat het ook goed is om nieuwe planten voor Fiene te kopen en voor mijn opa. De lavendel bij opa is echt uit de kluiten gewassen en dus zeker aan vervanging toe. We nemen de tijd en Lif zoekt zorgvuldig de plantjes uit voor mijn opa en Fiene. Daarna nog wat versiering: een blauwe vogel voor opa en een flamingo voor Fiene. Ik ben trots; trots op mijn lieve Lif. Ze praat zo vol liefde over mijn opa en Fiene. Ze heeft ze nog nooit ontmoet, nog nooit gezien, nog nooit aangeraakt en toch voelt ze zich met hen verbonden.

Een paar dagen later gaan we samen op pad. Onze fietskratjes vol planten, versiering, schepjes, aarde en tuinhandschoenen. Lif wil eerst naar mijn opa en daarna naar Fiene. Ze haalt alle oude planten eruit, plaatst zorgvuldig alle beeldjes aan de zijkant en zet alle nieuwe plantjes neer om te kijken of het zo mooi staat. Hier en daar wisselt ze plantjes, net zo lang tot alles naar wens is. We zetten Suzan en Freek aan en zingen mee terwijl we onze tuinhandschoenen vergeten. Vieze handen en nagels, het maakt niets uit. Ik ben even samen met mijn meiden en dat voelt zo goed!

Thuisgekomen ruimen we de spullen op, wassen onze handen en dan laat ze vol trots de foto’s aan Niels zien. Een dikke knuffel volgt. Lif pakt haar tekenspullen en loopt het hofje in. Samen met haar vriendinnetje tekent ze erop los. Portretten en gekke poppetjes maken vindt ze geweldig. Ik zit in de zon en opeens loopt zij met haar tekenboek naar mij toe. Een portret van een meisje: lang haar, een lok, een gezicht met een vraagteken erin. Erboven staat Fiene. Ik slik, krijg tranen en krijg een dikke knuffel. Samen huilen we.

lees meer...
Traumabrein

Traumabrein

Traumabrein

De eerste uren, dagen en weken na het overlijden van ons meisje. De fysieke pijnen, in elke cel voelde ik het gemis. Tranen waarmee ik de rivier had kunnen vullen waarnaar ze is vernoemd. Maar wat ik heb gedaan, hoe de dagen eruit zagen: ik weet er niet zoveel meer van … zwarte gaten in mijn hoofd.

Mijn geheugen is altijd mijn houvast geweest: vraag me wat ik op welke dag aanhad of heb gegeten en ik kan het je vertellen. Daar koppel ik dan ook andere gebeurtenissen aan en zo heb ik eigenlijk altijd wel paraat gehad wat er die dag op het programma stond.

Behalve dus van die eerste maanden erna.

Natuurlijk, sommige beelden zitten diep in mijn geheugen gegroefd, als een langspeelplaat die vast zit en zich steeds verder inslijt. Van die beelden zou ik soms willen dat ik ze niet had of in ieder geval dat ze niet zoveel pijn deden.

Maar mijn selectieve geheugen lijkt niet stuurbaar. Ik noem het vaak mijn “trauma-brein”. Alsof de dood van ons meisje zo groot en traumatisch is dat er gewoon geen ruimte meer is voor nieuwe beelden. Een simpele Google-zoekopdracht laat inderdaad zien dat door trauma het brein nogal aan verandering onderhevig is (om het mild uit te drukken).

Er schijnen twee ingrediënten nodig te zijn om een schokkende gebeurtenis te boven te komen: steun vanuit de omgeving en je een oplossing kunnen voorstellen.

De oplossing die is er niet: ons meisje komt niet meer terug. Tenzij een oplossing ook betekent: een manier om er mee te leven, dat het gemis en de liefde er zijn en dat dat oké is. En die momenten die heb ik ook. Hoe raar het ook klinkt, ik kan soms denken: het is wat het is, wij hebben het er mee te doen.

Op die momenten voel ik alleen maar liefde en dankbaarheid. Ik ben dankbaar dat ze negen maanden in mijn buik wilde zijn en dat wij na mijn prenatale depressie nog drie hele fijne maanden samen hebben gehad. Het leek ook toen wel alsof we al een heel leven samen hadden geleefd, zo intens heb ik van haar genoten.

Terug naar de andere voorwaarde om een trauma brein het hoofd te bieden: de steun. Die heb ik zeker! Ongelofelijk veel kaarten, bloemen, belletjes, appjes en bezoekjes (toen dat weer mocht). Lotgenoten om mee te delen, zo waardevol. En het belangrijkste: mijn man, mijn kinderen, mijn lieve ouders en dierbare vriend(inn)en.

Het lijkt er dus op dat beide ingrediënten wel degelijk (soms) aanwezig zijn in mijn leven. Dat geeft hoop!

Al denk ik dat de gaten in mijn herinnering blijvend zijn. Gelukkig zijn er foto’s, films en mijn dierbaren die de gaten voor mij kunnen invullen en inkleuren. Zodat niet alles alleen maar een zwart gat blijft maar dit gat zich vult met dierbare herinneringen en nog meer liefde! En ooit durf ik misschien wel de video’s te kijken … waar ze zo confronterend stil op zal zijn.

Onze mooie lieve Neva.

lees meer...
Lieve Neva

Lieve Neva

Lieve lieve Neva,

Je tweede jaardag. Twee jaar met zonder jou. Ooit leek het zo onwaarschijnlijk dat ik dat zou halen, alsof het niet te overleven was, zonder jou. Maar daar staan we dan, kwetsbaarder en ook sterker. Rouwen is grillig, de liefde is constant.

Er is zoveel gebeurd in die twee jaar en toch lijkt het ook zo kort geleden dat je hier in mijn armen was. Er waren dagen dat ik niet meer op mijn benen kon staan van het verdriet, letterlijk ondraaglijk verdriet. Er waren dagen dat ik me in mijn verdriet zo eenzaam voelde, zo moederziel alleen, ook al was de ruimte om me heen gevuld met mensen. Er waren momenten dat ik zo boos was dat de pannen door de keuken vlogen en ik het uitschreeuwde van de pijn. Gelukkig is er niet één dag geweest zonder minstens een glimlach. En alle dagen was er liefde, voor jou, je broer, je broertje, je papa en zoveel mensen meer.

In die twee jaar is jouw boompje op de heide, jouw magnolia, een speciale en fijne plek geworden. We komen er graag met z’n viertjes om bijzondere momenten te vieren. En ook met vrienden en familie, met wie we over jou kunnen praten en delen. We zien de seizoenen komen en gaan en zijn ons hier meer bewust van dan ooit tevoren. Vorig jaar, de laatste keer voor de geboorte van je broertje en een week voor je eerste jaardag, stonden we er ook. In de kou, schuilend onder een paraplu in een heuse hagelstortbui. Met kerst hangen er ballen in je boompje. En altijd branden we een kaarsje.

We zijn verhuisd en wat jouw kamer had moeten zijn is stapje voor stapje de kamer van je regenboogbroertje Isar geworden. Natuurlijk ‘ben’ jij daar ook, je engeltje hangt er, alsof je altijd over hem waakt.

Jouw komen en jouw gaan heeft alles veranderd. Eigenlijk ben ik vooral dichter bij mezelf gekomen. Ik vaar een andere koers. Ik durf mijn hart te volgen. En dat maakt me zo dankbaar. Dankbaar voor wat er is, voor het leven. En ook dankbaar dat de “wat als”-vragen er nauwelijks (meer) zijn, dat de “hoe zou je nu toch zijn”-scenario’s (nu) weinig ruimte innemen in mijn hoofd . En vooral ben ik zo dankbaar dat je negen maanden in mijn buik bent geweest, dat we voor altijd verbonden zijn en blijven. Dankbaar voor wat er is, voor het leven.

Natuurlijk is het gemis er, of eigenlijk is het meer het verlangen jou te willen kennen, voor je te willen zorgen. En de tranen zijn er zeker ook. Maar de rode draad door alles is de liefde, de liefde van mij en je papa als jouw trotse ouders.

Vandaag zal er taart zijn om jou te vieren. En kaarsjes en ik hoop ook slingers. Een lach en vast heel veel tranen en ongetwijfeld nog meer liefde en knuffels. ‘Lang zal ze leven’ gaan we niet zingen, maar vast een ander lief liedje. Ik gok op een treinliedje, als je grote broer Tiber mag kiezen. Jij bent er fysiek niet bij maar o zo aanwezig. Want vandaag draait hoe dan ook om jou, lieverd.

Ik heb je oneindig lief,

Je mama.

lees meer...
Mees is een sterretje

Mees is een sterretje

Samen met de kinderen zit ik op de fiets naar huis. Het is koud en het schemert al een beetje. Als we even stilstaan om over te steken roept ons meisje ineens dat ze Mees ziet. Ik kijk omhoog. Ook ons kleine ventje kijkt mee. Hij weet natuurlijk niet waar hij moet kijken. Hij krijgt hierbij hulp van zijn zus, die precies zegt waar hij de ster kan zien.

Terug naar een donkere dag voor Kerst: We gingen even wandelen na het avondeten. Het werd al vroeg donker en het was koud. Met onze muts op en onze sjaal om liepen we over straat. Ons ventje zat lekker warm in de wandelwagen en ons meisje fietste mee. We waren al even onderweg toen ze opeens stopte en naar boven keek. We liepen naar haar toe en ze vertelde dat ze Mees zocht. Dus bleven we in het donker stilstaan en keken we samen omhoog. Ook ons ventje kreeg door dat we naar boven keken en begon te wijzen. Hij zag de maan. Maar ons meisje was meteen duidelijk. Dat was Mees niet, want Mees is een ster. Ze bleef vertellen en wijzen. Mijn wederhelft en ik luisterden geduldig naar de uitleg van ons meisje aan ons ventje.

Ze vertelde dat Mees een sterretje geworden was nadat hij was doodgegaan. Maar ze vertelde ook dat er heel veel sterren zijn en dat ze dus even goed moest zoeken naar Mees. Mees is natuurlijk de meest felle ster. Ze bleef om zich heen kijken en zoeken. Recht voor ons stond de meest felle ster te flonkeren aan de hemel. Toen ons meisje deze ster zag begon ze te roepen en te wijzen. Daar was Mees! Ze probeerde het ook aan haar broertje uit te leggen. Die zag vooral veel sterren, maar hij keek de juiste kant op en dat was voor ons meisje genoeg. Ze was trots op hem.

Terug naar het moment van oversteken: Het is haar gelukt om haar broertje te laten kennismaken met Mees als ster. Hij weet nu precies wat hij zoekt, want hij wijst naar een mooie felle ster. Hij krijgt een compliment van ons meisje! Al zegt ze meteen ook nog even dat er nog fellere sterren te zien zijn. Dus eigenlijk is Mees niet precies die ster die haar broertje aanwijst. Ze vertelt dat dit allemaal andere mensen en kindjes zijn die, net als Mees, dood zijn. Ik luister en kijk mee. Genietend van dit kleine gesprekje tussen een zus en een broertje over hun kleine overleden broertje.

Dan ben ik ineens weer op de kruising waar ik aan het oversteken ben. Ik bedenk dat ik waarschijnlijk al een tijdje kan oversteken. Vervolgens krijg ik nog even een opmerking van ons meisje of ik door wil fietsen, want ze heeft het koud. Ik stap op en steek over. Even een mooi momentje samen met mijn lieverds op de fiets. Maar nu snel naar huis.

Mama van een sterretje

lees meer...
De tranen lopen over mijn wangen, om alle oma’s die gemist worden.

De tranen lopen over mijn wangen, om alle oma’s die gemist worden.

Mijn oma, mijn lieve oma

De oma van mijn collega is op oudjaarsavond overleden.

Een aantal dagen na de begrafenis appen we over het werk en over de kinderen. Ik vraag haar hoe het nu met haar gaat. Oma, haar lieve oma die altijd in haar leven was. Die op haar heeft gepast en fijne momenten met haar heeft beleefd en heeft gedeeld. Het is gek en verdrietig.

Haar oma heeft ook een kindje verloren, vertelt ze. Vroeger mocht daar niet over gepraat worden, pas de laatste jaren deed zij dat.

Ik merk dat mijn ademhaling stokt en dat mijn ogen nat worden. Ik begin een klein beetje te trillen. Ik moet er niet aan denken dat ik niet over Fiene had mogen praten, dat ik geen foto’s van haar in huis had mogen hangen en dat ik niet had mogen zeggen dat ik moeder ben van vier kinderen.

Mijn eigen oma belde een paar dagen na de begrafenis van Fiene. “Hoe is het Fleur? Ben je al naar de supermarkt geweest?” “Nee oma, ik ben nog niet naar de supermarkt geweest. Papa haalt voor ons de boodschappen en komt ’s avonds vaak nog eten brengen, omdat ik gewoon niet weet wat ik moet eten. Elke dag denk ik: ‘vandaag ga ik koken, vandaag ga ik boodschappen doen’, maar het lukt niet, oma. Ik bel papa dan op en zeg dat ik niet weet wat ik eten moet.” “Geen zorgen lieverd ik heb al extra gekookt en kom het zo brengen.”

Mijn oma verloor haar zoon Frans, toen hij 21 jaar oud, was bij een verkeersongeluk. Ik was nog niet eens geboren. Zo uit het niets verloor zij een van haar acht kinderen. Ook zij was nooit meer compleet, ook zij was voor het leven getekend.

Mijn oma werd door het overlijden van Fiene in één klap mijn lieve, onmisbare oma. Oma begreep mij zonder veel woorden, oma gaf advies dat altijd klopte. “Ga vandaag maar boodschappen doen Fleur. Ga samen en het mag ook in een andere stad. Ga op pad, ga je dingen doen. Of je het nou nu of volgend jaar doet … het blijft altijd moeilijk, lieverd. Dan kan je het maar beter gelijk doen.”

Die lieve oma’s, hoe kunnen ze gemist worden? Terwijl we aan het appen zijn denk ik aan het gesprek dat ik ooit met iemand had, een paar jaar na Fiene. Zijn moeder zei vlak voor haar overlijden: “Het is goed zo, ik mag eindelijk naar mijn zoon.” Ook haar zoon overleed veel te jong. Nooit mocht er over gesproken worden, nooit hing er in huis een foto.

Dat kan niet, dat mag niet en maakt zoveel meer kapot dan nodig is.

De tranen lopen over mijn wangen, om alle oma’s die gemist worden. Om alle ouders die vroeger niet mochten praten over hun overleden kind.

lees meer...
Stil

Stil

Ik werd moeder, maar er was niets om voor te zorgen. Mijn wereld stortte in. Mijn wereld viel compleet stil en de rest ging door. Een kinderwagen op straat was al niet te verdragen. Gevoelens van intense pijn, verdriet en jaloezie waren in overvloed aanwezig.

En dan de mensen om mij heen. Zo lief hoor en iedereen bedoelt alles goed, maar zo onwetend. Ik neem niemand iets kwalijk, het is ook voor de meesten niet te begrijpen. Gelukkig maar. 

‘Je bent nog jong.’
‘Het komt vast wel goed.’
‘Het is je vast gegund om straks wel te zorgen.’
‘Ze was daarboven gewoon heel hard nodig.’
‘Lukt het een beetje om het een plekje te geven?’.
Stil.
Adem in, adem uit.

Dat vind ik nogal wat hè. Een plekje geven. Waar dan? Wegstoppen in een kamertje; in je hoofd, in je hart? Hoe?
Het kan niet weg. Het hoeft ook niet weg. Het zal er altijd zijn. Zij zal er altijd zijn. 

Gelukkig maar.
Stil.
Zeg dan maar niets.
Luister naar mij.
Sla die arm om mij heen.
Zit met mij samen.
Huil met mij mee.
Wees er in stilte.
Maar blijf haar naam noemen.
Dat is genoeg. 

 

lees meer...
Verloren toekomst: Je mocht jouw leven niet leven

Verloren toekomst: Je mocht jouw leven niet leven

Ineens was het je vierde jaardag. En het besef dat het alweer 4 jaar geleden is dat je dood geboren werd. Vier jaar geleden dat er zoveel liefde voor jou in ons leven kwam. Maar ook het besef dat het pas 4 jaar geleden is. Tijd kan raar aanvoelen, de ene keer lijkt het snel, de andere keer langzamer te gaan.

Verloren toekomst

Onze eerste zoon Arthur, zomaar ineens in mijn buik uit het leven gerukt. Je mocht jouw leven niet leven. Elke dag word je gemist en elk jaar vieren we jouw geboortedag. De periodes waarin het goed gaat wisselen zich af met wat meer donkere dagen. Er komt steeds meer licht in ons leven.

Toch trof deze 4e jaardag me onverwachts extra hard. Ineens het besef dat er nooit een eerste schooldag zou komen. Nooit een eerste zwemles. Nooit een … noem het maar op.
Zoveel mooie momenten die geen werkelijkheid mogen worden. Een verloren toekomst. Extra wrang misschien omdat ik nu besef wat het broertje en zusje die na jou kwamen wél mogen meemaken.

Tegelijkertijd groei je in mijn gedachten mee en heb ik een beeld van hoe je er nu uit zou hebben gezien. Op andere momenten zie ik je voor me zoals ik je alleen ken, als mooie baby. Ik koester het allemaal, je leeft jouw leven voort in mijn hart en gedachten. Jouw plek dicht bij mij.

In gedachten overlaad ik je met liefde en reis ik je met me mee.

Voor altijd geliefd, voor altijd gemist.

lees meer...
De zoveelste vakantie waarin ik mij schuldig voel dat ik zo geniet, terwijl jij er niet bent.

De zoveelste vakantie waarin ik mij schuldig voel dat ik zo geniet, terwijl jij er niet bent.

De zoveelste vakantie waarin ik mij schuldig voel dat ik zo geniet, terwijl jij er niet bent.

“Juliëtte!” hoor ik iemand roepen achter mij op de piste. Mijn hart staat even stil, ik krijg het koud en warm tegelijk. Ik trek mijn skibril naar beneden en trek mijn bivakmuts nog wat hoger op. Ik probeer uit alle macht de tranen tegen te houden.

Waarom nu … waarom moet het doosje nu open? Uit alle macht probeer ik het doosje dicht te duwen. De tranen in bedwang te houden. Niet hier, niet nu. Ik moet nog veilig naar beneden komen. Ik kóm beneden; naar beneden skiën heb ik al honderden keren gedaan, dit moet geen probleem zijn. De helling lijkt steiler dan normaal, de bochten gaan moeizaam. Eigenlijk erg typerend voor mijn ‘pad van rouw’. Het ene stuk glij je zo doorheen, om vervolgens een nieuwe wending te nemen, waarna je heel stroef weer verder gaat. Een continue beweging, een pad dat altijd met mij meereist waar ik ook ben.

De dag gaat kabbelend verder en pas dagen later komt het verdriet, dat sinds die middag op de piste zo hoog zit, omhoog. Als ik alleen ben en onze spullen voor het einde van de vakantie aan het inpakken ben. Juliëtte* zou nu vijf geweest zijn, een leeftijd waarop je al best een beetje kan skiën. Zou je net zo dol zijn geweest op de sneeuw als je zusjes? Zou je ook zo goed hebben kunnen skiën? Misschien had je het wel helemaal niet leuk gevonden.

Waarom stel ik mij toch deze vragen? Bij iedere vraag in mijn hoofd voel ik een steek in mijn hart. Alsof mijn hart opnieuw in duizenden stukjes breekt. Vandaag is onze laatste vakantiedag. Van de zoveelste vakantie sinds jij er niet meer bent. De zoveelste vakantie waarin ik mij schuldig voel dat ik zo geniet, terwijl jij er niet bent. Mag ik dat nog wel? Kan verdriet en gemis naast geluk bestaan? De woorden staan zo gemakkelijk op papier en ze worden zo snel gezegd, maar het integreren van deze woorden is ongelofelijk ingewikkeld en wellicht niet haalbaar voor iemand die zijn of haar kind mist.

lees meer...