0

Categorie: Blog

Samen alleen

Samen alleen

Er zijn vrienden die meeleven, broers en zussen die meevoelen, ouders van wie het hart ook breekt. Maar op één ding was ik niet voorbereid toen ik met twintig weken mijn dochter Moon verloor: de impact op mijn relatie met mijn partner.

Voor ons beiden was dit het grootste verlies tot dan toe. We hadden nog niet eerder een dierbare verloren die zo’n grote rol in ons leven speelde. Hoe wij zouden rouwen, was dus onbekend terrein.

Al snel bleek hoe verschillend onze rouwstijlen waren. Hij benaderde het proces vanuit ratio en doorgaan, ik vanuit gevoel en emotie. Natuurlijk wisten we dat we hierin van elkaar verschilden. Maar waar dat verschil ons eerder aanvulde, zorgde het nu vooral voor ergernis.

Mijn tranen leken eindeloos. Soms werd ik er zelf gek van. Dan zat ik weer aan de ontbijttafel met natte ogen. Hij kon het op een gegeven moment niet meer aanzien en trok zich terug, ging uren gamen op zolder. Ik zag hem fysiek reageren als ik weer huilde. En ik? Ik vond dat hij het niet verwerkte. Waarom toonde hij geen emotie? Waarom konden we niet samen huilen?

Ik heb mijn hoofd gebroken over de vraag hoe we elkaar weer konden vinden. Zouden we dit redden? Op fora las ik over stellen die na zwangerschapsverlies uit elkaar gingen, en dat scenario zag ik bij ons ook steeds realistischer worden. Totdat we op een avond samen op de bank zaten en alles eruit gooiden. “Zeg maar wat je denkt over mij, waar je tegenaan loopt.” En dan mocht ik ook ongecensureerd zeggen wat ik dacht.

Voor het eerst luisterde ik zonder oordeel naar hem. Naar waar hij tegenaan liep. Naar wat er voor hem anders was in dit verlies. En ik begreep het ineens beter. Het ís ook anders. Niet alleen fysiek, maar ook qua positie binnen het gezin. Hij voelde zich gedwongen om de redder te zijn: helder blijven, het gezin draaiende houden, mijn emoties dragen én zorgen voor onze driejarige dochter.

Langzaam begon ik weer voor hem te voelen. Zijn worsteling te zien.

Het is soms nog steeds moeilijk, bijvoorbeeld als een bepaalde dag voor mij meer lading heeft dan voor hem. Maar het omarmen van onze verschillen heeft ons enorm geholpen. Iedereen heeft recht op zijn eigen proces en emoties. En iedereen rouwt op zijn eigen manier, maar in het omarmen van onze verschillen ontstaat ons samenzijn.

lees meer...
Iets minder alleen

Iets minder alleen

Soms voelt het alsof niemand het echt ziet. Alsof ik verdwaald ben geraakt in een landschap dat anderen niet kennen. Waar alles doffer klinkt. Waar blijdschap vreemd en ver weg voelt. Waar verdriet overal zit, maar nergens écht welkom is.

De rouw rondom Benja was al eenzaam. Maar wat erop volgde –  een depressie die zich langzaam, aan mij vastklemde – maakte die eenzaamheid nog scherper. Soms lijkt het alsof ik van buiten weer meedraai: als ik op werk ben, als ik lach soms, als ik een keer wel iets vertel. Van binnen voel ik me echter vaak heel leeg. Of te vol. Maar vooral: ik voel me alleen. 

Re-integreren op werk bleek zwaarder dan ik ooit had gedacht. Mijn hoofd werkte niet zoals ik gewend was. Mijn hart zat in de weg. Er veranderde heel veel om me heen en mijn werkgever wist ogenschijnlijk niet wat met en voor mij te doen.  Ik miste Benja. Ik miste mezelf en raakte mezelf steeds verder kwijt. Dat is moeilijk uit te leggen en tegelijk is het moeilijk dat zo weinig mensen dat snappen, of willen snappen. Ik voelde me falen. Als vader, als werknemer, als mens.

En toen… was daar zaterdagavond. Dat klinkt intens, maar het was significant. 

We stonden in het publiek bij Di-rect. Ik had er al dagen enorm tegenop gezien, omdat ik bang was heel snel vol te zitten met prikkels. Echter, de muziek stroomde over mij heen en ineens, zonder dat ik me er op had voorbereid, voelde ik iets dat ik bijna vergeten was: een beetje ruimte in mijn borst. Een beetje zachtheid. Een traan en een glimlach tegelijk.

Mijn coach noemde depressie pas: een ophoping van niet gehuilde tranen. Misschien was het dat wat loskwam. Iets wat vast zat, wat niet kon ademen, vond heel even een opening. En in dat moment voelde ik me niet ineens weer helemaal de oude, maar wél levend. En even iets minder alleen.

De avond maakte me niet beter. Ik ben nog steeds in herstel. Nog steeds aan het zoeken naar hoe ik opnieuw mijn plek vind, als vader van een overleden zoon én een stralende dochter, als echtgenoot, als mens met een gebroken hart, als iemand die leeft met een depressie.

Maar er is hoop.

Die hoop zit hem niet in grote beloftes. Die zit hem in de flarden. In dat moment waarop muziek me opende. In het feit dat ik daar stond en bleef staan, naast en met Elles. In dat ik even niet vergat dat ik besta, ertoe doe, en dat ik niet de enige ben.

De rouw is niet minder geworden. De depressie is niet voorbij. Maar ik weet nu: het kan even lichter voelen. En dat helpt om door te gaan.

Voor Benja. Voor Evi. Voor Elles. En ook voor mij.

lees meer...
Zo had het niet moeten gaan

Zo had het niet moeten gaan

Verdoofd keek ik naar buiten. Af en toe gleed mijn blik naar het kleine, pasgeboren kindje in mijn schoot. Ik aaide haar zachte haartjes. God, wat is ze prachtig gemaakt. Ik hield haar stevig vast terwijl de auto soms afremde, dan weer vooruit schoot en af en toe heen en weer schudde. Ik klemde het babynestje waar ze in lag stevig tegen me aan en ondersteunde haar kleine hoofdje. Zouden ze het zien? Die andere automobilisten, zouden ze het zien? Dat ik de wanhoop nabij ben. Dat dit geen gewoon baby’tje is? Dat ons leven kapot is?

We reden in stilte. Mijn lief pakte voorzichtig mijn hand vast, zo klunzig als dat gaat op dat moment. Ik keek naar hem, en voelde me schuldig. Zo had dit niet moeten gaan. De eerste keer in de auto met onze baby, zo had dit niet moeten gaan. We hadden moeten fluisteren en giechelen van de zenuwen en adrenaline. We hadden ons nerveus moeten afvragen hoe ze twee onvolwassen mensen als wij zo’n perfect baby’tje konden meegeven om het op te voeden en in leven te houden. We hadden ongemakkelijk moeten sjouwen met die onhandige maxi cosi. 

Ik voel me schuldig. Zijn baby, onze baby, leeft niet meer. Tijdens de bevalling is er van alles mis gegaan, en nu rijden we naar huis met onze baby. Niet een maxi cosi waar ze in ligt, maar een babynestje. Niet om haar te voeden of te verschonen. Niet om wanhopig naar elkaar te kijken wanneer ze zou huilen. Maar om haar op te baren en haar uitvaart te regelen. Om de stilte te ontvangen. Om voorgoed afscheid te nemen. 

De auto staat stil, we kijken vanaf de parkeerplaats naar ons huis. Ons huis dat we kochten toen we wisten dat zij, onze baby, in mij groeide. Het huis waar we met liefde en toewijding een prachtige kamer voor haar inrichtten. Waar ik haar voelde schoppen en draaien. Waar ons hele gezin reikhalzend uitkeek naar de dag dat zij zou worden geboren. Waar de kinderwagen en box leeg op haar staan te wachten. 

De deur gaat open, mijn moeder staat in de deuropening. Ik breek. Ik huil liters tranen. Zo had het niet moeten gaan. Zo had ze niet thuis moeten komen. Ze hoort te leven. Maar dat doet ze niet. Onze Julia is dood en met haar stierf een stuk van mijn hart en een deel van onze dromen. 

Haar thuiskomst, zo anders dan verwacht.

lees meer...
Een ander, gedroomd leven

Een ander, gedroomd leven

We zijn een weekend weg met vrienden en zijn op een camping net onder Parijs. Zittend bij ons huisje op de camping, staar ik voor me uit. De autorit ging soepel, toch zat ik te mijmeren over hoe het zou zijn als Sarah nog had geleefd. Een meisje van bijna twee jaar oud, waarschijnlijk met een sterk karakter net zoals bijna alle kinderen van die leeftijd. En krulletjes als ze het haar zou hebben wat in de familie van haar vader zit. Een rit waarbij we veel meer zouden meenemen dan nodig zou zijn en een meisje waar we op de camping onze handen vol aan zouden hebben. 

Zondag is het Pasen. Ik mijmer en stel me voor hoe dat eruit zou hebben gezien met Sarah. Paaseieren zoeken samen met het kindje van vrienden; het zou misschien nog wat moeilijk zijn, maar de chocolade-eieren zouden daarna waarschijnlijk met smaak gegeten worden. Haar vader die tijdens het zoeken waarschijnlijk enthousiaster zou zijn dan Sarah. Zijn enthousiasme zou aanstekelijk zijn en samen zouden ze alle eieren vinden. Even geniet ik van dit beeld en kan ik me laten gaan in wat had kunnen zijn. 

Plots is de fantasie ook weer weg en besef ik me dat we hier met z’n tweeën zijn, samen met onze vrienden. Soms laat ik mijzelf gaan in de fantasieën van hoe het leven had kunnen zijn. Hoe anders zou het leven dan zijn? Welke zorgen zouden we dan hebben? Maar misschien vooral: welke mooie dingen zouden er dan nu op ons pad zijn?

Na het mijmeren is er altijd weer een soort pijn, die binnen in mij zit. De fantasieën over een ander, gedroomd leven. De pijn die zo snel aan de oppervlakte kan komen, maar die er eigenlijk altijd wel is. Het komt in golven en soms kan ik mij op een vreemde manier berusten in dat dit ons leven is. Er mist een stuk van ons, een deel van onszelf, een kind dat er had moeten zijn. In leven, in óns leven en in dat van ieder die haar lief heeft gehad. 

Ik kijk om me heen, sta op, adem een paar keer diep in en uit en besluit mijn boek te gaan lezen. Even wegdromen in iemand anders zijn leven en even niet voelen, ook al is ze er altijd. 

In liefde en in gemis, ze is er.

lees meer...
We laten je liever niet alleen

We laten je liever niet alleen

Eigenlijk laat ik hem in de steek. Ik ga lekker met mijn gezin op vakantie naar Frankrijk en ik laat Mees achter. Mees blijft thuis. Hij gaat niet mee kamperen. Natuurlijk gaat hij niet mee. Hij zit in een prachtige blauwe keramieken urn met een glazen vlinder. Die urn staat veilig op Mees zijn kast en daar ga ik niets mee doen. Die blijft daar staan.

Een aantal jaar geleden las ik via social media een verhaal over een moeder die haar overleden dochter altijd in haar urn meenam als ze op vakantie ging. Het voelde niet goed om haar dochter thuis achter te laten. Dat begreep ik heel goed. Daardoor besloot ik dat ik Mees ook mee wilde nemen op vakantie, maar toen ik voor Mees zijn kast stond en de breekbare urn zag, wist ik dat Mees meenemen in deze urn echt geen optie zou zijn. Hij zou thuis moeten blijven.

Ooit heb ik Mees voor mijn gevoel wel achtergelaten. Hij was één week bij ons thuis en dat was zo waardevol. Ik was bij hem, de hele week. Toen het moment kwam dat we afscheid moesten nemen in het crematorium, zaten we in een speciale kamer met alleen mijn man, onze dochter en ikzelf. We keken naar Mees, we knuffelden hem, ons meisje gaf hem koekjes door ze onder zijn dekentje te verstoppen en we gaven Mees de laatste kusjes. Het moment van afscheid nemen was ingewikkeld. Wij liepen de kamer uit en lieten Mees achter. Dat moment… 

Later dacht ik na over dit moment. Misschien had het anders moeten gaan. Maar wat ik mezelf vooral voornam, was dat Mees niet meer achtergelaten zou worden. In ieder geval niet voor lange tijd. Dus in de vakantie was ik heel blij als mijn schoonouders in ons huis kwamen om op de dieren te passen. Voor mij pasten ze dan ook op Mees. Het stelde me gerust dat hij niet alleen was. 

Ook dit jaar komen mijn schoonouders in ons huis. Niet meer voor de dieren, maar om er te zijn en van deze omgeving te genieten. Voor mij zijn ze er nog steeds ook voor Mees. Dat geeft me ook dit jaar een fijn gevoel. Zelfs na bijna zeven jaar vind ik het lastig om Mees voor mijn gevoel alleen thuis achter te laten. Ik geloof ook wel dat hij met ons meereist naar Frankrijk en over onze schouder meekijkt, maar dat er mensen bij hem thuis zijn, geeft me het gevoel dat ik er even tussenuit kan met mijn gezin. Caravan aankoppelen en gaan. On y va! En opa en oma, bedankt dat jullie al jaren bij ons in huis komen als we op vakantie gaan.

lees meer...
De uitgerekende datum

De uitgerekende datum

Een magische datum: de uitgerekende datum. Als zwangere leef je vaak naar dat ene moment toe, die wonderlijke dag die op de horizon voor je ligt. Als je echter je kindje verliest tijdens de zwangerschap, zoals ik heb ervaren, krijgt die uitgerekende datum een heel andere lading. 

18 april 2023 was de uitgerekende datum van mijn dochter Moon. 2 december 2022 was echter de dag dat zij geboren werd en wij afscheid van haar moesten nemen. 19 weken oud is ze geworden, al weten we niet precies wanneer haar hartje is gestopt met kloppen. De uitgerekende datum was nog zo ver weg, dat die stip op de horizon als een druppel op een hete auto verdampte en verdween. 

Als je een kindje verliest en in een rouwproces terecht komt, is het de eerste tijd overleven. De dag doorkomen, weer een dag doorkomen. Eventueel zorgen voor de kinderen die er al zijn en anders is het al heel wat als je zelf drie maaltijden hebt gegeten en je je haar hebt gekamd. De dagen kropen voorbij en de datum kwam steeds dichterbij. Het was een soort volgende fase in het hele proces, onontkoombaar maar ook onmisbaar. De dag waarop zoiets wonderlijks en prachtigs had moeten gebeuren was geworden tot een dag van wrang verdriet. 

Onze ouders hadden een weekend in Gent voor ons betaald, een overnachting in een oud klooster. Vreselijk lief en ook heel fijn om in een omgeving te zijn waar een soort berusting over je heen valt door de stilte die iedereen aanhoudt. Samen met mijn partner heb ik een maanbloem in de grond gestopt voor onze Moon, in de kloostertuin onder een oud boogje dat zo uit een prentenboek van Anton Pieck kon komen. Ook hebben we samen een kaarsje gebrand in een grote kerk en heb ik een gedichtje voor haar geschreven dat we daar hebben neergezet. We zijn er doorheen gekomen, maar daar is alles dan ook mee gezegd. 

Toen ik weer zwanger werd, was de uitgerekende datum 19 april. Eén dag na die van Moon, hoe was het mogelijk! En ergens gaf me dat ook steun. Het voelde als een tweede kans, alsof Moon zei: ‘Mama, je gaat het gewoon nog een keer proberen. Je gaat het doen. En het gaat je lukken, je kan dit.’ 

Hoe die zwangerschap verliep, dat is weer een ander verhaal waar ik nog bladzijden over vol kan schrijven. Maar 18 april zal voor altijd de datum van mijn dochter Moon blijven. De dag dat ergens daar in Gent hopelijk jaar in jaar uit een prachtige maanbloem zal uitkomen.

lees meer...
Meer dan ooit

Meer dan ooit

Het voelt alsof het tien jaar geleden is en tegelijkertijd alsof het gisteren was. De dag dat de wereld stopte met draaien, althans voor ons. Onze dochter werd geboren middels een spoedkeizersnede, omdat de hartslag te laag was. 40 weken en één dag, dan denk je dat alle risico’s wel achter de rug zijn. Achteraf gezien klinkt het naïef dat we dachten dat de zorgen wel voorbij waren. De onbevangenheid van een zwangerschap en het pure genieten van alles wat er op je af komt. Het hoopvol uitkijken naar het leven met een baby. Hoe konden we zó naïef zijn. 

Helaas bleek na de keizersnede en de daaropvolgende reanimatie dat er schade was ontstaan. We zijn verplaatst naar een ander ziekenhuis waar op de NICU koeltherapie werd toegepast. Na 30 uur vechten bleek de schade te groot en kon ons meisje niet meer. We moesten afscheid gaan nemen.

Hoe doe je dat? Je hebt nauwelijks welkom gezegd of je moet alweer afscheid nemen. En wat zeg je dan? We zijn trots op je, je hebt hard gevochten, ga maar rusten en we zien elkaar ooit weer? We zullen je bij ons voelen, we zullen altijd aan je denken en je bent voor altijd één van ons? We hebben niet alles gezegd, want bij elk woord kwamen de tranen, het stotteren, de brok in je keel en het gevoel dat je valt, heel diep valt. Dus we hebben geknuffeld en je vastgehouden en we hopen dat je onze liefde hebt gevoeld. We hopen dat je onze liefde nog altijd voelt, want die is er. En die zal er altijd zijn.

De dag dat de wereld stopte met draaien, althans voor ons. Maar al snel bleek dat de wereld niet gestopt was met draaien en dat alles gewoon doorging. Hoe doe je dat? Doorgaan? En hoe ga je om met al die meningen? Want als we het huis niet uit gaan, dan vinden mensen daar wat van. Maar als we dingen ondernemen, vinden mensen daar ook wat van. En als we mensen op afstand houden en onze grenzen aangeven, dan vinden mensen daar wat van. En als we andere mensen dan wel toelaten, dan vinden mensen daar óók weer wat van. Er lijkt altijd een mening te zijn. 

Er lijkt geen goed of fout te zijn, sterker nog: er is geen goed of fout. Niemand kan je immers vertellen wat je moet doen als je je kind verliest. Op dat moment verlies je een deel van jezelf, van je hart, van je leven en van je toekomst. Alles gaat voor even op zwart en het gevoel dat overheerst is: “Hier is geen oplossing voor, dit komt nooit meer goed”. Het laat je naar adem snakken door je tranen heen. Alles wat je op dat moment doet is goed, zolang het voor jezelf oké voelt. En ook dan gaat de wereld vanzelf weer draaien. Anders dan voorheen, en het zal nooit meer hetzelfde zijn. Maar de wereld zit nog steeds vol liefde, misschien nu wel meer dan ooit.

lees meer...
Morgen kan alles anders zijn

Morgen kan alles anders zijn

Ik draai wat voor de spiegel en bekijk mezelf. Ik leg mijn hand op mijn steeds groter wordende buik. Mijn bolle buikje, waar ik zo trots op ben, gevuld met een nieuw leven en trappelende voetjes. Mijn hoofd zit vol dromen. Dromen over hoe ons kindje eruit zal zien en over alles wat we samen gaan beleven. Ik kijk uit naar het moment dat ik mijn dochter mag ontmoeten en dat ik heerlijk kan wandelen met haar in de wandelwagen. Ik kan bijna niet wachten tot het zover is en tel de dagen af. 

Een spannende week later is mijn buik leeg en houd ik een prachtig mandje vast dat met liefde in elkaar gevlochten is en waarvan ik het bestaan eerder niet wist. In dit mandje hebben we onze prachtige dochter gelegd. We hebben ontelbaar veel foto’s gemaakt en wachten op onze familie die haar komen bewonderen. Ik voel trots om haar te laten zien, maar ik vind het ook spannend wat zij van haar zullen vinden. Ze is zo mooi, maar nog te klein voor het leven. Haar huid glanst en heeft een roodachtige kleur. Ze is te klein, maar verder is ze helemaal compleet en bovenal prachtig. 

Dat is hoe het ging. De ene dag was ik zwanger met een hele toekomst met ons kind voor me en de volgende dag was ik moeder van een stilgeboren kindje. De ‘hoera zwanger’-kaarten hingen nog aan de muur toen de kaarten vol medeleven door de bus vielen. Ons meisje kreeg geen bedje, maar een mandje. 

Tijdens mijn zwangerschappen heb ik ervaren dat van de ene op de andere dag alles anders kan zijn. Dit maakt me bang, want wat er vandaag is, kan morgen voorbij zijn. Uiteindelijk verloor ik drie kindjes en met hen ook de onbevangenheid, het zorgeloos zijn, mijn toekomst als mama en de toekomst van mijn kinderen.

Ik krijg de angst dat morgen alles anders kan zijn ook niet weg, en soms grijpt het me aan. Dan verlang ik ernaar om de tijd heel even een jaar of vijftig door te spoelen of om heel even in de toekomst te kunnen kijken naar het moment waarop ik oud ben en mijn dochters een gelukkig leven hebben. Dat ik zeker weet dat ik hen niet ga verliezen. Dat ik zeker weet dat ik de pijn van het verliezen van een kind niet nog een keer mee hoef te maken. Mijn man die mijn hand vasthoudt en samen met mij oud is geworden. In een diepe slaap vertrekken we naar de plek waar Boris, Saar en Simon al lang geleden naartoe vertrokken zijn.

Natuurlijk kan ik niet in de toekomst kijken en ik hoop echt nog heel veel jaren hier te zijn. Ik ben dankbaar voor alles wat er nu is, maar daartegenover staat de angst om dat te verliezen, want ik weet dat van de ene op de andere dag alles anders kan zijn.

lees meer...