Nog even naar de kapper
Het was 22 december. Ik was ruim 36 weken zwanger van Sue. Ik was klaar met deze zwangerschap, vooral lichamelijk. Ik verlangde naar ons meisje, maar wilde ook heel graag mijn oude lijf terug. Voor wat afleiding maakte ik een afspraak bij de kapper. Voordat ik ging, twijfelde ik nog maar ik ging. ‘Kom op, wie mooi wil zijn’…

Laatste levenstekens
Sue, die de hele zwangerschap al weinig bewoog, had in de kapsalon besloten zich heel vaak om te draaien. Ik werd er een beetje onwel van, maar mijn haren zaten net in de verf… Wat kon ik doen? Concentreren, blijven lachen en je hand op je buik leggen. Misschien werd de kleine daar wel rustiger van. Ik blijf het gevoel hebben dat ze toen in paniek is geraakt… Ergens door. We zullen het nooit weten. Ruim een week later werd Sue stil geboren.

Op de begraafplaats
Na het afscheid van Sue bestonden mijn dagen uit angstaanvallen, therapie en af en toe een boodschap buiten de deur. Daarnaast bezocht ik Sue bijna iedere dag op de begraafplaats. Ik verzorgde haar plekje, zat op een bankje te huilen of in mijn hoofd tegen haar aan te kletsen. Ik liep ook langs alle andere grafjes van kindjes om ze gedag te zeggen. Ik had zoveel liefde om te geven en op deze manier kon ik dat doen. Het voelde als het enige wat ik kon én moest doen. Die wandelingetjes langs alle kindjes zorgden ervoor dat ik veel namen onthield. En als er kindjes bezoek hadden gehad zag ik dat de volgende dag aan het plekje. ‘Wat fijn!’, dacht ik dan.

Lotgenoten
In maart ging ik weer naar de kapsalon, de plek waar ik Sue voor het laatst echt had gevoeld.  Ik werd geholpen door Annet en ondertussen raakten we aan de praat. Ik vertelde wat er was gebeurd: dat Sue stil geboren was na een zwangerschap van 38 weken. ‘Dat heb ik ook meegemaakt. In september. Precies zoals jij, met 38 weken’, zei Annet. De tranen sprongen in mijn ogen. ‘Ook een meisje’, vertelde ze.

Ik vroeg haar naam. ‘Pip’, was het antwoord. Nee, het zal toch niet…

‘Is het toevallig Pip met de achternaam (…)?’ schoot er bij mij uit. De naam ‘Pip’ met die achternaam kende ik van mijn wandelingetjes over de begraafplaats! En ja… zij was het. Annet raakte, net als ik, ontroerd. Het overviel haar. Annet vertelde dat zij het wel moeilijk vond om over haar meisje te praten en dat zij er nog niet aan toe was om naar de begraafplaats te gaan. Ontroerd verliet ik de kapsalon. 

Thuis gingen mijn gedachten veel naar Annet en de kleine Pip.

Sue en Pip, die nog geen twee meter bij elkaar vandaan liggen… Wat een verdrietige, maar ook bijzondere ontmoeting was dit. Onze paden hebben elkaar die dag móeten kruisen, zo voelt het. Twee onbekenden, maar tegelijkertijd lotgenoten van elkaar.  

‘Een voorbeeld voor mij’
Een paar weken later kreeg ik een bijzonder berichtje via social media: ‘Wat knap dat je zo open bent over jullie verhaal. Je bent echt een voorbeeld voor mij. Ik ben zelfs naar een bijeenkomst in het ziekenhuis geweest. Om de overleden baby’s te herdenken en er meer over te praten. Liefs, Annet.’

Roze vlinder
Nog wat later ga ik naar Sue. Ik loop het pad af en zeg zoals altijd alle kindjes even gedag. Als ik bij Sue aankom, vind ik een lief, roze keramieken vlindertje op haar steen. Van Annet. Het ontroert me. Wat ontzettend mooi dat Annet de kracht heeft gevonden om toch naar haar meisje toe te gaan en wat fijn voor de lieve, kleine Pip. 

Myrthe Oudenaarden: is 33 jaar en woont met haar lief in Rotterdam. Ze is mama van Stevie Sue* (30-12-2017) & Sep (13-04-2019) en werkt als kleuterjuf op een basisschool. Na het verlies van Sue leert zij ontzettend veel van het leven en gebruikt deze leerervaringen als inspiratie voor het schrijven.