Oudere blogs

oudere-blogs-overzicht

Kan ik ook patent aanvragen?

Hoe leuk is het als een kindje geboren wordt op dezelfde datum als jijzelf of op de datum van een van je dierbaren? Of als een kindje hetzelfde heet als een van je kinderen? Ik voel dan altijd een soort trots in mij opkomen. Hoe leuk ik dit vind bij Lif, Sef, Ferre of mijzelf, zo moeilijk vind ik dit weer wanneer een kindje geboren wordt op 11 augustus of ook Fiene heet.

Fiene werd geboren op de prachtige datum 11-8-’11, een datum die zo veel voor mij betekent. Van het ene op het andere moment veranderde mijn leven, van de ene op de andere dag had ik een leven voor en een leven na 11-8-’11. Bijna 11 jaar geleden alweer. Na het eerste jaar dacht ik dat ik na alle seizoenen zonder Fiene meegemaakt te hebben vast de hele wereld weer aan kon. Op 12-8-’12 zou mijn leven weer normaal zijn…helaas, was het maar zo… of toch niet. Want een leven zonder ooit nog Fienes naam uit te mogen spreken zou voor mij ook geen leven zijn.

Fiene, geboren op 11 augustus. 11 augustus en Fiene die mijn leven compleet op de kop hebben gezet. 11 augustus is en blijft voor ons Fienes dag. Fienes naam, de naam van onze dochter Fiene, die veel te kort bij ons was. Dat er ook andere mensen Fiene heten of geboren zijn op 11 augustus, dat klopt niet in mijn hoofd, dat klopt niet in mijn hart. 11 augustus is toch onze Fienedag en de naam die alleen ons meisje draagt?

Het is lastig, pijnlijk en ook weer heel mooi dat mensen op zo’n mooie Fienedag jarig mogen zijn, mogen trouwen of een feestje mogen vieren. Het is lastig, pijnlijk en ook weer heel mooi dat mensen Fiene ook zo’n mooie naam vinden. Lastig, pijnlijk, confronterend en heel mooi. Dat laatste moet ik proberen vast te houden. Welkom alle lieve Fienes en alle kinderen die nog geboren mogen worden op 11 augustus. Zoals we op Fiene haar geboortekaartje wilden schrijven: Welkom, leef je leven, lach en geniet!

lees meer...
oudere-blogs-overzicht

Je was nog maar een baby

Gelukkig kende je hem nog niet”
“Een ouder kind verliezen is veel erger”
“Hij was gelukkig nog maar een baby”

Zo maar wat opmerkingen die ik na het overlijden van Lev kreeg van mensen uit mijn omgeving.
En eerlijk: mogelijk heb ik zelf ooit, voor het overlijden van Lev, soortgelijke dingen gedacht over anderen.
‘Gelukkig´ kan ik mijn situatie niet vergelijken met de situatie waarin je een ouder kind verliest. Ik weet alleen hoe het is om en baby na de geboorte te verliezen.

Samen leven we naar het einde van de zwangerschap toe. We maken langzaamaan alles gereed voor jouw komst. Met liefde kiezen we een kamertje, de mooiste babykleertjes en de liefste namen.
We bereiden ons voor op het ouderschap, fantaseren hoe het zal zijn. Je bent ons eerste kindje en we weten nog niets van hoe het ouderschap eruit ziet.
Mijn buik groeit en daarmee het verlangen naar jou ook.

En dan draait ons leven volledig om. Je wordt geboren, maar overlijdt na enkele minuten in mijn armen. Je bent het prachtigste kindje dat we ooit zagen. We bewonderen je schattige oortjes en je kleine neusje.
We knuffelen je oneindig, geven je duizend kleine kusjes en dekken je telkens met liefde toe.
We nemen je mee naar huis. Ons huis, dat in de afgelopen maanden klaargemaakt werd voor jouw komst. Van met z’n tweeën naar een echt gezin. De box staat al in de kamer. We hebben hem net gekocht en wilden kijken hoe hij stond. Jij ligt er niet in, je zal er nooit in liggen.
Eenmaal leggen we je in het splinternieuwe wiegje. Het is jouw wiegje immers, met zoveel liefde uitgekozen.
Daarna moet je gauw weer in het mandje, dat koude mandje met koelelementen.

Na jouw afscheid keren we terug naar huis. Er is geen kindje dat op ons wacht. Geen oudere kindjes waarvoor wij door moeten. Er is een kamertje met een leeg bedje en een kast vol kleertjes, die niet gedragen zullen worden. En er is een lege buik, een vreselijk lege buik.
Er is niets meer om voor door te gaan, mijn hart is gebroken, in honderdduizend stukjes en ik weet niet of het ooit nog gemaakt kan worden.

Niemand heeft jou zien opgroeien. Niemand heeft herinneringen met jou kunnen maken. Niemand heeft genoten van wie jij bent, of was. Niemand, nee echt niemand zal ooit kunnen zeggen: “Weet je nog, die ene keer toen Lev dat deed?” Niemand zal het hebben over je mooie ogen, je prachtige lach, of je streken. Niemand zal je kennen, zelfs ik niet.

Wij zijn gewoon weer met z’n tweeën. Voor de buitenwereld is er niets veranderd. Als je ons niet kent weet je niet dat wij ouders zijn geworden. Het staat niet op ons voorhoofd en de box en het wiegje zitten weer in de doos. We zijn onzichtbare ouders met het grootste verdriet. Terwijl we rouwen weten we niet hoe onze toekomst eruit komt te zien. Je bent ons eerste kindje en we weten niet of er ooit een levend kindje mag komen.

Je was nog maar een baby.
We kenden je nog niet.
Maar elke dag die volgt, zal pijnlijk zijn, juist omdat we jou niet mochten kennen.

lees meer...
oudere-blogs-overzicht

Een nieuwe baan, een nieuw begin?

Na het overlijden van Saar ben ik lang thuisgebleven van mijn werk.

Aan het einde van mijn geboorteverlof werd duidelijk dat ik nog niet in staat was om weer te gaan werken. Ik heb hier enorm mee geworsteld. Waar doe je op zo’n moment goed aan? Mijn werk, met mensen met autisme, zou mijn volledige aandacht vragen.Ik vond dat mijn cliënten geen ‘last’ moesten hebben van mijn verdriet en rouw. Na overleg met mijn werkgever ben ik langere tijd ziek thuis gebleven.

Na een aantal maanden begon ik voorzichtig met opbouwen. Er was erg veel begrip voor de situatie, ook nadat ik had verteld dat ik weer in verwachting was. Ze begrepen dat dit stress met zich meebracht en ik kreeg aangepaste werkzaamheden. Na de geboorte van Gijs zou ik weer starten met mijn taken en volledig gaan werken.Vlak voordat ik met zwangerschapsverlof ging werd mijn contract helaas niet omgezet in een vast contract. Dat zorgde natuurlijk voor heel veel gemengde gevoelens.

Na de geboorte van Gijs begon ik weer met solliciteren, wat best lastig was met een klein mannetje had waar ik van wilde genieten. Daarnaast was ik nu nog actiever aan het rouwen over de dingen die ik met Saar heb gemist.

Na de zomer begon ik met mijn nieuwe baan. Een nieuw begin. Het leek me ergens wel fijn, dat ik daar gewoon Tamara zou zijn. Niemand wist nog van het verdriet dat ik altijd met mij mee zou dragen. Wilde ik dat ze dit zouden weten? Of wilde ik Saar voor mijzelf gaan houden? Vragen waar ik lang mee heb gestoeid.

Het verdriet rondom Saar was er nog steeds, alleen niet meer zo intens als eerder. De trots was alleen maar groter geworden, want Saar heeft mij moeder gemaakt. Ik ben moeder van een dochter én een zoon. Ik zou haar dus ook op mijn nieuwe werk benoemen.

Lang heb ik erover nagedacht hóe je dat dan doet. Vaak komt er een vraag als ‘Heb je kinderen?’ of ‘Oh, is Gijs jullie eerste kindje?’ Dat lijken normale vragen, maar ze voelen voor mij heel beladen. Hoe mooi ik het in mijn hoofd ook had geoefend, uiteindelijk kwam het er hakkelend en wellicht wat gehaast uit. Al snel dacht ik dat ik het anders had moeten doen, maar er is nooit een goed moment of een goede manier om zoiets te vertellen. Je choqueert mensen er altijd mee en ik was eigenlijk al lang blij dat ik er tegenwoordig zonder tranen over kan praten. Mijn collega’s mogen best weten dat ik ook mindere dagen heb, bijvoorbeeld rond de jaardag van Saar gecombineerd met kerst. Dan is het alleen maar fijn als ze mij mijn eigen gang laten gaan en mij niet te veel op de lip gaan zitten.

Het is dan wel een nieuwe baan, maar dat nieuwe begin – daar pas ik voor. Ik wil Saar niet wegstoppen en ook zij hoort in mijn ‘nieuw begin’ thuis.

lees meer...
oudere-blogs-overzicht

“Was ik er dan nooit geweest?” (deel 2)

<<Deel 1 kun je hier lezen

De opmerking van de jongen op de basisschool: “Als mijn broertje niet dood was gegaan, was ik er dan niet geweest?” heeft me nog meer aan het denken gezet.

Want ook ik was er niet geweest als mijn ouders hun eerste kind niet verloren hadden. Ik ben ook het derde en niet het tweede kind, zoals ik me wel altijd gevoeld heb. Mijn ouders verloren hun eerste kind ook in de zwangerschap, precies zoals mijzelf is overkomen. Ik heb dus nog een broer of zus, hoewel ik daar verder nooit over nadenk. Het is geen ‘issue’, waarschijnlijk omdat ik mijn ouders hier verder nooit over heb horen spreken.

Mijn ouders hebben hun eerste kind verloren in een heel andere tijd, ruim 40 jaar geleden. Van de minimale verhalen die ik van hen hoor, werd er niet gesproken over baby’s die tijdens of net na de zwangerschap overleden. Ook mijn ouders hebben dit zo ervaren. ‘Je moet door,’ was het motto destijds.

Mijn moeder heeft haar kind niet gezien. Het werd meteen weggenomen. Wel is het begraven, maar zonder dat er iemand bij was. Het is niet eens helemaal duidelijk of het een jongen of meisje was. Hoe triest. Alle herinneringen zijn weggenomen.

Ook familie of vrienden vroegen er niet naar, er werd over gezwegen. Het lijkt me een erg eenzame tijd te zijn geweest.

Hoe anders is het nu. Ik heb Tijn bij me gehouden, hem aangekleed. Ik heb hem kunnen aanraken en geroken. We hebben hem een naam gegeven, een geboorte-/rouwkaartje gemaakt, hand- en voetafdrukken kunnen maken en foto’s. Er was een kleine uitvaart. Wij hebben afscheid van hem kunnen nemen. En iedereen weet dat hij heeft bestaan.

De aandacht die er voor ons was, maakt dat ik me gesteund voelde. Dat dit mij is overkomen en dat ik daar over mag praten, maar zeker ook de erkenning dat Tijn wel degelijk heeft bestaan. Het maakt ook dat ik soms niet begrijp hoe dit vroeger zo anders kon gaan en hoe mijn ouders hierin stonden, terwijl hen precies hetzelfde overkwam.

Toen Tijn overleed confronteerde dit mijn ouders opnieuw met hun eigen verlies. Zij spraken er weer met elkaar over. En ook met mij, maar nog steeds minimaal. Het bracht ook veel onduidelijkheden en vraagtekens met zich mee. Helaas zijn de antwoorden hierop niet meer te achterhalen.

De geschiedenis herhaalt zich. Dat is ook voor de toekomst een gegeven om rekening mee te houden. Wanneer Tinne ooit kinderen wil, zullen we dit natuurlijk met haar bespreken. Omdat nooit helemaal duidelijk is geworden wat de oorzaak van het overlijden van Tijn was, is de kans aanwezig dat ook zij te maken krijgt met het verlies van een kind.

Ik hoop dan, dat wij haar kunnen steunen en dat zij ook voelt dat haar verdriet om deze baby er mag zijn. Iets wat ik ook mijn ouders gegund had.

lees meer...
oudere-blogs-overzicht

Op de wip

We zijn op vakantie en zitten op het terras. Ik zie een moeder met een dochter voorbij lopen die samen aan het winkelen zijn, aan de tassen in hun handen te zien. Verdriet overvalt me ineens terwijl ik hiernaar kijk. Dat ga ik nooit met Fem kunnen doen. Toen ik een jaar geleden net zwanger was van haar was dat toch wel een van de dromen die ik had bij het krijgen van een dochter. Ik hoopte vooral dat ik met haar net zo’n bijzondere band zou krijgen zoals ik met mijn eigen moeder heb.

Daar zit ik dan, huilend op het terras. Het verdriet en de pijn overvalt me ineens en ik kan de tranen niet tegenhouden. Het voelt stom, maar eigenlijk ook weer fijn. De spanning van de afgelopen weken lijkt hiermee wat van me af te vallen. Spanning die ik onbewust misschien toch meer heb dan dat ik door heb gehad. Ik ben ondertussen namelijk alweer ruim 15 weken zwanger van ons tweede wonder.

De afgelopen weken waren fijn. We hebben de zwangerschap een paar weken geleden bekend gemaakt. Ik voel me goed, heel anders dan bij de zwangerschap van Fem. De eerste weken vond ik dat gek. Zou het wel goed gaan als ik mezelf zo goed voel? Waarom ben ik niet misselijk? Nu ben ik er vooral heel blij mee dat ik me zo goed mag voelen. De meerdere echo’s die we hebben gehad zorgen iedere keer weer voor meer vertrouwen. Al heb ik vanaf het begin gelukkig wel vertrouwen in deze zwangerschap.

Ondanks het vertrouwen is er ook angst. En die angst komt op sommige momenten heel hard binnen. Op die momenten ben ik bang om iets verkeerds te doen, bang dat het hartje stopt met kloppen maar vooral bang om dit kindje te verliezen. Gelukkig overheerst de angst niet, maar de momenten vol angst zijn wel heel moeilijk. Ook dan merk ik pas hoe diep dat die angst zit. Ik weet dat het erbij hoort en dat dit gevoel er ook mag zijn. We zijn heel blij en dankbaar met deze zwangerschap, maar ondertussen is het ook zo confronterend. Het verdriet van het gemis van ons lieve meisje loopt dwars door de blijheid en dankbaarheid van deze zwangerschap.

lees meer...
oudere-blogs-overzicht

Juliëtte’s* spullen

Een doodgewone oproep van mijn oude verloskundigepraktijk op Instagram. Een gezin (met weinig middelen) zoekt spullen voor een lief baby’tje dat ze gaan krijgen. Mijn gedachten gaan gelijk naar de maxicosi die ik vorige week naar de zolder heb gebracht. De mooie nieuwe maxicosi die ik kocht voor mijn lieve Juliëtte*. Drie keer heeft ze erin gezeten. Twee keer van het ziekenhuis naar huis en één keer terug naar het ziekenhuis.

Ik sluit mijn ogen en zie haar er bijna weer in zitten. Later gebruikte ik de maxicosi voor haar regenboogzusjes en broertje. Eigenlijk is hij meer van hen dan van Juliëtte*, maar zo voelt het niet. Ik kocht deze specifieke maxicosi speciaal voor haar. Een beetje aan de vroege kant in de zwangerschap, maar ach wat kon mij gebeuren. Ik had al twee kinderen en met deze zou het ook wel goedkomen, toch? Even wik en weeg ik in mijn hoofd. Ik heb niks meer aan een maxicosi. Mijn gezin is incompleet compleet. Er komen hier geen kindjes meer bij. Het is druk genoeg en ik ben dankbaar voor de prachtige kinderen die ik heb mogen krijgen. De maxicosi is nog hartstikke goed. We hebben geen ongelukken gehad, zijn er netjes mee omgegaan en daarnaast gingen onze kinderen snel in onze handige autostoelen. Hij zou nog makkelijk voor een kindje gebruikt kunnen worden.

Ik loop naar onze opslagruimte op zolder en ik zie de maxicosi staan. Als een standbeeld in een klein museum waar spullen staan die we niet of tijdelijk niet gebruiken. Zal ik hem weggeven aan iemand die er veel meer aan heeft dan ik? Ik voel een steek in mijn hart. Iedere keer als ik iets weg doe, lijkt het of ik Juliëtte* uitwis uit ons leven. Ik wrijf met mijn hand over de bekleding en ik observeer de maxicosi terwijl ik langzaam afstand neem. Ik pak mijn telefoon uit mijn zak en stuur een berichtje naar mijn oude verloskundigepraktijk. Ik heb wel een maxicosi die ze mogen hebben. Mijn hart zegt dat Juliëtte* niet zou willen dat ik vasthoudt aan spullen waar ik niks meer mee kan en vooral waar zij niks meer mee kan.

De beslissing is goed en het gezin wil de maxicosi graag hebben. Ik loop een rondje door mijn huis waar ik nog andere babyspullen die ik nog heb verzamel. Ook stop ik nog wat nieuwe babyspullen die ik nog heb maar nooit heb gebruikt in een tas. Ik breng samen met het regenboogzusje en -broertje van Juliëtte* de spullen weg. Als ik wegloop kijk ik niet om, maar ik voel hoe een traan mijn ooghoek vult. Heel zachtjes huil ik… want wat mis ik mijn lieve Juliëtte* en wat had ik nog graag nieuwe spullen voor haar gekocht. Maar toch ook ben ik trots op de stap die ik net heb gezet, want ik kan niet alles bewaren om maar te hopen dat ze ooit weer bij mij is.

Mijn leven gaat verder en ik moet door en dat ik spullen weggeef betekent niet dat ik haar wis uit mijn leven, maar juist dat ik haar op een nieuwe en andere manier mag vasthouden.

lees meer...
oudere-blogs-overzicht

“Was ik er dan nooit geweest?”

Onlangs mocht ik een ochtend meelopen op een basisschool om enkele lessen HVO (humanistisch vormingsonderwijs) te ervaren. Ik kwam in de groep en stelde mezelf voor. Als bijna vanzelf gingen we meteen de diepte in. “Hoeveel kinderen heb je?” Een vraag die ik inmiddels per situatie inschat op het antwoord dat ik geef.

Zelf praat ik meestal heel open over het feit dat Tijn doodgeboren is, maar ik heb gemerkt dat niet iedereen altijd hierop weet te reageren. Dat ongemak wil ik voor hen en mijzelf vermijden. De situatie leent zich er niet altijd voor.

Hier uiteindelijk wel. Er bleek genoeg ruimte voor. En nadat ik kort over Tijn verteld had, mochten de kinderen vragen stellen. Er volgde een vinger, en nog een. Meerdere vingers volgden en iedereen mocht zijn verhaal doen over zijn eigen ervaringen of gedachten hierover. Al gauw bleek dat er meerdere kinderen een broer of zus hadden die niet meer leefde. Soms lang geleden, soms korter. De een sprak echt over hun broertje, een ander meer over de gebeurtenis. Allemaal in dat ene klaslokaal. Zo blijkt maar weer hoe vaak het voorkomt en hoe weinig we dit van elkaar weten.

Een jongen zei: “Dan was ik er misschien niet geweest.” Er viel een stilte.

Mijn ouders wilden maar twee kinderen.” De lading die in deze opmerking zat was nog niet goed te peilen. Maar ik herkende de gedachte meteen.

Als Tijn nog zou leven, was Tinne er niet geweest. Waarschijnlijk. Heeft zij haar leven te danken aan de dood van haar broertje? Als je het zo bekijkt wel. Maar dat doet natuurlijk niets af aan het feit dat ze niet minder gewenst is. Zo is het nou eenmaal gelopen.

En uit de reactie van de jongen begreep ik dat hij dit precies zo ervoer.

Maar blijkbaar was het toch stof tot nadenken. Voor hem. En dus nu ook voor zijn klasgenoten.

Ik merk dat ik bepaalde herinneringen van toen heb ‘opgeslagen’. Zo ook het nagesprek met de gynaecoloog destijds. Het ging over de overlevingskansen bij een nieuwe zwangerschap. Zij vertelde dat sommige vrouwen de eerste zwangerschap zien als een soort offer voor het volgende kind dat wel gezond wordt geboren. Dat vind ik nogal luguber klinken. Ik zie Tijn totaal niet als offer. Ook niet ‘onbedoeld’. Wat dat betreft ben ik misschien te nuchter.

Gelukkig maar.

Het was een waardevolle les. Een les die niet alleen mij aan het denken heeft gezet, maar vooral een les die de gelegenheid gaf aan de kinderen om hun gedachten met elkaar te delen. Over een onderwerp dat normaal gesproken niet ter sprake komt of waar je makkelijk met elkaar over praat. De groep gaat nu naar huis met nieuwe kennis van elkaar.

En zelf ben ik blij dat ik weer even heb kunnen ervaren hoe fijn het is om hier openlijk over te kunnen praten.

lees meer...
oudere-blogs-overzicht

Angst

Is dit een voorgevoel waar ik naar moet luisteren? Of is dit een complete paniekaanval en heb ik mij later voor niets zo druk gemaakt? Ik weet niet waarop ik kan vertrouwen.

Duizelig. Misselijk. Mijn hart slaat wel 140 slagen per minuut. Alsof ik een flink aantal kilometers heb gerend, maar dat heb ik dus helemaal niet. Niets. Geen enkele meter. Ik zit op bed en verroer me niet. Ik heb het warm. Ieder moment denk ik dat ik flauw ga vallen, maar er gebeurt niets. Ik voel mij machteloos. Wat kan ik doen nu? Niets. Wachten. In de hoop dat ik gerustgesteld zal worden. Ik sta op en begin te ijsberen. Heen en weer in de kamer. Alsof seconden uren duren. Met mijn oren en ogen wagenwijd open. Iedere ademhaling kan ik horen en beleef ik intens. Ik blaas uit.
Is dit weer zo’n paniekaanval waarvan ik over een paar dagen zeg dat het dus nergens nodig voor is geweest? Dat ik die angstgedachten dus wéér heb toegelaten? Ik hoop het.

Ergens weet ik, dat ik mij dan schaam dat dit dan weer is gebeurd. Maar nu zakt de grond onder mijn voeten vandaan. Ik kan niet meer helder nadenken. Ik probeer mij ‘moed’ in te praten: dat als hij dan toch dood moet gaan, dat ik dan in ieder geval weet hoe het allemaal moet. En dan draaien we het bandje net als ruim vier jaar geleden gewoon weer af. Ik weet wie ik moet hebben. Ik weet wat ik dan allemaal moet regelen en wie ik moet bellen.

Onze jongste voelt zich duidelijk ziek. Hij ademt zwaar en veel. Hij voelt zich duidelijk benauwd en is echt zoals ze dat noemen ‘een dood vogeltje’. Ironisch genoeg schrijf ik dit nu zo, maar ik denk dit op dat moment dus ook echt. Dat hij dood gaat. Het eindigt bijna altijd in de dood, toch?!
Ruim 4 jaar geleden zou ik dit denk ik goed hebben kunnen handelen en zou ik kunnen denken dat het vast allemaal wel weer goed komt. Maar sinds onze eerste stilgeboren is, heb ik angstaanvallen. Of sterke paniekaanvallen. Comme si, comme sa. Voornamelijk wanneer onze jongens ziek zijn. Dan kan ik niet meer helder denken. Een intens en zenuwachtig gevoel overheerst. Donkere gedachten nemen de overhand. In mijn gedachten zie ik dan al een begrafenis voor me. Ik hoor de liedjes al die ik uit moet zoeken.

Ik reageer geïrriteerd naar alles en iedereen. Ik ben in alle staten. Doodmoe, maar uiterst alert. Mijn omgeving probeert me gerust te stellen, door te zeggen dat jonge kinderen vaker ziek zijn en echt wel weer beter worden. Ik wil dat op die momenten zo graag geloven en ervan uit kunnen gaan, maar het lukt me niet.

De struggle die ik dan voer is mindblowing. ‘Oké, is dit een voorgevoel waar ik naar moet luisteren en als ik dat niet doe dan… Of is dit een complete paniekaanval en heb ik mij later voor niets zo druk gemaakt?’
Ik weet niet waarop ik kan vertrouwen. Nemen mijn gedachten mij in de maling of is dit echt en moet ik dat sterke moedergevoel volgen…

Gelukkig zijn we nu een paar dagen verder en kijk ik naar een prachtig ventje dat zich alweer stukken beter voelt. En weer lacht. Hij is zichzelf. Heb ik mij toch weer druk gemaakt om niets. Uiteindelijk dan. Helaas heb ik dit alles zelf niet in de hand. Nog steeds niet. Na allerlei vormen van therapie en de boodschap dat ik alles al geleerd heb. Ik zal hier blijkbaar mee moeten dealen. Het hoort bij mij. Dit is wie ik nu ben. Het is deel van mij. Maar makkelijk is dit nog altijd zeker niet…

lees meer...
oudere-blogs-overzicht

De eerste dag van ons nieuwe leven

Op het moment dat wij, precies vier jaar geleden, de 20-wekenecho hadden wisten we nog niet dat dit de avond was waarop ons leven voorgoed zou veranderen. We waren zwanger van ons tweede kindje, een jongetje. Ondanks alle kwaaltjes genoot ik ervan om weer zwanger te mogen zijn en mijn buikje te zien groeien. Toch gingen we die avond een beetje gespannen naar het ziekenhuis voor de echo.

Hand in hand kwamen we het kamertje binnen. Deze echo was belangrijk en dat voelden we beiden. Zou ons kindje gezond zijn? Zou ik weer oneindig moeten wandelen en springen voor het juiste beeld?

Een jonge vrouw wachtte tot ik lag. Ze spoot de koude gel op mijn kleine bolle buikje en zette het echo-apparaat erop. Ze begon en ze bevestigde steeds dat het was wat ze hoorde te zien. Af en toe keken mijn wederhelft en ik elkaar aan en glimlachten we. Daarna keken we toch snel weer naar het scherm. Bij het hoofd werd de echoscopiste stiller en zei ze op een gegeven moment helemaal niets meer. Ik voelde dat de rustige sfeer omsloeg. Uiteindelijk verbrak ze de stilte en gaf ze aan dat ze even een collega ging halen.

Een oudere vrouw kwam binnen en keek uitgebreid naar het hoofd van ons kindje en maakte ook nog even een uitstapje naar zijn buik. Ze legde daarna het echo-apparaat neer en zei dat ze dit nog nooit had gezien. Dit was het moment dat ik echt onrustig werd en oogcontact zocht met mijn wederhelft, maar die luisterde naar alles wat er werd verteld over vervolgonderzoek. Van dat moment weet ik weinig meer. Ik dacht alleen maar aan dat kleine wonder in mijn buik. Het wonder waar iets niet goed mee was.

Achteraf gezien was dit het moment waarop we ons nieuwe leven binnenstapten. Of eigenlijk: dat we de volgende dag in een nieuw leven wakker zouden worden. Een leven vol vervolgonderzoeken, vragen, zorgen en uiteindelijk met verlies en heel veel verdriet.

Het besef van het nieuwe leven kwam pas na de geboorte en het overlijden van Mees. De dag van de 20-wekenecho voelt voor mij als de dag waarop ons leven veranderde. Vanaf dit moment ben ik anders naar de wereld gaan kijken en voel ik me ook anders. Een deel van mezelf ben ik kwijt. Maar door het gevoel van een nieuw leven is er ook sprake van een oud leven. Een leven waarin we relatief zorgeloos en gelukkig waren. Dat laatste zal ik niet snel meer zeggen. Dat voelt niet goed. Maar dat betekent niet dat ik dit nieuwe leven niet omarm. Alleen sta ik er nu anders in. Ergens denk ik dat ik uiteindelijk zelfs een mooier mens ben geworden. Ondanks dat er een deel van mijzelf mist en altijd zal blijven missen.

Het gebeurde vandaag, vier jaar geleden. We stapten ons nieuwe leven binnen zonder dat we dit doorhadden.

Mama van een sterretje

lees meer...
oudere-blogs-overzicht

Nieuwe zwangerschap

Tijdens mijn zwangerschap van Saar voelde bijna alles als vanzelfsprekend. Ik had een positieve zwangerschapstest in handen en zou over een ruime acht maanden een minimensje in mijn armen hebben. Zo simpel als dat 1+1 2 is. Natuurlijk waren de eerste weken spannend, begrijp mij niet verkeerd. Maar toen we bij zeven weken een hartje zagen kloppen op de echo, wisten we het zeker: wij krijgen een kindje. Het feit dat het ineens zo mis kon gaan, terwijl alles zo goed ging, heeft mijn onbezonnenheid weggenomen. Een half jaar na de geboorte van Saar was ik opnieuw zwanger. Een positieve test, ik had verwacht door het dolle heen te zijn. De vreugde maakte snel plaats voor angst: wat als het weer mis zou gaan? Bij Saar was het ten slotte ook pure pech geweest. Weer mochten we bij zeven weken voor een echo naar het ziekenhuis en gelukkig zagen we weer een mooi hartje kloppen. Wat een opluchting. Ik werd ditmaal onder controle van het ziekenhuis gezet, waar ik vaker op controle kon komen.

Vanaf 14 weken zwangerschap had ik om de week een controle. Daar zat ik tussen andere zwangere vrouwen. Sommigen druk in gesprek met hun partner: over hoe ze het kamertje in gingen richten, zou het een jongen of een meisje zijn en op wie zou de baby lijken? Ik kon alleen maar denken: ‘laat mijn baby nog in leven zijn…’ Ik was zo jaloers op de vrouwen die er op het oog zorgeloos bij zaten.

De spanningen eisten mentaal zijn tol, bij alles wat ik voelde raakte ik onzeker en in paniek. Tijdens mijn gehele zwangerschap ben ik denk ik nog wel 10 keer extra naar het ziekenhuis gegaan voor, wat bleek, gelukkig niets. Uiteindelijk besloot mijn gynaecoloog dat ik wekelijks op controle mocht komen. Op sommige momenten was dit nog niet genoeg en kon ik gelukkig altijd langskomen als ik dat nodig vond. De artsen snapte mijn angsten heel goed en lieten mij dus ook overal gewoon even voor langskomen. Na elke controle en elke echo liep ik zelfverzekerd het ziekenhuis uit, maar binnen een uur had ik al weer de angst dat het mis zou gaan.

Naarmate de weken vorderden en de kans op een levend kindje steeds groter werd, begon ik ook meer te genieten. Toch ben ik wel geleid door angsten tijdens mijn zwangerschap. Ik durfde bijvoorbeeld niet meer ver van huis te gaan. Mijn familie woont op ruim 1,5 uur rijden en na 16 weken ben ik die kant niet meer op gegaan. Ik was zo bang dat het dan daar mis zou gaan en ik had daar niet mijn ‘eigen’ ziekenhuis in de buurt. Met 21 weken en een dag ben ik met Robin en een vriendin uit eten gegaan om te vieren dat we dat gehaald hadden. Met 24 weken heb ik mijn schoonouders getrakteerd op taart: ons kindje was levensvatbaar. Met 34 weken heb ik nogmaals op taart getrakteerd: ons kindje zou nu geboren kunnen worden zonder hier blijvende gezondheidsproblemen aan over te houden.

Gijs bleek een grote baby te zijn en dit maakte dat ik met 38 weken ingeleid kon worden. Dit was voor mij een verademing: ik had een datum wanneer ik naar het ziekenhuis zou gaan en niet zonder baby thuis zou komen. 25 februari stonden wij ’s ochtends vroeg bij het ziekenhuis en uiteindelijk kwam hij 26 februari even voor middernacht bijna als vanzelfsprekend met luid gehuil ter wereld.

lees meer...
oudere-blogs-overzicht

Het ‘gewone’ leven

Juf, wanneer ben je er weer altijd?” vraagt een leerling, terwijl ze zich aan me vastklampt. Sinds ik weer aan het werk ben krijg ik deze vraag regelmatig. Het is heerlijk om weer met de kinderen uit mijn klas te werken.

Vaak krijg ik de vraag hoe het voelt om weer te werken. Maar ook of het goed gaat met me. Ja, het gaat goed. Het werken gaat prima, ik geniet van de kinderen om me heen. Maar het kost op sommige momenten ook nog wel veel energie. De perfectionist in me komt naar boven. Eigenlijk wil ik alles weer doen. Het voelt soms gek om weer op te bouwen en niet alles te kunnen. Terwijl ik eigenlijk goed weet dat dat niet kan en niet hoeft. Soms remt de omgeving me af. Maar er zijn ook momenten dat mijn lichaam de rem erop zet.

Deze momenten zijn eigenlijk altijd thuis. Als er rust is. Want als er rust is is er ook ruimte. Ruimte voor mijn gevoel en gedachten. Ruimte om deze de vrije loop te laten gaan en om ze toe te laten. Mijn emmer druppelt langzaam aan vol en stroomt dan in een keer over. Ik voel het vaak al aankomen, maar soms overvalt het me ook. Als de emmer eenmaal overstroomt lijkt er geen rem meer op te zitten. Alles komt er dan uit en dan kan ik het ook niet meer stoppen. Ik merk dat ik op deze momenten de pijn en het gemis van ons lieve meisje nog meer voel dan anders. In mijn hoofd komen er dan zoveel vragen. Vragen zoals: waar maak ik me eigenlijk druk om? Waarom is ons dit overkomen? Waarom mag ze niet gewoon bij ons zijn? En zo kan ik eindeloos doorgaan.

Aan de andere kant voelt het soms zo gek om te zeggen dat het goed met me gaat. Want ja, het gaat ook echt heel veel momenten goed. En dat is fijn en ik denk dat het zo ook hoort. Maar soms voelt het zo oneerlijk tegenover Fem. Ik heb echt weer moeten ervaren dat ik me fijn en goed mag voelen. Ik stel me gerust met de gedachte dat ze over ons waakt en bij ons is.

Het leven na verlies gaat door. Dat weet ik en dat is ook goed. Dingen oppakken als het weer kan en wanneer ik er weer ruimte voor voel. Maar ik besef hierdoor meer en meer dat ons leven niet is zoals het was voor de komst van Fem. En door het ‘gewone’ leven weer op te pakken komt steeds vaker het besef van hoe het nu had moeten zijn. Hierdoor zal het altijd met ups-and-downs blijven gaan.

lees meer...
oudere-blogs-overzicht

Vakantiedip

Ja hoor, daar is hij weer: mijn welbekende ‘na-de-vakantie-terugkom-dip’. Op vakantie zijn is ingewikkeld, thuiskomen is ingewikkeld, gezinsfoto’s zijn ingewikkeld. Man man man, waarom vind ik toch alles zo ingewikkeld? Ik merk dat ik vaak gewoonweg niet meer goed durf uit te spreken dat ik het moeilijk heb. Nog altijd voelt het verlies van Juliëtte* zo ongelofelijk zwaar. Ik mis een deel. Een deel van mij is weg en kan ik nergens meer vinden. Aan de ene kant wil ik het verdriet zo graag accepteren en roep ik tegen iedereen dat ze maar moeten accepteren dat het bij mij hoort. Maar kan ik zelf wel accepteren dat het verdriet een onderdeel van mij is? Ik vraag mijzelf zo vaak af wanneer het nu eens klaar is… maar het is nooit klaar. Ja, voor de buitenwereld lijkt het vaak klaar, maar nee, dat is het gewoonweg niet.

Op vakantie lopen we langs de boulevard. Onze kinderen zien mensen familiefoto’s nemen op het strand. Zij willen ook. Ik begrijp het. Foto’s zijn leuk en gezellig. De omgeving is mooi. Het weer is goed en iedereen is ontspannen. Een perfecte plek voor foto’s. Ik ga overstag. Het helpt dit jaar dat ik mijn Sam-Juliëtte* (onze knuffel in het geboortegewicht van Juliëtte*) heb meegenomen. Zij kan stand-in zijn zodat we er wat minder incompleet uitzien. Het helpt en ik verzamel alle moed om de foto’s ook daadwerkelijk te gaan maken. Maar de pijn van de foto’s zien is groot. Ze snijden als een mes door mijn hart want zíj is er nooit. Ik zet mijn eigen verdriet opzij, omdat ik weet dat deze foto’s belangrijk zijn voor later. En ja, ik geniet van mijn levende aanwezige kinderen. Ik geniet ervan als ze met ons spelen in het zwembad en als ik met mijn grote gezin ’s avonds aan het diner zit, maar de klap komt altijd. Zoals vandaag, de tranen lijken gewoonweg niet te stoppen. De eerste dag na thuiskomst kon ik het nog verhullen omdat ik alles, maar dan ook alles van de vakantie zo snel mogelijk wilde opruimen, maar daarna, daarna komt de klap, altijd en overal.

Terwijl de tranen over mijn wangen stromen zie ik mijn kaartendeck, dat ik onlangs van mijn lieve mama kreeg: ‘Kleine monnik, kaarten over levenslessen’. Ik besluit een kaart voor mijzelf te trekken, wellicht heb ik er vandaag wat aan. Ik trek de kaart ‘Wees jezelf en niet perfect’. Ik besluit vandaag mijzelf te zijn en het verdriet maar even toe te laten… wellicht dat mijn dip dan morgen weer wat is weggeëbd.

lees meer...
oudere-blogs-overzicht

Een laatste bericht aan mijn collega’s

Een baby, een stille baby…

Totaal onverwacht werd ik moeder van een overleden baby. Niets was meer zoals het was. Ik niet, het leven niet. Hoe moest ik ooit het leven, het werkende leven weer aangaan? Ik schreef regelmatig een mail naar mijn collega’s. Ik weet niet meer met welk doel of met welke reden. Ik weet wel, dat het mij hielp en mijn collega’s.

Oktober 2011

Lieve collega’s,

Daar ben ik weer! Ik vond het wel weer eens tijd om iets van mij te laten horen. De dagen vliegen eigenlijk nog steeds voorbij, met slapen, visite ontvangen, boodschappen doen, sporten, Fiene bezoeken en tja … met wat eigenlijk? Mijn leven voelt nog steeds niet normaal, hoewel ik de dagen best redelijk door kom. Sommige dagen voel ik me ‘gewoon’, stap ik met een goed gevoel mijn bed uit en is de dag helemaal zo slecht nog niet. Deze dagen heb ik gelukkig steeds vaker! Helaas overvallen de dagen dat ik met een slecht gevoel uit bed stap me nog steeds. Deze slechte dagen blijven vaak ook gewoon een slechte dag. Ben ik snel geëmotioneerd, boos op de hele wereld, kan ik geen baby, kinderwagen of zwangere zien! Ik voel dan zo intens het gemis van mijn kleine meisje! Ik voel het met mijn hele lijf. Mijn kaken doen pijn, doordat ik het verdriet tegen wil houden. Mijn lichaam trilt, voelt raar, mijn ogen zijn moe en ik heb nergens zin in. Heb alleen maar zin om naar Fiene toe te gaan en daar nooit meer weg te gaan. Ik wil het niet voelen, maar moet er toch doorheen. Ik moet erdoorheen om verder te kunnen. Maar diep in mijn hart wil ik dat helemaal niet. Ik wil de tijd terugdraaien! Weer zwanger zijn van Fiene, haar voelen dansen in mijn buik! De HEMA in lopen en alles voor haar kopen. Nu loop ik erlangs en zie ik echte Fiene-kleertjes: een mooie roze winterjas, kleine roze sokjes, een stoer rokje. Ik sta erbij en keek ernaar … ik loop maar door naar de bh’s, die kan ik wel gebruiken! Het afvallen gaat namelijk best goed, sporten is en blijft fijn! Heb Nederland in beweging wel ingeruild voor mijn eigen buikspieroefeningen! O ja en een corrigerend hemdje dat naast de bh’s hangt, best handig!

Sinds gisteren kunnen we gebeld worden door het ziekenhuis met de uitslag van de obductie! Sinds gisteren dus in de zenuwen, dat is aan ons beiden goed te merken. Konden we na een weekje wachten het best goed naast ons neer leggen, nu lukt dat totaal niet meer. Ik neem mijn telefoon overal mee naar toe. Als ik naar de wc ga, onder de douche sta, in de auto op mijn schoot … ik wil het telefoontje niet missen! Het is zenuwslopend! Morgen maar even het ziekenhuis bellen of er al meer bekend is. Een beetje druk zetten kan geen kwaad! We willen weten waar we aan toe zijn, weer bezig kunnen zijn met de toekomst zonder te zeggen dat we eerst maar eens moeten wachten op de uitslag! Dus wat de uitslag ook zal zijn, ik wil en moet het echt snel weten!

Gisteren is ook Fiene haar steen (glazen plaat) geplaatst. Drie weken eerder dan gepland! Niels en ik waren net naar de Intratuin geweest om violen en hei te kopen. Alle zomerplantjes eruit en de winterviolen en hei erin. Weer iets moois kunnen kopen voor Fiene en alle plantjes verzorgen, het geeft een fijn gevoel.

Dit keer was Intratuin echter niet een heel goede zet! Overal kerstversiering en sleeën … geen kerst en geen sneeuw met Fiene! Staan we daar … dikke tranen over onze wangen! Leuk zo’n uitje naar de Intratuin, iedereen kijkt ons aan! Ach, we kunnen er wel om lachen.

Bij Fiene aangekomen zien we de steen, weer dikke tranen! Wat is het mooi. Anderhalf uur hebben we lopen tuinieren. Plantjes verplaatsen, plantjes planten, de Hello Kitty’s poetsen, de lampjes verplaatsen, de uil, de knuffels en de windmolentjes! Het is zo mooi en zo fijn om er nog steeds elke dag even naar toe te gaan. Twee keer op een dag blijf ik toch het prettigste vinden, maar één keer is ook goed, als het zo uitkomt!

Ik hoop jullie snel te kunnen vertellen wat de uitslag is!

Liefs, Fleur

PS: jullie mailtjes, sms’jes, telefoontjes en kaartjes blijven fijn! Dank jullie wel!

lees meer...
oudere-blogs-overzicht

Een derde bericht aan mijn collega’s

Een baby, een stille baby…

Totaal onverwacht werd ik moeder van een overleden baby. Niets was meer zoals het was. Ik niet, het leven niet. Hoe moest ik ooit het leven, het werkende leven weer aangaan? Ik schreef regelmatig een mail naar mijn collega’s. Ik weet niet meer met welk doel of met welke reden. Ik weet wel, dat het mij hielp en mijn collega’s.

September 2011

Lieve allemaal,

Het is over twee dagen alweer vier weken geleden dat ik beviel van Fiene. Dat mijn leven een totaal andere wending nam, dan dat ik mij ooit had voor kunnen stellen. De afgelopen weken, eigenlijk de afgelopen maanden, zijn uit mijn gedachten gedreven. Mijn ontzwangerende lichaam past niet meer bij mij. Ik zie mensen naar me kijken en denken: is zij zwanger of iets te zwaar? Ik zou dan uit willen schreeuwen dat ik pas 3,5 week geleden bevallen ben van een heel mooi meisje! Dat mijn dochter na anderhalf uur reanimeren is overleden. Dat ik in plaats van zoveel keer per dag borstvoeding geven, twee tot drie keer per dag naar haar grafje ga om met ons gezin samen te zijn … om tegen haar te praten … om haar te laten zien hoeveel ik van haar hou! Maar dat doe ik niet. Ik weet niet of de mensen die kijken dat echt denken, ik weet het gewoon niet en wil het eigenlijk ook niet weten.

De dagen vliegen voorbij met niets doen. Slapen, douchen, wat eten, visite krijgen, af en toe wat in het huishouden doen, telefoneren en het ziekenhuis bezoeken! Ieders leven gaat door; dat van mij ook, maar op een heel andere manier. Trager, ik maak me minder druk over zaken waar ik me vroeger onwijs druk om kon maken, ik denk uren na over het avondeten en ga zo maar door.

Vandaag hadden we om 14.00 uur het gesprek met de gynaecoloog, de gynaecoloog in opleiding en de kinderarts voor de uitslag van de obductie. Gisteren werden we netjes gebeld dat de uitslagen inderdaad binnen waren en dat het gesprek door kon gaan. ‘s Avonds in bed werden we overvallen door zenuwen …lang hebben we gepraat. Wat kunnen we verwachten? Wat voor antwoorden willen we krijgen en welke antwoorden niet? Wat als het wel genetisch bepaald is? Wat houdt dat in voor onze kinderwens? Uiteindelijk vielen we wel in slaap …’s morgens waren de zenuwen nog steeds aanwezig. Ik kon mijn ogen moeilijk drooghouden, mijn spieren verkrampten geregeld en had pijn in mijn buik.

Om 12.00 uur ging mijn telefoon, privé nummer. Ik nam nietsvermoedend op. Het was de gynaecoloog … Uit de obductie is gebleken dat Fiene afwijkingen heeft aan haar nieren en longen. Met het blote oog zag alles er normaal uit, maar onder de microscoop was zichtbaar dat het weefsel van haar nieren en longen afwijkingen vertoonden. De patholoog-anatoom heeft het met meerdere collega’s bekeken, maar zij konden geen antwoord geven of het een aangeboren afwijking is of dat het bij een syndroom hoort.

Alles moet nogmaals bekeken worden door een kinderpatholoog-anatoom in Utrecht. Nu moeten we vier tot zes weken wachten op de uitslag van de kinderpatholoog-anatoom. Als deze aanwijzingen heeft voor een bepaald of bepaalde syndromen dan zal ons DNA onafhankelijk van elkaar onderzocht worden en als match.

Dit onderzoek duurt maximaal zes maanden. Al met al zou het in het ergste geval nog 7,5 maand duren voor we echt weten waar Fiene aan overleden is en wat dit inhoudt voor onze kinderwens.

Wat een nieuws! Er viel gelijk een last van mij af. Fiene is overleden, omdat zij echt iets mankeerde. Wat een opluchting, wat fijn dat haar een ziek leven bespaard is gebleven en wat fijn dat ze nooit pijn heeft gehad! Ik voelde me opgelucht, blij! Maar binnen enkele minuten overviel mij de uitslag. Wat houdt dit in voor de toekomst? Wat als het genetisch is en wij samen nooit een gezond kindje op de wereld kunnen zetten? Dat we voor altijd met zijn tweeën blijven, geen klein Fleurtje, geen klein Nielsje … dat wil ik niet, dat mag niet!

Om 14.00 uur ging het gesprek gewoon door. Al onze vragen werden beantwoord. De uitslagen zullen ervoor zorgen dat we echt gerichte antwoorden zullen krijgen. We kunnen nu niets anders doen dan rustig afwachten. Een rem op onze gedachten zetten, zodat we niet langzaam gek worden van de onzekerheid.

Veel liefs, Fleur

lees meer...
oudere-blogs-overzicht

Een tweede bericht aan mijn collega’s

Een baby, een stille baby…

Totaal onverwacht werd ik moeder van een overleden baby. Niets was meer zoals het was. Ik niet, het leven niet. Hoe moest ik ooit het leven, het werkende leven weer aangaan? Ik schreef regelmatig een mail naar mijn collega’s. Ik weet niet meer met welk doel of met welke reden. Ik weet wel, dat het mij hielp en mijn collega’s.

September 2011

Lieve collega’s,

Ook nu weet ik even niet waar ik beginnen moet. Wat een aandacht voor ons meisje en voor ons. Niet alleen van de tienerafdeling en de PSA, maar we ontvangen ook kaarten van artsen, vrijwilligers, divisie bestuur, opnamebureau, J., Dr. W. en hun team … echt, ik weet gewoon niet wat ik zeggen moet. Het geeft ons zoveel steun! Elke dag ontvangen we nog zo’n 20 kaarten. Niels en ik gaan er echt voor zitten. Niels opent de enveloppen en leest alles voor. Ik maak twee stapels. De lege enveloppen voor in de papierbak en de kaarten voor in de doos. Ik heb laatst alle kaarten weer even gelezen. Dikke tranen lopen dan over mijn wangen, alle woorden zijn fijn. Er zitten soms prachtige gedichten en woorden bij. Die liggen boven op de stapel.

Woensdag bij het afscheid van Fiene waren er ook zoveel mensen. Joop, de begrafenisondernemer, werd er zenuwachtig van! Wij vonden het fijn, heel fijn! Al die mensen, al die bloemen, al het roze … als ik nu iets roze zie gaat mijn hart gloeien … mijn kleine, roze Fiene!

De nachten gaan goed. We gaan laat slapen en worden laat wakker, maar slapen wel door. We hebben samen afgesproken om de ander wakker te maken wanneer je ‘s nachts wakker ligt. Samen huilen en piekeren is veel prettiger dan dat je dat in je eentje moet doen.

Overdag gaat het nog steeds met ups en downs. We gaan twee keer per dag naar Fiene toe. ‘s Morgens zitten we dan ruim een uur bij haar op een bankje. Te kijken naar de prachtige bloemenzee, te huilen, te lachen en te praten. Het is heel prettig om dan bij haar te zijn. We worden er heel rustig van. Ons mooie meisje, zo dicht bij ons. ‘s Avonds gaan we korter en is het ook een stuk moeilijker … mijn kleine meisje achterlaten in het donker, helemaal alleen. Dat klopt niet voor mijn gevoel … mijn moedergevoel! Dat moedergevoel krijg ik steeds meer. Ik ben mama van Fiene en dat neemt niemand meer van mij af! Toch is het vreemd, ik zal nooit mee kunnen praten over de slapeloze nachten, darmkrampjes, welke basisschool je kiest, welk merk schoentjes beter zijn voor haar voetjes … en dat voelt zo oneerlijk! Alles is zo dubbel … ons gevoel, alle aandacht, onze emoties, lachen, huilen, tv kijken, iets lekkers eten en ga zo maar door. Hoe kan ik nou genieten van een chocoladereep, terwijl Fiene niet meer leeft? Hoe kan ik nou lachen, terwijl mijn hele lijf pijn doet van het verdriet?

Woensdag moeten we weer het ziekenhuis toe. Eerst een gesprek met de kinderarts, arts-assistent en de gynaecoloog die bij de bevalling en reanimatie van Fiene waren. De eerste uitslagen van de vele onderzoeken krijgen wij dan terug. Spannend, want wil ik nou wel of niet dat er iets gevonden is? Aan de ene kant wel, waarom nam Fiene geen zuurstof tot zich? Waarom is ze zo klein geboren? Waarom klopte haar hartje nog wel toen de navelstreng nog aan haar zat? Maar aan de andere kant wil ik geen antwoorden. Wat als het iets erfelijks is of een bepaald syndroom? Wat zal dat dan inhouden voor onze wens om een heel groot gezin te vormen? Na het gesprek met de artsen hebben we een gesprek met maatschappelijk werk.

Nogmaals wil ik jullie bedanken voor alle aandacht in welke vorm dan ook. Ik reageer vaak niet op sms’jes en mailtjes, maar het is onwijs fijn om ze te ontvangen! Weet dat jullie nog steeds welkom zijn bij ons thuis. Nu, maar ook later. Bijna elke dag komt er nu een aantal vrienden of familie langs. Soms ook even een dagje niet. Dat is ook fijn, even met zijn tweeën. Als ik dit op schrijf voelt het weer dubbel, want het liefst schrijf ik op “met zijn drieën”! Met ons gezinnetje. Ik hou ermee op… anders blijf ik schrijven.

Veel liefs, Fleur

lees meer...