Een paar maanden nadat ik mijn kindje Moon ben verloren, maakte ik de keuze om er op mijn eigen Instagram-account iets over te posten. Ik heb haar 20 weken mogen dragen, maar gek genoeg had ik nooit iets over haar gedeeld. En dat is niet echt een bewuste keuze geweest. In mijn naaste omgeving was wel ‘gewoon’ bekend dat ik zwanger was, maar ik verloor mijn kindje voordat ik aan de grote, digitale klok had gehangen dat ze zou komen en daar had ik moeite mee.
Ik was uitgevallen van werk, al mijn projecten en plannen stonden stil en ook online werd ik stiller, terwijl ik daar normaliter best aanwezig was. Maar nu wilde ik delen over Moon. Ook al heb ik een klein privé-account, ook de buitenste kringen mogen over haar weten. Dus zo geschiedde: ik maakte een post en deelde over haar korte bestaan. Daar kwamen reacties op; uiteraard. Veel lieve, steunende reacties. Daarnaast waren er mensen die vanuit hun eigen ervaring reageerden. Dit vond ik ontzettend fijn – niet dat zij die situatie hebben moeten meemaken, want dat gun ik natuurlijk niemand, maar wel dat zij mij vanuit die ervaring lieten weten dat ik niet alleen was.
Ik herinner me ook nog dat iemand haar verhaal deelde met mij, en vervolgens vroeg naar mijn ervaring. Toen ik daarover vertelde, zei ze met meer of mindere woorden: “Oh jeetje, wat jij hebt meegemaakt is veel erger!” En dat deed iets met mij; het raakte me. Het raakte me, omdat ik het schrijnend vond dat zij haar miskramen als minder erg wegzette. Dat zij haar eigen verdriet misschien wel als onterecht beschouwde tegenover het scenario van iets “ergers”.
Haar woorden hebben mij de aanleiding gegeven om te zeggen: elke vorm van verlies telt. Alle emoties die daarbij loskomen, mogen er zijn. Laten we alsjeblieft proberen om de zwaarte van verlies niet met elkaar te vergelijken, daarmee doe je jezelf écht tekort. De ene gaat het liefst na een korte tijd weer werken, de ander heeft een langere tijd nodig om te leren leven met het verlies. Zoveel mensen, zoveel vormen van rouw en verlieservaringen die er zijn.
Laten we niet vergelijken, maar verbinden. Want er is één gemene deler: we hebben dit geen van allen zo gewild.
