0

Categorie: Blog

Vijf jaar

Vijf jaar

Vijf jaar geleden werden Samuel en Matthias geboren. 2021, we noemen het ons ‘rampjaar’. Een ramp, omdat ons grootste geluk – nog maar heel klein – zo vroeg verdween. Een droom, een toekomstbeeld, levensdoelen: alles viel in duigen. 

Na vijf jaar kunnen we het eigenlijk nog steeds niet accepteren. We weten ook dat dat niet hoeft. En dat dat eigenlijk ook niet kan, omdat de liefde en het gemis groter zijn. Het verdriet is niet om in een doos te stoppen, op zolder te zetten en op te bergen als een herinnering. Het kan simpelweg niet weggezet worden. Het blijft een dagelijks onderdeel van ons leven. Misschien wel meer dan dat: het heeft ons bestaan doortrokken, als water dat in een spons wordt opgenomen. 

De rouw stroomt als het ware door ons bloed. Dat is te merken aan hoe we in het leven staan, aan wie we zijn en aan ons doen en laten. Ook de liefde voor onze jongens stroomt door ons bloed. Het is geconcentreerder aanwezig dan de rouw. Toch zijn deze twee onlosmakelijk met elkaar verbonden. 

Vijf jaar liefde en rouw verder is er iets meer evenwicht en overzicht gekomen in ons bestaan. We maken weer plannen, hebben doelen en stellen grenzen. Plannen, waar eerst de zin daarvoor ontbrak. Doelen, waar eerst de moed daarvoor onvindbaar was. Grenzen, omdat we andere prioriteiten hebben en veel dingen toch meer energie slurpen dan voorheen. We zetten kleine en grote stappen, met vallen en opstaan. Misschien groeien we met Samuel en Matthias mee, met hoe ze nu geweest zouden zijn… 

Vandaag schrijf ik mijn laatste blog voor Stille Levens. Er is weliswaar nog genoeg om over te schrijven, maar ik merk dat het me steeds meer vergt om over onderwerpen als stilgeboorte, rouw en dergelijke te schrijven. Niet om dan alles maar in een doos voor op zolder te stoppen. Dat gaat niet en dat hoeft niet. De liefde en rouw stroomt door onze aderen. 

Soms heb je een wond (het Griekse woord voor ‘wond’ is ‘trauma’). Bloed heeft de eigenschap deze wond zelf te dichten. Toch gaat de wond weleens open. Omdat je ergens tegenaan schuurt. Eraan krabt. Of iemand anders trekt hem open. Dan doet het pijn en moet je herstellen. En laten er nu net geen geschikte pleisters beschikbaar zijn! De liefde en de rouw moeten het werk doen. 

Voor mij is er nu een periode aangebroken waarin ik probeer de wonden zo goed en zo kwaad als kan te beschermen. Littekens zullen altijd blijven en diepe wonden ook. Maar ik wil ervoor waken dat ze te snel weer openbreken. Concreet betekent dit dat ik over Samuel en Matthias wil blijven praten. De liefde en rouw zitten immers in het bloed en het bloed stelpt de wond. Maar actief blijven schrijven over het hoe en wat er allemaal is gebeurd, in het ziekenhuis, bij het graf, thuis en buitenshuis, daar wil ik wat minder aandacht aan besteden. 

Immers, met ‘wat als…’, of ‘waardoor kwam het?’ of al de opmerkingen die op de ‘bingokaart’ staan, kan ik niets. We krijgen de jongens er niet mee terug. En het leidt af van de kern: liefde en rouw. En dan vooral de liefde. De liefde voor Samuel en Matthias.

ontelbaar veel klompjes drijven als bootjes op het water
kinderklompjes klotsen op de golven van de rivier
ze drijven richting de zee, waar het groots is en wijds
op de oever staan grote klompen
vader- en moederklompen en nog andere daarbij
ze roepen: ‘gaan jullie alvast richting de zee
de wind brengt jullie wel thuis
wij moeten hier nog wat werken
maar als dat klaar is, gaan we ook het water op
en varen naar jullie, om jullie weer te zien
roep ons maar in de wind
vaarwel, tot straks, mijn lieve kind’

lees meer...
Terwijl zij groter worden

Terwijl zij groter worden

Ik kijk naar de regenboogzusjes en -broertje van Juliëtte en zie hoe zij groter worden. Ze vieren hun verjaardagen, zetten nieuwe stappen en ontwikkelen zich ieder op hun eigen manier. Ik zie hoe hun gezichten veranderen, hoe hun wereld steeds een beetje groter wordt en hoe ze langzaam uitgroeien tot de mensen die ze zullen zijn. Daar ben ik intens dankbaar voor.

Ik koester hun verjaardagen, hun verhalen, hun eigenaardigheden en zelfs de dagelijkse drukte die bij een gezin hoort. Ik weet hoe bijzonder het is dat zij er zijn. Misschien weet ik dat zelfs iets te goed, want sinds Juliëtte overleed, is niets in het leven nog vanzelfsprekend.

Tegelijkertijd is het soms moeilijk om hen groter te zien worden. Iedere leeftijd die zij bereiken, is een leeftijd die Juliëtte nooit heeft mogen meemaken. Bij iedere verjaardag groeit niet alleen een kind, maar wordt ook de afstand tot haar groter. Zij bleef zeventien dagen oud. Voor altijd mijn kleine meisje. Haar broertje en zusjes gaan verder. Ze leren lopen, praten, lezen, fietsen. Ze krijgen dromen, vriendjes, voorkeuren en een steeds duidelijker eigen karakter. En ik mag daarvan genieten. 

Toch loopt ergens ook altijd de gedachte mee aan alles wat ik bij haar nooit zal zien. Die twee gevoelens bestaan naast elkaar. De vreugde om wie zij zijn en het verdriet om wie zij had kunnen worden. 

Sinds het overlijden van Juliëtte merk ik bovendien dat mijn belastbaarheid kleiner is geworden. Alsof er na haar dood minder ruimte in mij overbleef om alles te dragen. Geluid, drukte, zorgen, afspraken en de voortdurende verantwoordelijkheid voor een gezin kunnen mij sneller te veel worden dan vroeger. Soms voel ik mij daar schuldig over. Juist omdat ik zo dankbaar ben voor mijn kinderen, vind ik dat ik alles aan zou moeten kunnen.

Maar dankbaar zijn betekent niet dat iets nooit zwaar mag zijn.

Rouw heeft iets blijvends veranderd. Het heeft mij bewuster gemaakt van de schoonheid van gewone dagen, maar ook gevoeliger voor alles wat het leven van mij vraagt. Naast alle liefde en dankbaarheid draag ik een wond met mij mee die nooit helemaal verdwijnt. Dat vraagt soms om rust. Om even terugtrekken. Om erkennen dat het vandaag genoeg is geweest.

Mijn kinderen groter zien worden, laat mij voortdurend voelen hoe dicht liefde en verdriet bij elkaar liggen. Ik kan intens gelukkig zijn en Juliëtte tegelijkertijd verschrikkelijk missen. Ik kan trots zijn op een nieuwe mijlpaal en toch even moeten slikken. Het één maakt het ander niet minder waar.

Misschien is dat wat ik in al die jaren heb geleerd: we hoeven onze gevoelens niet tegen elkaar af te wegen. Dankbaarheid hoeft verdriet niet weg te drukken. Liefde vraagt niet dat we altijd sterk zijn. Juist door zachter te zijn voor mijzelf, houd ik ruimte over om werkelijk aanwezig te zijn. Voor de kinderen die ik zie opgroeien én voor het kleine meisje dat altijd met ons meegroeit, niet in jaren of lengte, maar in liefde.

Want waar liefde blijft, blijft ook haar plek bestaan.

lees meer...
De zomer voorbij

De zomer voorbij

Al zolang ik me kan herinneren, houd ik van de zomer. Zonder jas naar buiten, vogeltjes die fluiten, lange avonden buiten zitten en de zon op je snoet. Het licht, de warmte en de vrolijkheid van mensen om je heen. De bomen zijn groen, de bloemen in bloei, alsof het leven je toelacht. Terugkijkend op de afgelopen jaren lijkt er ook een soort naïviteit in te zitten. Alsof de zon alle problemen kan oplossen. Nu haalt de harde realiteit me soms in.

Als je je kind verliest, lijkt de zomer namelijk ineens een stuk minder vrolijk. Waar de zomer altijd vol warmte en vrolijkheid zit, is het nu juist een harde confrontatie met wat nooit gaat zijn. Kinderen die vrolijk buiten spelen, gezinnen die op vakantie gaan, dagjes weg, op het terras of samen naar het zwembad. De harde confrontatie met wat wij nooit zullen hebben. En de zon gaat echt wel weer schijnen, maar de warmte zal nooit meer hetzelfde voelen.

En juist in die confrontatie vind ik de verbinding met Lieke. Want ook als de zon schijnt, mis ik haar. En hoeveel warmte de zon ook geeft, het zal niet alles kunnen oplossen. Soms voel ik me vrolijker door de zon, en door de vlinders in de tuin voelt Lieke soms ook juist dichterbij. Maar soms vraag ik me ook af hoe de zon nog kan schijnen, hoe de wereld nog kan draaien, hoe mensen doorgaan met het leven alsof er niets veranderd is. Terwijl onze hele wereld is veranderd.

Aan het eind van de zomer komt vaak de grootste confrontatie. Dan komen de ‘terug naar school’-foto’s van de hele wereld voorbij. Of de ‘allereerste schooldag’-foto’s. En opnieuw word ik keihard geconfronteerd met dat wat we nooit zullen meemaken met Lieke. De vrolijke snoetjes van kinderen die een nieuwe levensfase tegemoet gaan, terwijl wij dat van ons eerste kindje nooit zullen zien.

En soms zit de grootste confrontatie in hoe andere mensen het voor lief lijken te nemen. Hoe vaders en moeders staan te klagen over hoelang de vakantie duurde, of hoeveel werk het is om alle spullen te kopen voor een nieuw schooljaar. En soms zou ik willen schreeuwen, dat ze dankbaar moeten zijn en dat ze géén idee hebben hoe verschrikkelijk het is om al het geklaag te horen als je eigen kind dood is.

Zomaar ineens gaan we ons dan langzaam voorbereiden op weer een nieuw seizoen, waarin de herfst zijn intrede gaat doen. Waarin we gezelligheid creëren in huis en met een kopje warme chocolademelk onder een dekentje op de bank zitten, terwijl de regen op de ruiten klettert. En ook dan mis ik haar, voel ik haar dichtbij en word ik geconfronteerd met het gemis. Maar dan zonder de zon op mijn snoet. Want elk seizoen zit vol gemis, ook al is de zomer voorbij.

lees meer...
Vakantiegemis

Vakantiegemis

Zandkastelen bouwen, schelpen zoeken, in de golven springen en spetteren met water… We hebben een fijne zomervakantie aan de Zeeuwse kust. Ik kan uren kijken naar hoe onze kinderen spelen op de camping en op het strand. Ook geniet ik enorm van de fietstochtjes die we maken, waarbij we door de ogen van onze kinderen naar de wereld mogen kijken. Noa zit bij mij voorop op de fiets en maakt dierengeluiden wanneer we koeien, schapen of paarden zien in de wei. Raf zit achterop bij Johan en is helemaal verwonderd over de molen met ronddraaiende wieken waar we voorbij fietsen. Door onze kinderen leren we de kleine dingen weer waarderen. 

Ik fiets rond over de camping op een skelter met een kar erachter waar mijn kinderen in zitten. Noa zit als de koningin te zwaaien naar iedereen die we voorbij fietsen. We trekken bekijks en mensen moeten erom lachen. We fietsen langs een stel met hun twee hondjes. Ze vragen ons hoe oud mijn kinderen zijn en hoe ze heten. De vrouw vraagt vervolgens: “En dan straks nog nummer drie erbij?” 

Het was even geleden dat ik hier een opmerking over kreeg. Deze keer komt de vraag binnen, het doet iets met me. Ik weet dat het een onschuldige vraag is en dat het met de beste bedoelingen gezegd wordt. Toch kan ik het niet laten om te zeggen dat Noa ons derde kindje is en dat we ook nog een kindje in ons hart hebben.

En dan is het er ook weer: rouw. Eigenlijk is rouw net als de zee aanwezig in mijn leven. De ene periode rustig en kabbelend en dan ineens zijn er hoge en ruwe golven die je niet aan ziet komen. Zo’n fijne periode met mijn gezin laat me ook weer beseffen dat we iemand missen binnen dit plaatje. Er had nog een meisje mee moeten spelen op het strand en op de camping. Zij had degene kunnen zijn die met haar broertje en zusje over de camping reed met de skelter.

Ik leer met de tijd om te gaan met het verlies, maar één ding is zeker: het gemis zal nooit wennen.

lees meer...
Een vlindertje op vakantie

Een vlindertje op vakantie

Samen de bergen in. Lekker wandelen en genieten van een heel andere omgeving in een ander land. Het is fijn met elkaar. Twee blije kinderen roepen ons telkens als ze iets moois of bijzonders zien. We hebben bijzondere bloemen gezien, prachtige stenen, allerlei ongewervelde dieren en een meertje heel ver weg. Als we inmiddels een uurtje aan de wandel zijn, roept onze dochter dat ze een vlinder ziet. We blijven allemaal staan. Een bijzonder moment. Mees komt altijd wel een aantal keer langs als tijdens de vakantie. Zo ook vandaag en altijd als vlinder.

Toen wij bijna acht jaar geleden afscheid namen van Mees, wilden we graag dat er iets tastbaars zou zijn voor zijn oudere zus om aan haar broertje te denken. In het gedichtje op Mees zijn geboorte- en overlijdenskaart spraken we over een vlindertje dat wegvloog en als ster mocht gaan stralen. Dat maakte dat we kozen voor sterren en vlinders. In de nacht was er een ster om naar te kijken en overdag waren daar de vlinders die even een kijkje bij ons kwamen nemen. We benoemden dat actief naar onze dochter en zij gaf dat weer door aan haar broertje. Zo ontstond eigenlijk heel natuurlijk dat Mees onderwerp van gesprek werd en ook bleef. Er kwam zelfs een specifieke ster, de felste natuurlijk. Daarnaast werden alle witte vlinders ‘Mees’ genoemd. Iets wat mij iedere keer opnieuw troost gaf.

Er was een moment op de camping, een paar jaar geleden, dat ik toch een beetje schrok. De kinderen wilden Mees vangen. Het witte vlindertje werd niet meer bekeken, maar moest mee naar huis. Daar moest Mees zijn. Gezellig bij ons. De kinderen waren daadkrachtig en hielden lang vol, maar gelukkig werd het vlindertje niet gevangen. Tot enige opluchting van mij en tot teleurstelling van de kinderen. Het werd wel een mooi gesprek over de symboliek van een vlinder en loslaten: Mees kregen we helaas niet terug door dit vlindertje te vangen.

Inmiddels weten de kinderen dit, maar het benoemen van iedere witte vlinder blijft. Mees komt hier op deze wandeling dus ook even bij ons kijken. Onze dochter geniet ervan en onze zoon noemt Mees bij zijn naam. Voor mij voelt Mees dan ook weer even heel dichtbij. Het valt me op dat het best vaak gebeurt dat er een vlindertje een moment met ons meevliegt. Dit keer vliegt hij twee rondjes om de kinderen voordat hij weer verder fladdert. Dat voelt zo fijn en we voelen weer even compleet als gezin. Alsof we daar op die berg weer echt even met z’n vijven zijn. Ik kijk het vlindertje na tot ik het niet meer zie.

Dan is het moment ook weer geweest. Er is een nieuw hoogtepunt dat wordt benoemd, want we kunnen ineens wel heel ver kijken. We staan bij een prachtig uitzichtpunt en zien overal bergen. Zo blijven we genieten van de andere omgeving hier op vakantie. Met zijn allen.

lees meer...
Even slikken

Even slikken

31 augustus. Eén dag in het jaar die in het teken staat van onze Ravi: zijn geboortedag en nu zijn jaardag. Eén dag. En dan vaak nog niet eens de hele dag. 

Ravi zijn geboortedag is voor ons hét moment om even extra stil te staan en met heel veel liefde aan hem te denken en hem te vieren. De afgelopen vier jaar hebben we er een traditie van gemaakt om samen een taartje te eten in de stad en uiteindelijk naar het strand te gaan om daar ballonnen op te laten bij zonsondergang. Dan lezen we elkaar de kaartjes voor die we hebben geschreven aan hem. Dit jaar is het alweer de vijfde keer dat wij hem ‘vieren’.

Afgelopen jaar waren we voor het eerst als ‘compleet’ gezin, met onze meiuden Amy en Vaya, maar zonder Ravi. Het was mooi en emotioneel, maar vooral heel fijn om te doen. Hoewel ik elke dag aan hem denk, is het fijn om een dag echt bij hem stil te staan. Dat verdient hij. Dus zoals elk jaar hebben we ook dit jaar vrij genomen, zodat we op deze dag bij elkaar konden zijn. 

Het was even slikken toen ik zag dat de eerste schooldag na de zomervakantie op 31 augustus valt, precies op Ravi zijn jaardag. Het is niet zomaar de eerste schooldag na de zomervakantie voor ons, maar de eerste schooldag ooit voor onze Amy. Eind september wordt ze vier jaar en daarom mag zij gelijk na de zomervakantie beginnen op de basisschool. Zo spannend! 

Wat een mijlpaal, mijn kleine meid gaat naar de basisschool. Ik voel me trots en emotioneel. Wat is de tijd voorbij gevlogen! Ik zie al weken dat zij er klaar voor is. Ze heeft er zin in, maar vindt het ook spannend. Net als ik. 

Maar ik voel nog meer. Ik voel me schuldig. Ik wil er volledig voor haar zijn en haar begeleiden op haar eerste schooldag, maar ook wil ik mezelf deze dag ‘emotioneel beschikbaar’ houden voor Ravi. Het voelt als een nieuwe tweestrijd. Al weken pieker ik over deze dag. Hoe ga ik dat doen? Ik wil mijn beide kinderen genoeg aandacht geven, maar hoe verdeel je je aandacht tussen hemel en aarde?

En dan hoor ik ergens in mijn gedachten Ravi naar mij roepen: “Het leven gaat door, hoor, mama!” En met die gedachte kijk ik vooruit. Op naar 31 augustus 2026, waar we gaan stilstaan, en keihard met het leven doorgaan.

lees meer...
Veertig worden met een lege plek

Veertig worden met een lege plek

Over een paar weken word ik veertig. Een mijlpaal waarvan mensen zeggen dat je hem moet vieren. Een bijzondere leeftijd. Een moment om terug te kijken, om vooruit te kijken en om dankbaar te zijn voor alles wat er is.

Maar als ik eerlijk ben, zie ik ertegenop.

Mijn eerste verjaardag na het overlijden van Juliëtte was mijn dertigste verjaardag. Terwijl de wereld vond dat ik een nieuwe levensfase mocht vieren, voelde het alsof mijn leven juist tot stilstand was gekomen. Mijn dochter was er niet meer. Met heel veel pijn en moeite heb ik die verjaardag toch gevierd. Ik weet nog hoe vreemd het voelde om felicitaties te ontvangen, terwijl er in mij vooral verdriet leefde.

Nu, tien jaar later, staat opnieuw zo’n grote verjaardag voor de deur.

De afgelopen twee jaar zijn niet gemakkelijk voor mij geweest. Ik wil daar niet te veel over vertellen, maar ze hebben veel van mij gevraagd. Er waren momenten van verdriet, onzekerheid en opnieuw moeten zoeken naar houvast. Misschien voelt deze verjaardag daarom niet alleen als het bereiken van een nieuwe leeftijd. Het voelt ook als stilstaan bij alles wat ik onderweg ben verloren en bij alles wat anders is gelopen dan ik ooit had gedacht.

Mijn omgeving wil graag dat ik mijn veertigste verjaardag vier. Lief bedoeld, omdat zij mij een mooie dag gunnen. Een dag waarop ik mag voelen dat ik geliefd ben. Toch kan alleen de gedachte aan een feest me soms al te veel zijn. Vieren vraagt ruimte en lichtheid, terwijl verdriet zich niet altijd aan de kant laat zetten.

Tegelijkertijd leert mijn werk als uitvaartverzorger mij iedere dag hoe kwetsbaar het leven is. Ik ontmoet mensen die alles zouden geven voor nog één verjaardag met degene die zij moeten missen. Ik zie hoe kostbaar tijd is en hoe belangrijk het kan zijn om niet alleen afscheid te markeren, maar ook het leven.

Misschien hoeft vieren daarom niet te betekenen dat het verdriet er die dag niet mag zijn. Misschien mag ik veertig worden met alles wat bij mij hoort. Met dankbaarheid én gemis. Met de mensen die naast mij staan én met de lege plek van Juliëtte. Met tranen, mooie herinneringen en misschien zelfs een voorzichtige glimlach.

Ik weet nog niet hoe ik mijn verjaardag ga invullen. Misschien hoeft dat vandaag ook nog niet. Wat ik wel weet, is dat ik er nog ben. Dat ik liefheb, leef, werk en iedere dag opnieuw probeer het leven vast te pakken. Niet omdat alles altijd mooi of gemakkelijk is, maar omdat juist een kwetsbaar leven het waard is om gekoesterd te worden.

Misschien is dát wat ik straks wil vieren.

lees meer...
Een bak vol planten voor jouw tweede jaar

Een bak vol planten voor jouw tweede jaar

“Mooi die plantenbak zo daarachter, hè?” “Ja, ik denk dat hij die voor z’n verjaardag heeft gekregen. Heel erg mooi met die verschillende soorten bloeiende planten erin. Dat zou ook mooi zijn voor bij Julia, denk je niet?” 

Dit idiote gesprek is echt gaande; met mijn dochter en vader loop ik al kletsend op de begraafplaats. We kijken naar de nieuwe plantenbak die een van de andere baby’tjes gekregen heeft en bespreken of zoiets ook mooi is voor bij het grafje van mijn jongste dochter. Dat dit een mooi cadeau zou kunnen zijn voor wanneer ze in augustus twee jaar zou worden. Absurd is het woord wat in m’n hoofd opkomt.

Ik pak m’n vaders hand beet en zeg dat ik het ook voor hem zo verdrietig vind. Hij is echt een fantastische opa voor zijn kleinkinderen. “Wat had je genoten van weer een kleintje erbij, hè, pap?” Hij beaamt het en snuit zijn neus. We zwijgen samen terwijl we kijken naar het grafje waar zijn jongste kleinkind in ligt. 

De warme dagen van de laatste weken hebben mijn winterse buien weggeblazen en maken ruimte voor licht. Het ‘lastige’ aan licht is dat het zoveel blootlegt. Het maakt zichtbaar wat in de winterse dofheid vaak (veilig) in het verborgene blijft. In mijn geval dus de laatste weken met Julia. Waar die in het najaar weinig aandacht krijgen, merk ik met het opwarmen van de lucht dat mijn gedachten steeds vaker teruggaan naar de zomer van 2024. Die eerste zomer in ons nieuwe huis. 

Rond en blij lag ik te puffen van de hitte op onze nieuwe tuinset. Iedere dag die verstreek groeide met mijn buik ook mijn ongeduld. Ik kon niet wachten om dit meisje te ontmoeten! Ik ging van wachten naar oefenweeën om te eindigen in een operatiekamer waar de grootste nachtmerrie van een ouder werkelijkheid werd. Een arts die een fatale fout beging, een baby die 45 minuten gereanimeerd werd, een moeder onder narcose en een wanhopige, machteloze vader die toekeek en niets kon doen. 

Twee jaar Julia… Ik voel leegte en tegelijk voel ik me vol van trots en liefde. Ik kan weken niets voelen en tegelijk voelt alles zwaar en kost iedere dag mij moeite. Zo tegenstrijdig is het leven met rouw. Zo reëel is dit ons leven, voor altijd.

Het tweede jaar is niet makkelijker, zoals men zou kunnen denken. Het is een stuk eenzamer dan het eerste jaar. We zijn meer op elkaar aangewezen, want helaas wordt Julia’s naam steeds minder genoemd. Het gemis voelt veel definitiever, haar afwezigheid wordt luider en luider. Je zou zeggen dat die altijd aanwezige ruwe steen van rouw inmiddels vertrouwd aanvoelt, maar ik kan me er toch soms nog lelijk aan stoten en dan doet het meer pijn dan ik voor mogelijk zou kunnen houden. 

Rouw in het tweede jaar is nog net zo aanwezig als in het eerste jaar. En net als een bak vol planten bij haar graf mag ook mijn rouw zichtbaar zijn. Ook wanneer het grijze najaar er weer aankomt. Twee jaar en een leven lang zal Julia gekoesterd worden. 

lees meer...