0

Categorie: Blog

Onzichtbare mijlpalen 

Hoe zou het zijn geweest als je nog bij ons mocht zijn?

Een vraag die heel mijn leven met me mee gaat. Het ene moment wat meer op de achtergrond dan het andere moment. De afgelopen tijd komt het weer met regelmaat naar de voorgrond. 

Je zou, als alles goed was blijven gaan, deze maand vier zijn geworden. En dat maakt het ineens heel concreet voor mij. Mijn werk als kleuterleerkracht helpt mee in dit beeld. Voor het eerst naar school gaan is toch een mijlpaal in het leven. Een grote verandering voor een kind, maar ook voor de ouders. 

Dat concrete beeld roept weer zoveel vragen op. Hoe zou jij zijn begonnen aan de basisschool? Zou je er klaar voor zijn? Zou je huppelend met je rugzak op je rug voor mij richting school gaan? Of toch liever hand in hand met mij omdat het toch wel spannend is allemaal? Zou je met hele verhalen thuis komen? Waar zouden je interesses liggen? 

Al die vragen, ze blijven voor altijd onbeantwoord. En dat is iets wat ik heel moeilijk blijf vinden. Op de momenten dat ze weer zo vaak in mijn hoofd aanwezig zijn, weet ik eigenlijk niet zo goed hoe ik ermee om moet gaan. De pijn en het verdriet echt toe laten blijft lastig. Erover praten is altijd fijn, maar ook dan laat ik niet snel het achterste van mijn tong zien. 

Moet ik er dan toch weer over schrijven? Uiteindelijk weet ik wel dat dat voor mij helpend is. En toch, in de waan van de dag schiet het er soms allemaal weer bij in en gaan er een heleboel andere dingen weer voor. Op het moment dat ik er toch ruimte voor maak in mijn hoofd en er tijd voor maak om te gaan schrijven, weet ik dat ik het juiste doe. Het helpt me weer verder en laat me inzien dat het echt de rest van mijn leven met me mee gaat. 

In gedachten ben ik nu weer even iets meer bij ons lieve meisje. Ik zal altijd nieuwsgierig blijven naar hoe ze geweest zou zijn. Die gedachten groeien mee met de tijd. En in die tijd zullen nog veel onzichtbare mijlpalen voorbij gaan komen. Deze mijlpalen zullen voor verdriet en rouw zorgen, maar ze laten ook zien hoe groot de liefde is voor onze Fem.

lees meer...
En toch beweeg je alles

En toch beweeg je alles

Drie jaar. Het voelt vreemd om het zo te zeggen.

Alsof tijd iets zegt over wat er ontbreekt.

Ik mis je.
Niet meer zoals toen — allesoverheersend, verstikkend.
Maar dieper nu. Vaster.
Alsof het gemis zich heeft genesteld in wie ik ben.

Het went niet.
Het verandert.

Soms zit je in een glimlach.
Heel even licht.
En soms grijpt het me weer vast.
Rauw. Zonder waarschuwing.
Omdat je hier had moeten zijn.

Drie jaar is ook gewoon:
drie jaar zonder jou.

En toch…

Er is iets in beweging gekomen.
Niet zacht. Niet mooi.

Jouw stille geboorte brak iets open.
En daaronder lag van alles wat er al zat.

Oude patronen.
Mezelf wegcijferen.
Doorgaan terwijl alles in mij stilvalt.

Alsof jouw komst — en je verlies — me dwingt om te kijken.
Om niet meer om mezelf heen te leven.

Het is geen rechte weg.

Soms voelt het als vechten tegen iets wat al jaren in me zit.
Iets wat me klein houdt.
Wat me tegenwerkt in hoe ik rouw.
In hoe ik leef.

Maar ik wil daar niet meer voor weg.

Omdat jij er bent.
Omdat jij er was.

En omdat ik ergens voel dat jouw leven — hoe kort ook —
niet alleen maar verlies mag zijn.

Dat er iets goeds uit mag groeien.
Al is de weg daarnaartoe nog lang.

Heel lang.

Vanmorgen bracht ik Evi naar de opvang, zoals zo vaak. Haar koppie voor me in de buggy. Haar gebrabbel in mijn oren. En daar was het weer. Een roodborstje. In het park waar ik zo graag doorheen loop om samen te luisteren en te kijken. Even sta ik stil. Ik hoor het geluid en zie hoe het kijkt. En zonder dat ik het kan uitleggen, ben jij daar.

Heel even.

Niet groot.
Niet overweldigend.

Maar genoeg.

Een beetje warmte in mijn borst.
Een beetje zachtheid.

Ik loop door.
Geef Evi een kus.
Zeg haar gedag.

En neem jou mee.

In dat moment.
In die stilte.
In alles wat nog gaande is.

Ik ben er nog niet.
Misschien kom ik er nooit helemaal.

Maar er groeit iets.

Tussen het gemis.
Tussen de pijn.
Tussen alles wat nog schuurt.

Iets wat eerlijker is.
Iets wat echter is.

Voor jou.
Voor haar.
Voor ons.
En ook… voor mij.

Benja.

Drie jaar.

Je bent er niet.
En toch beweeg je alles.

lees meer...
Een dag met een roze randje

Een dag met een roze randje

Op 3 mei zou Juliëtte tien jaar oud zijn geworden.

Tien.

Een leeftijd die zo vanzelfsprekend klinkt. Alsof het hoort. Alsof ik haar ’s ochtends wakker maak, haar haren uit haar slaperige gezicht strijk en zeg dat ze nu toch echt moet opstaan. Dat we misschien wel slingers ophangen. Dat er taart komt. Dat ze tien kaarsjes mag uitblazen.

Maar zo is het niet.

In de weken vooraf voel ik het al; het komt niet ineens op die dag. Het begint zachtjes, ergens op de achtergrond. Een onrust. Slechter slapen. Gedachten die steeds teruggaan naar toen. Alsof mijn lichaam het zich eerder herinnert dan mijn hoofd.

De herbelevingen komen dichterbij. Het verdriet ook. En de angst. Alles wat ik misschien een tijdje wat verder weg kon houden, klopt weer aan. Niet voorzichtig, maar duidelijk. Alsof het zegt: ik ben er nog. En misschien is dat ook zo.

Tien jaar. Het voelt niet als tien jaar.

Ik weet nog precies hoe ze rook. Hoe haar handje voelde in het mijne. Hoe stil het werd. Hoe alles veranderde.

Sommige mensen denken dat tijd het zachter maakt. En ergens is dat ook zo. Ik leef weer. Ik lach. Ik werk. Ik ben er voor anderen. Maar dit stuk… dit blijft. Niet omdat ik vastzit, maar omdat liefde niet verdwijnt.

En misschien is dat wel het moeilijkste en het mooiste tegelijk.

Rond haar verjaardag voel ik hoe groot het gemis is, maar ook hoe dichtbij ze is. In kleine dingen. In gedachten die ineens opkomen. In een gevoel dat ik niet altijd kan uitleggen, maar wel herken. Alsof ze er nog steeds is. Op een manier die ik voel, ook al kan ik het niet altijd uitleggen.

Ik heb mijn eigen rituelen gevonden.

Niet groots, maar wel van mij. Van ons.

Op haar verjaardag ga ik naar mijn favoriete winkel. Alsof ik haar even meeneem, zoals het had kunnen zijn. Ik praat over haar, zoals ik altijd doe. Noem haar naam waar dat kan. Omdat ze er gewoon bij hoort. 

We eten taart. Natuurlijk eten we taart. Tien jaar is niet niets. Dat mag gevierd worden. En ik koop een klein cadeautje. Iets wat bij haar past. Iets wat haar even tastbaar maakt. Alsof ik haar alsnog iets kan geven. Niet omdat het het gemis oplost, maar omdat het de liefde een plek geeft.

Tien jaar zonder haar.

Maar ook tien jaar mét haar, in alles wat ze achterliet in mij. En misschien is dat wat ik steeds meer begin te voelen: dat liefde doorgaat waar een leven stopt. Dat het doorloopt. In herinneringen. In wie ik ben geworden. In hoe ik naar anderen kijk. In hoe ik vasthoud en soms ook probeer los te laten. En dat het pijn doet, toont misschien ook wel aan hoe groot de liefde is.

3 mei zal altijd een dag zijn met een roze randje. Het is haar dag. En ergens, heel voorzichtig, zit daar ook iets lichts in. Ze was hier fysiek misschien maar even, maar door haar komst is er ook altijd een stuk van haar hier gebleven. Misschien niet meer tastbaar, maar zo aanwezig.

Mijn hart loopt nog altijd over van trots, net als toen ze geboren werd.

Trots dat ik al tien jaar haar mama mag zijn, en dat ook altijd zal blijven.

lees meer...
Voor altijd een baby

Voor altijd een baby

Zoals bij veel gezinnen met meerdere kinderen, worden meubels of kleding door meer dan één kind gebruikt. Zo ook bij ons. Maar onze ‘oudste’ heeft ze nooit gebruikt of gedragen.

We kochten van alles, maar hij heeft het niet eens gezien.

Want hij was onze eerste. En dan maak je je klaar voor de komst van een baby. We kochten een kinderwagen, een ledikant met een matrasje en natuurlijk lakentjes en dekentjes. We kochten een commode en schilderden deze groen. We kochten en kregen heel veel kleertjes, rompers, luiers en hydrofiele doeken. Voor mijn babyshower kregen we een draagzak.

Op dit moment, 4,5 jaar na Ravi’s overlijden, kruipt er een baby van tien maanden bij ons rond. Ze is onlangs uit ‘zijn’ rompertjes gegroeid. Ik had toen tot en met maat 68 gekocht. Er hangt nog één Adidas pakje in de kast dat ze nog aan kan voordat ze 1 jaar wordt (de dino trui laten we maar even achterwegen), en dan is het klaar.

Het voelt alsof ik opnieuw afscheid moet nemen. Want alles wat van hem was, raakt een keer ‘op’. Kleertjes passen niet meer, het ledikantje zal ooit te klein worden en de kinderwagen laten we ook niet eeuwig in de gang staan. Zolang we zijn spullen nog kunnen gebruiken voelt het alsof hij echt de grote broer is.

Omdat we nu nog een baby in huis hebben, voelt het alsof we nog een klein beetje tijd hebben met hem. Maar de tijd vliegt; zij zal ook snel groeien, en ze zal lopen en praten. Daarna komt natuurlijk het moment dat de meiden écht groter zullen zijn. En dan blijft hij een baby. Voor altijd een baby. En dat schuurt, dat doet pijn.

Met alles wat ik heb, wil ik vasthouden aan alles wat ik voor hem had.

Het liefst houd ik alles. Maar ik weet dat ik hier óók afscheid van moet nemen om verder te gaan. En gelukkig gaat dat geleidelijk. Want niemand groeit tegelijkertijd uit z’n kinderwagen, ledikant én kleding.

Er is nog tijd, Ravi’s spullen gaan gelukkig nog even mee

lees meer...
Een nieuwe wereld

Een nieuwe wereld

Sinds het verlies van Sarah heb ik, voor mijn gevoel, twee levens. Er is een versie van vóór die dag en een versie van daarna. Alles is anders, we zijn in een nieuwe wereld.

Meestal kan ik accepteren dat de dagen niet meer zorgeloos en onbevangen zijn. Dat er een gat in mijn hart zit dat niet heel zal worden, dat er altijd iemand mist en dat dat zeer doet. Maar er zijn ook dagen dat ik boos ben. Boos op waarom zij niet groter mocht worden, boos op de kans die ons ontnomen is om langer haar ouders te zijn. Maar vaak voel ik vooral verdriet, omdat het zo oneerlijk is. En snel daarna denk ik: eigenlijk gaat het niet om eerlijk of oneerlijk. Ons verlies is er en daar moeten we het mee doen. Het verdriet is de ene dag lichter, de andere dag zwaarder. Soms redden we ons prima, soms iets minder prima en soms is het een beetje van beide. Nog iedere dag denk ik meerdere keren aan Sarah, de ene keer kort, de andere keer lang.

Wanneer iemand haar naam noemt, raakt dat altijd iets moois binnenin. We zijn nooit compleet, het is nooit helemaal goed; dat is (meestal) oké. Het verdriet en de liefde, de rouw en het leven erna; het mag en kan tegelijk bestaan.

Het verliezen van je kind krijgt nou eenmaal geen plekje. Tot nog toe voelt het niet lichter naarmate de tijd is verstreken en er is regelmatig een flinke huilbui. De tijd heelt, tot nog toe in ieder geval, niet alle wonden. En ja, ‘je moet verder’, maar niemand die je dan ook voor het gemak even vertelt hoe je dat dan zou moeten doen. En toch, het leven wat zich om het verdriet heen heeft gevormd?

Zo ben ik vooral blij met en dankbaar voor mijn man en voelt het alsof we er echt voor elkaar kunnen zijn, in blijdschap en verdriet. Trots op hoe we het dan toch maar samen doen, met Sarah in ons hart. We spreken af met familie en vrienden, we plannen leuke uitstapjes, we gaan soms op vakantie en na gezellige avonden kan ik buikpijn hebben van het lachen. Dan voelt het lichter en misschien iets makkelijker.

Waar ik dacht nooit meer te kunnen genieten van bijvoorbeeld de lente, ben ik nu vooral blij dat de winter bijna voorbij is. De eerste zonnestralen zijn geweest en ik merk dat dat ons goed doet. De zon geeft alles een ander kleurtje, minder grijs, en de eerste bloemetjes komen weer tot leven.

We zijn met z’n twee en in ons hart met drie. Door de tijd die verstreken is, is de grootste storm langzaam gaan liggen. Een storm die soms weer oplaait, maar waar we inmiddels beter een weg in kunnen vinden.

In ons hart met drie en met dromen die ons, nog altijd voorzichtig, weer naar de toekomst laten kijken. Iedere dag is er één en met de mensen om ons heen kunnen we ‘de nieuwe wereld aan’.

lees meer...
Even bij haar

Even bij haar

Ik rij vaak langs de begraafplaats van Nora, maar toch stop ik hier meestal niet. En als ik dat wel doe, krijg ik mezelf er vaak niet toe gezet om daadwerkelijk uit de auto te stappen en haar graf te bezoeken. Niet alleen althans. Als er iemand bij me is, voelt dat anders. Dan voel ik een soort ‘druk’, omdat ik niet alleen ben.

Dat komt vooral omdat ik merk dat ik weinig voel bij de begraafplaats. Ik wéét dat Nora hier fysiek gezien is, maar ik voel haar aanwezigheid hier niet. Ik voel haar als ik thuis ben, waar ik wat spulletjes heb die met haar te maken hebben. Ik voel haar bij mijn zusje thuis; de plek waar ik haar voor het laatst heb voelen schoppen. Ik voel haar tijdens belangrijke gebeurtenissen, tijdens het doen van leuke dingen, tijdens het samenzijn met familie. Maar hier, bij de begraafplaats, voel ik haar meestal niet.

Vandaag is anders. Ik kom net uit het ziekenhuis. Ik heb te horen gekregen dat ik een tumor heb. Geen kwaadaardige, gelukkig, maar de operatie die nodig zal zijn om hem te verwijderen is wel gecompliceerd. Het nieuws voelt zwaar. Ik ben gestrest en overweldigd door alles wat er in de komende periode op me af zal komen.

Er gaat van alles door mijn hoofd. Ik stel me allerlei rampscenario’s voor en ik merk dat mijn gedachten geen rust kunnen vinden. Alles wat ik op dit moment wil, is zo dicht bij haar zijn als ik maar kan.

Ik adem diep in en stap de auto uit. Langzaam loop ik naar haar graf toe. Nog voordat ik er ben, overvalt me een warm gevoel. Ik zie hoe het zonnetje haar grafje verlicht. Ik hoor de vogels zingen. Mijn blik blijft hangen bij een klein spinnetje dat heen en weer loopt over de steen.

Ik besluit op mijn knieën voor het graf te gaan zitten. Voorzichtig veeg ik wat vlekjes van de steen en laat mijn vingers langzaam over haar naam glijden. De ruwheid van de verf van de letters veroorzaakt een lichte tinteling in mijn vingertoppen. En daar zijn ze. De tranen. De tranen die ik al weken binnen houd.

De spanning die zich al die tijd heeft opgebouwd, in afwachting van ziekenhuisuitslagen en onzekerheid, laat ik hier los. Bij haar. Het komt er eindelijk uit. En plots merk ik dat ik haar aanwezigheid vandaag wél voel op deze plek. Niet luid of overweldigend, maar zacht en geruststellend.

Ik voel liefde. En dat gevoel neem ik met me mee, wanneer ik even later weer in de auto stap.

lees meer...
De giraf

De giraf

Vandaag zou Ella drie jaar zijn geworden. En omdat ik ‘jaardag’ stom vind klinken, en ik het eigenlijk ook gewoon heel stom vind dat ze er niet meer is, noem ik het haar verjaardag. Ook al verjaart ze niet; in mijn hoofd is ze toch weer een beetje ouder geworden. We gaan vandaag naar de dierentuin om giraffen te kijken en we eten taart en pannenkoeken. Gewoon zoals het eigenlijk zou moeten zijn en gaan. 

Toen Ella nog in mijn buik zat, hadden we al bedacht dat de giraf ‘haar dier’ zou worden: haar spirit animal. Haar geboortekaartje werd geel met een giraf erop en we kochten spulletjes voor de babykamer in dat thema. Dat vonden we bij haar passen, ook al hadden we haar nog niet ontmoet. Sindsdien kiezen we voor elk kind een dier uit, hun spirit animal. Soms krijg ik een foto van een vriendin waarop een giraf staat en sturen ze er een hartje bij. Dan weet ik dat ze aan haar denken. En nu onze jongste is geboren, Ella’s broertje, ontvangen we kaartjes met felicitaties en staat er op de voorkant soms een girafje. Een teken voor mij dat ze er altijd is en niet vergeten wordt, hoe ver weg ze soms ook voelt. 

Afgelopen zwangerschap heb ik negen maanden lang geprobeerd minder aan haar te denken. Bewust, hoe naar dat ook klinkt. Ik wilde me niet op laten slokken door angst en verdriet. En nu dat achter de rug is, probeer ik haar weer vaker op te zoeken in mijn gedachten. Haar mee te nemen in ons leven. Door de kraamperiode en haar verjaardag ben ik er automatisch weer wat meer mee bezig. Het is fijn en verdrietig tegelijk. Hoe zou ze nu zijn? Hoe zou ze het vinden dat ze er een broertje bij heeft gekregen? En wat zou ze willen hebben voor haar verjaardag? Vragen waar nooit een antwoord op zal komen, maar waar ik altijd over zal blijven fantaseren. 

Lieve Ella, gefeliciteerd met je derde verjaardag. Vandaag vieren we jou! Ik mis je elke dag, maar vandaag een beetje extra. Papa en ik hadden nog zoveel langer van je willen genieten en voor je willen zorgen. Hopelijk mis jij ons af en toe ook een beetje en krijg je vandaag oneindig veel taartjes en pannenkoeken daarboven! En als ik vandaag een giraf zie, zal ik even voor je zwaaien.

lees meer...
Namen in zilver

Namen in zilver

Mijn moeder nam me als kind eens apart. Op de schouw stond een oud zilveren bekertje met daarop de namen van mijn opa, mijn moeder en mij. Daaronder, in cursief, de geboortejaren 1928, 1960 en 1994.

Ze legde uit dat het een doopbeker was, waar de eerstgeboren kinderen een plek kregen. Bijna honderd jaar familiegeschiedenis. Ik gloeide van trots: later zou ik hopelijk een vierde naam aan de beker mogen toevoegen.

We spoelen zo’n twintig jaar vooruit, toen ik het bekertje opnieuw in mijn handen hield. Er stond een fris gegraveerde naam bij. Neve, 2023, stak fonkelend af tegen het verkleurde zilver.

Zelden heeft een voorwerp me zo tot in mijn kern geraakt. Ik had al zo lang niet meer aan het kleine bekertje gedacht. Het bracht me terug naar dat meisje van toen, dat nog niets wist van de pijn en liefde achter die vierde naam op het bekertje.

Het leven had vlak daarvoor zo’n verdrietige afslag genomen. Neve was in mijn buik overleden. Stilgeboren. En eerstgeboren. Dus haar naam hoorde in de rij thuis – vanzelfsprekend. Zo dacht ook mijn moeder, al moet ze met een ondenkbare zwaarte bij de graveur hebben gestaan.

We spoelen weer drie jaar vooruit. Nu ben ik de moeder die toekijkt hoe mijn tweede dochter de doopbeker oppakt. Ze is twee en heeft geen idee. Ik zit ernaast zonder woorden. Later ga ik heus vertellen hoe bijzonder dit is, een eeuw aan familiegeschiedenis. En zij mag de lijn – als ze dat wil – namens haar zus verder dragen. Maar vandaag kijk ik alleen maar. Naar dat zwartgevlekte, dierbare bekertje.

lees meer...