De kinderwagen hobbelt over de straatstenen naar de speeltuin. Linn is toe aan haar slaapje. Haar oogjes worden zwaar en vallen bijna dicht. Noor heeft zin om buiten te spelen en rent enthousiast naar het speelhuisje met de glijbaan.
De wolken zijn wat donker, maar we gokken erop dat het droog blijft.
In het speelhuisje zit een ander kindje te spelen en haar vader staat ernaast. We beginnen wat te kletsen over ditjes en datjes. Even later vertelt hij dat hij nog meer kinderen heeft en hij noemt de leeftijden van ze. Dan stopt hij halverwege zijn zin, denkt even na en begint opnieuw. Hij vertelt dat ze nog een dochter hebben, maar dat zij morgen vier jaar geleden stil is geboren.
Vanaf dit moment is er een andere connectie. We hebben het over haar en over wat ze op haar geboortedag gaan doen, waarna ik vertel over Boris, Saar en Simon. Op dat moment voel je dat je elkaar begrijpt zonder dat je verder iets hoeft uit te leggen.
Als ik mensen voor het eerst over mijn stilgeboren kinderen vertel, krijgt het gesprek soms een ongemakkelijke wending. Dat vind ik weleens jammer, want ik zou zo graag over ze vertellen, zoals ik vertel over Noor en Linn. Want ja, het is verdrietig dat ze er niet meer zijn, maar ze zijn zoveel meer dan verdriet en gemis. Er is vooral heel veel liefde en constante aanwezigheid.
Terwijl de zon door de wolken heen breekt en de donkere wolken verdwijnen, staan we te kletsen over onze kinderen: onze kinderen hier en onze kinderen in ons hart. Met hoe het leven verdergaat en tegelijkertijd ook stilstaat, hoe je het verlies verweeft in je leven en dat je, hoe gek ook, weer geluk kunt vinden. Tussendoor lachen we en eten we zogenaamde ijsjes die de meiden in de speeltuin voor ons maken. We hoeven niet uit te leggen hoe heftig het is wanneer je een kindje tijdens de zwangerschap verliest en ook niet dat ze voor altijd onderdeel zijn van je leven en dat je oneindig veel van ze blijft houden.
Noor speelt ondertussen verder met het kindje in de speeltuin. Dan zegt ze: “Mama, ik heb Boris, Simon en Saar nog nooit echt gezien. We gaan wel altijd langs om een konijntjesknuffeltje te brengen. Wil je nog een ijsje
Zo gewoon als hoe dit voor Noor is, zo vanzelf liep het gesprek met deze lieve vader in de speeltuin. Zo vanzelf en zo gewoon. Boris, Saar en Simon horen bij ons; ze zijn verweven in ons leven. Altijd, ieder moment zijn ze erbij. Deze ochtend kon ik kletsen over alle vijf mijn kinderen en dat was fijn.
Inmiddels heeft Linn haar oogjes weer opengedaan en voel ik dat mijn maag rommelt. Het tijd is voor de lunch. Het meisje en haar vader gaan er ook weer vandoor. Hij bedankt me voor het fijne gesprek en ik bedank hem.
Met een fijn en warm gevoel loop ik naar huis.