Ik rij vaak langs de begraafplaats van Nora, maar toch stop ik hier meestal niet. En als ik dat wel doe, krijg ik mezelf er vaak niet toe gezet om daadwerkelijk uit de auto te stappen en haar graf te bezoeken. Niet alleen althans. Als er iemand bij me is, voelt dat anders. Dan voel ik een soort ‘druk’, omdat ik niet alleen ben.

Dat komt vooral omdat ik merk dat ik weinig voel bij de begraafplaats. Ik wéét dat Nora hier fysiek gezien is, maar ik voel haar aanwezigheid hier niet. Ik voel haar als ik thuis ben, waar ik wat spulletjes heb die met haar te maken hebben. Ik voel haar bij mijn zusje thuis; de plek waar ik haar voor het laatst heb voelen schoppen. Ik voel haar tijdens belangrijke gebeurtenissen, tijdens het doen van leuke dingen, tijdens het samenzijn met familie. Maar hier, bij de begraafplaats, voel ik haar meestal niet.

Vandaag is anders. Ik kom net uit het ziekenhuis. Ik heb te horen gekregen dat ik een tumor heb. Geen kwaadaardige, gelukkig, maar de operatie die nodig zal zijn om hem te verwijderen is wel gecompliceerd. Het nieuws voelt zwaar. Ik ben gestrest en overweldigd door alles wat er in de komende periode op me af zal komen.

Er gaat van alles door mijn hoofd. Ik stel me allerlei rampscenario’s voor en ik merk dat mijn gedachten geen rust kunnen vinden. Alles wat ik op dit moment wil, is zo dicht bij haar zijn als ik maar kan.

Ik adem diep in en stap de auto uit. Langzaam loop ik naar haar graf toe. Nog voordat ik er ben, overvalt me een warm gevoel. Ik zie hoe het zonnetje haar grafje verlicht. Ik hoor de vogels zingen. Mijn blik blijft hangen bij een klein spinnetje dat heen en weer loopt over de steen.

Ik besluit op mijn knieën voor het graf te gaan zitten. Voorzichtig veeg ik wat vlekjes van de steen en laat mijn vingers langzaam over haar naam glijden. De ruwheid van de verf van de letters veroorzaakt een lichte tinteling in mijn vingertoppen. En daar zijn ze. De tranen. De tranen die ik al weken binnen houd.

De spanning die zich al die tijd heeft opgebouwd, in afwachting van ziekenhuisuitslagen en onzekerheid, laat ik hier los. Bij haar. Het komt er eindelijk uit. En plots merk ik dat ik haar aanwezigheid vandaag wél voel op deze plek. Niet luid of overweldigend, maar zacht en geruststellend.

Ik voel liefde. En dat gevoel neem ik met me mee, wanneer ik even later weer in de auto stap.