Ik wandel door het park en loop een stel tegemoet dat stralend in de kinderwagen kijkt naar hun baby. Ik glimlach; wie weet loop ik er over een jaar ook wel zo bij. Wat lijkt het me heerlijk om zwanger te zijn. Hoewel ik ergens altijd al een onbestemd gevoel over het moederschap heb, een angst dat het voor mij niet zomaar is weggelegd, stop ik dat gevoel snel weer weg.

Binnen een paar weken na deze wandeling verschijnen er twee streepjes op de test. Het is onwerkelijk en bijzonder: er groeit een klein mensje in mijn buik. Ons kindje. Het voelt magisch en ik geniet van alle kwaaltjes die mij eraan doen denken dat ik zwanger mag zijn. Onbezorgd geniet ik van alles wat er is en alles wat nog gaat komen.

Helaas werd ik sneller dan verwacht moeder, op een andere manier dan ik voor ogen had. Ons kindje werd stilgeboren en de weg naar een nieuwe zwangerschap was moeilijk. Toch mocht ik vijf keer zwanger raken; het was niet meer onbevangen, maar ik mocht vijf keer moeder worden van een heel lief kindje. Drie keer te vroeg van een stilgeboren kindje en twee keer, na een voldragen zwangerschap, van een levende baby.

Soms vraag ik me af hoe het zou zijn gelopen als alles anders was gegaan. Mijn gedachten dwalen af naar een grote tafel waar we met z’n zevenen aan zitten. Iedereen praat door elkaar en er wordt gelachen. We hebben het over school, feestjes, sportclubs en vriendjes. Het is gezellig, maar tegelijkertijd ook druk met vijf kinderen.

Het voelt fijn om hierin weg te dromen, over hoe mijn leven had kunnen zijn, maar ergens vind ik het ook een moeilijke gedachte, want ik weet dat dit nooit werkelijkheid was geworden. Als er geen verlies was geweest, was ik geen moeder geworden van vijf kinderen. 

Soms voelt dit verwarrend, want ik hou van al mijn vijf kinderen. Nu zou ik niets liever willen dan zeven bordjes aan tafel, en toch knaagt het. Alsof ik zou moeten kiezen hoeveel kinderen er zouden zijn geweest als er geen verlies was geweest. Deze gedachten dwalen door mijn hoofd, maar laat ik weer gaan; ik hoef er niks mee en ik kan er niets mee, want zo is het niet gegaan.

Wat ik ook voel is dat ik dankbaar ben dat ik vijf mooie kinderen heb mogen krijgen, waar ik met heel veel liefde voor zorg. Boris, Saar en Simon zijn niet meer hier, maar ik zorg voor de plekjes in mijn hart, voor de rouw in mij, de liefde en het verdriet. Wat als… ‘wat als’ bestaat niet; het is gegaan zoals het is gegaan. Ik heb en had hier niets over te zeggen. Ze gaan met me mee, altijd en overal in mijn hoofd en in mijn hart en zo is het toch nog een drukke boel, als gezin van zeven.