De decembermaand stond voor de deur. Ik had net een nieuwe baan en in mijn buik groeide een nieuw leven. Overal gingen de lichtjes aan, de Sinterklaascadeautjes werden ingekocht en nietsvermoedend ging ik op een gewone donderdag naar mijn werk. De dag erna zou de twintig-wekenecho zijn. Collega’s speculeerden over het geslacht. Maar zoals je sommige dingen ‘gewoon’ weet, wist ik dat dit kindje een meisje ging zijn. 

En toen, ineens, was er helderrood bloedverlies. 

Bij de verloskundige volgde een echo. Het was mis. Het kindje in mijn buik leefde niet meer. Vanaf dat moment bewoog ik me door de dagen alsof ik onder water leefde. Het was zó onverwacht. Met vijftien weken hadden we nog een kloppend hartje gehoord. We begrepen er niets van. Helemaal niets. 

 Een dag later beviel ik in het ziekenhuis van het kleinste, liefste meisje, dat ik negentien weken bij me had gedragen. Ik noemde haar Moon – licht in het donker.

De weken daarna voltrokken zich in een waas. Het was de donkerste decembermaand van mijn leven. Het verlies deed zo’n zeer dat huilen lichamelijk pijn deed. Ik was boos, intens verdrietig, verloren. De wereld ging door, terwijl bij mij alles stilviel. 

Toch gebeurde er, midden in die stilstand, ook iets anders. Terwijl de dagen voorbij kropen, zocht ik – soms bijna tegen wil en dank – naar manieren om het vol te houden. Ik begon aan een online yoga-programma van dertig dagen. Met een dof, huilerig hoofd rolde ik elke ochtend mijn mat uit. Soms waren er maar een paar seconden, soms een minuut, waarin mijn aandacht even verschoof. Meer was het niet. Maar het was er. 

Ik schreef alles van me af. De donkere gedachten, de vragen zonder antwoord. Ik wandelde eindeloos. Het leek oneindig te duren, maar heel langzaam veranderde er iets. Buiten werd het lichter. En voorzichtig, bijna ongemerkt, ook in mij. 

Waar het leven dat doorging eerst ondraaglijk confronterend was, begon ik stap voor stap weer deel te nemen aan dat leven. Niet omdat het verdriet verdween, maar omdat ik leerde dat het naast het leven mocht bestaan. Het gemis bleef, en blijft. Sommige dagen stiller, andere dagen rauw aanwezig. 

Moon is er altijd bij. In het licht dat onverwacht doorbreekt, en in mijn diepe besef van hoe kwetsbaar en kostbaar leven is. Ze heeft me geleerd hoe groot liefde kan zijn, ook wanneer ze zo kort heeft geleefd. 

Ze heeft voor altijd een plek. Niet alleen in mijn hart, maar in wie ik ben geworden.