Zoals bij veel gezinnen met meerdere kinderen, worden meubels of kleding door meer dan één kind gebruikt. Zo ook bij ons. Maar onze ‘oudste’ heeft ze nooit gebruikt of gedragen.
We kochten van alles, maar hij heeft het niet eens gezien.
Want hij was onze eerste. En dan maak je je klaar voor de komst van een baby. We kochten een kinderwagen, een ledikant met een matrasje en natuurlijk lakentjes en dekentjes. We kochten een commode en schilderden deze groen. We kochten en kregen heel veel kleertjes, rompers, luiers en hydrofiele doeken. Voor mijn babyshower kregen we een draagzak.
Op dit moment, 4,5 jaar na Ravi’s overlijden, kruipt er een baby van tien maanden bij ons rond. Ze is onlangs uit ‘zijn’ rompertjes gegroeid. Ik had toen tot en met maat 68 gekocht. Er hangt nog één Adidas pakje in de kast dat ze nog aan kan voordat ze 1 jaar wordt (de dino trui laten we maar even achterwegen), en dan is het klaar.
Het voelt alsof ik opnieuw afscheid moet nemen. Want alles wat van hem was, raakt een keer ‘op’. Kleertjes passen niet meer, het ledikantje zal ooit te klein worden en de kinderwagen laten we ook niet eeuwig in de gang staan. Zolang we zijn spullen nog kunnen gebruiken voelt het alsof hij echt de grote broer is.
Omdat we nu nog een baby in huis hebben, voelt het alsof we nog een klein beetje tijd hebben met hem. Maar de tijd vliegt; zij zal ook snel groeien, en ze zal lopen en praten. Daarna komt natuurlijk het moment dat de meiden écht groter zullen zijn. En dan blijft hij een baby. Voor altijd een baby. En dat schuurt, dat doet pijn.
Met alles wat ik heb, wil ik vasthouden aan alles wat ik voor hem had.
Het liefst houd ik alles. Maar ik weet dat ik hier óók afscheid van moet nemen om verder te gaan. En gelukkig gaat dat geleidelijk. Want niemand groeit tegelijkertijd uit z’n kinderwagen, ledikant én kleding.
Er is nog tijd, Ravi’s spullen gaan gelukkig nog even mee
