Op 3 mei zou Juliëtte tien jaar oud zijn geworden.
Tien.
Een leeftijd die zo vanzelfsprekend klinkt. Alsof het hoort. Alsof ik haar ’s ochtends wakker maak, haar haren uit haar slaperige gezicht strijk en zeg dat ze nu toch echt moet opstaan. Dat we misschien wel slingers ophangen. Dat er taart komt. Dat ze tien kaarsjes mag uitblazen.
Maar zo is het niet.
In de weken vooraf voel ik het al; het komt niet ineens op die dag. Het begint zachtjes, ergens op de achtergrond. Een onrust. Slechter slapen. Gedachten die steeds teruggaan naar toen. Alsof mijn lichaam het zich eerder herinnert dan mijn hoofd.
De herbelevingen komen dichterbij. Het verdriet ook. En de angst. Alles wat ik misschien een tijdje wat verder weg kon houden, klopt weer aan. Niet voorzichtig, maar duidelijk. Alsof het zegt: ik ben er nog. En misschien is dat ook zo.
Tien jaar. Het voelt niet als tien jaar.
Ik weet nog precies hoe ze rook. Hoe haar handje voelde in het mijne. Hoe stil het werd. Hoe alles veranderde.
Sommige mensen denken dat tijd het zachter maakt. En ergens is dat ook zo. Ik leef weer. Ik lach. Ik werk. Ik ben er voor anderen. Maar dit stuk… dit blijft. Niet omdat ik vastzit, maar omdat liefde niet verdwijnt.
En misschien is dat wel het moeilijkste en het mooiste tegelijk.
Rond haar verjaardag voel ik hoe groot het gemis is, maar ook hoe dichtbij ze is. In kleine dingen. In gedachten die ineens opkomen. In een gevoel dat ik niet altijd kan uitleggen, maar wel herken. Alsof ze er nog steeds is. Op een manier die ik voel, ook al kan ik het niet altijd uitleggen.
Ik heb mijn eigen rituelen gevonden.
Niet groots, maar wel van mij. Van ons.
Op haar verjaardag ga ik naar mijn favoriete winkel. Alsof ik haar even meeneem, zoals het had kunnen zijn. Ik praat over haar, zoals ik altijd doe. Noem haar naam waar dat kan. Omdat ze er gewoon bij hoort.
We eten taart. Natuurlijk eten we taart. Tien jaar is niet niets. Dat mag gevierd worden. En ik koop een klein cadeautje. Iets wat bij haar past. Iets wat haar even tastbaar maakt. Alsof ik haar alsnog iets kan geven. Niet omdat het het gemis oplost, maar omdat het de liefde een plek geeft.
Tien jaar zonder haar.
Maar ook tien jaar mét haar, in alles wat ze achterliet in mij. En misschien is dat wat ik steeds meer begin te voelen: dat liefde doorgaat waar een leven stopt. Dat het doorloopt. In herinneringen. In wie ik ben geworden. In hoe ik naar anderen kijk. In hoe ik vasthoud en soms ook probeer los te laten. En dat het pijn doet, toont misschien ook wel aan hoe groot de liefde is.
3 mei zal altijd een dag zijn met een roze randje. Het is haar dag. En ergens, heel voorzichtig, zit daar ook iets lichts in. Ze was hier fysiek misschien maar even, maar door haar komst is er ook altijd een stuk van haar hier gebleven. Misschien niet meer tastbaar, maar zo aanwezig.
Mijn hart loopt nog altijd over van trots, net als toen ze geboren werd.
Trots dat ik al tien jaar haar mama mag zijn, en dat ook altijd zal blijven.