Drie jaar. Het voelt vreemd om het zo te zeggen.
Alsof tijd iets zegt over wat er ontbreekt.
Ik mis je.
Niet meer zoals toen — allesoverheersend, verstikkend.
Maar dieper nu. Vaster.
Alsof het gemis zich heeft genesteld in wie ik ben.
Het went niet.
Het verandert.
Soms zit je in een glimlach.
Heel even licht.
En soms grijpt het me weer vast.
Rauw. Zonder waarschuwing.
Omdat je hier had moeten zijn.
Drie jaar is ook gewoon:
drie jaar zonder jou.
En toch…
Er is iets in beweging gekomen.
Niet zacht. Niet mooi.
Jouw stille geboorte brak iets open.
En daaronder lag van alles wat er al zat.
Oude patronen.
Mezelf wegcijferen.
Doorgaan terwijl alles in mij stilvalt.
Alsof jouw komst — en je verlies — me dwingt om te kijken.
Om niet meer om mezelf heen te leven.
Het is geen rechte weg.
Soms voelt het als vechten tegen iets wat al jaren in me zit.
Iets wat me klein houdt.
Wat me tegenwerkt in hoe ik rouw.
In hoe ik leef.
Maar ik wil daar niet meer voor weg.
Omdat jij er bent.
Omdat jij er was.
En omdat ik ergens voel dat jouw leven — hoe kort ook —
niet alleen maar verlies mag zijn.
Dat er iets goeds uit mag groeien.
Al is de weg daarnaartoe nog lang.
Heel lang.
Vanmorgen bracht ik Evi naar de opvang, zoals zo vaak. Haar koppie voor me in de buggy. Haar gebrabbel in mijn oren. En daar was het weer. Een roodborstje. In het park waar ik zo graag doorheen loop om samen te luisteren en te kijken. Even sta ik stil. Ik hoor het geluid en zie hoe het kijkt. En zonder dat ik het kan uitleggen, ben jij daar.
Heel even.
Niet groot.
Niet overweldigend.
Maar genoeg.
Een beetje warmte in mijn borst.
Een beetje zachtheid.
Ik loop door.
Geef Evi een kus.
Zeg haar gedag.
En neem jou mee.
In dat moment.
In die stilte.
In alles wat nog gaande is.
Ik ben er nog niet.
Misschien kom ik er nooit helemaal.
Maar er groeit iets.
Tussen het gemis.
Tussen de pijn.
Tussen alles wat nog schuurt.
Iets wat eerlijker is.
Iets wat echter is.
Voor jou.
Voor haar.
Voor ons.
En ook… voor mij.
Benja.
Drie jaar.
Je bent er niet.
En toch beweeg je alles.
