“Mooi die plantenbak zo daarachter, hè?” “Ja, ik denk dat hij die voor z’n verjaardag heeft gekregen. Heel erg mooi met die verschillende soorten bloeiende planten erin. Dat zou ook mooi zijn voor bij Julia, denk je niet?”
Dit idiote gesprek is echt gaande; met mijn dochter en vader loop ik al kletsend op de begraafplaats. We kijken naar de nieuwe plantenbak die een van de andere baby’tjes gekregen heeft en bespreken of zoiets ook mooi is voor bij het grafje van mijn jongste dochter. Dat dit een mooi cadeau zou kunnen zijn voor wanneer ze in augustus twee jaar zou worden. Absurd is het woord wat in m’n hoofd opkomt.
Ik pak m’n vaders hand beet en zeg dat ik het ook voor hem zo verdrietig vind. Hij is echt een fantastische opa voor zijn kleinkinderen. “Wat had je genoten van weer een kleintje erbij, hè, pap?” Hij beaamt het en snuit zijn neus. We zwijgen samen terwijl we kijken naar het grafje waar zijn jongste kleinkind in ligt.
De warme dagen van de laatste weken hebben mijn winterse buien weggeblazen en maken ruimte voor licht. Het ‘lastige’ aan licht is dat het zoveel blootlegt. Het maakt zichtbaar wat in de winterse dofheid vaak (veilig) in het verborgene blijft. In mijn geval dus de laatste weken met Julia. Waar die in het najaar weinig aandacht krijgen, merk ik met het opwarmen van de lucht dat mijn gedachten steeds vaker teruggaan naar de zomer van 2024. Die eerste zomer in ons nieuwe huis.
Rond en blij lag ik te puffen van de hitte op onze nieuwe tuinset. Iedere dag die verstreek groeide met mijn buik ook mijn ongeduld. Ik kon niet wachten om dit meisje te ontmoeten! Ik ging van wachten naar oefenweeën om te eindigen in een operatiekamer waar de grootste nachtmerrie van een ouder werkelijkheid werd. Een arts die een fatale fout beging, een baby die 45 minuten gereanimeerd werd, een moeder onder narcose en een wanhopige, machteloze vader die toekeek en niets kon doen.
Twee jaar Julia… Ik voel leegte en tegelijk voel ik me vol van trots en liefde. Ik kan weken niets voelen en tegelijk voelt alles zwaar en kost iedere dag mij moeite. Zo tegenstrijdig is het leven met rouw. Zo reëel is dit ons leven, voor altijd.
Het tweede jaar is niet makkelijker, zoals men zou kunnen denken. Het is een stuk eenzamer dan het eerste jaar. We zijn meer op elkaar aangewezen, want helaas wordt Julia’s naam steeds minder genoemd. Het gemis voelt veel definitiever, haar afwezigheid wordt luider en luider. Je zou zeggen dat die altijd aanwezige ruwe steen van rouw inmiddels vertrouwd aanvoelt, maar ik kan me er toch soms nog lelijk aan stoten en dan doet het meer pijn dan ik voor mogelijk zou kunnen houden.
Rouw in het tweede jaar is nog net zo aanwezig als in het eerste jaar. En net als een bak vol planten bij haar graf mag ook mijn rouw zichtbaar zijn. Ook wanneer het grijze najaar er weer aankomt. Twee jaar en een leven lang zal Julia gekoesterd worden.
