Als ik naar ons dochtertje van 5 jaar (bijna 6) kijk, zie ik meer dan eens haar zus. En dat is toch een beetje gek, want Ivy overleed na een zwangerschap van 24 weken en 1 dag, haar zusje is nu een heel mini-mens.
Een mini-mens met een hele sterke eigen mening en een uitgesproken smaak. Ze weet heel goed wat ze wel wil (lange rokken en jurken met veel glitters) en heel goed wat ze niet wil (bruine boterhammen en saaie schoenen).
Als ik naar ons dochtertje kijk, vraag ik me af of Ivy net zo zou zijn geweest op die leeftijd. Of ze net zo uitgesproken zou zijn, of ze ook zo alert is op alles om haar heen of dat ze meer een dromer zou zijn, zoals ik ben.
Het oneerlijke aan dit soort vragen is natuurlijk dat er nooit een antwoord op komt. Toch blijf ik mezelf deze vragen steeds opnieuw stellen.
Wat ik wel weet wanneer ik naar mijn dochter kijk: ik zie twee dingen tegelijk. Ik zie haar, met haar grote bos krullen, sterke wil en haar glitterjurken en haar absolute weigering om ooit nog een bruine boterham aan te raken. En ik zie een schaduw naast haar, van iemand die er nooit is geweest maar er toch altijd bij is.
Ik blijf me alles gewoon afvragen. Bij elke nieuwe fase, elke koppige bui, elk moment dat ze precies weet wat ze wel en niet wil. Zou Ivy net zo geweest zijn? Zou zij ook zo gepassioneerd zijn als haar zusje?
En dan is er nog onze zoon. Onze lieve zoon van 7 jaar die op bijna elk vlak het tegenovergestelde is van zijn zusje. Zou Ivy meer op hem geleken hebben? Misschien was ze wel net zo gek op Pokémonkaarten verzamelen en Lego-bouwwerken maken als hij. Zou ze ook elke avond vragen of ze langer op mag blijven om met een lekkere snack samen kookprogramma’s te kijken? Zou ze net als hij graag skatebroeken dragen en mijn sokken pikken?
Ik weet het niet. Misschien had ze meer van hem gehad dan van haar zus. Misschien had ze een compleet eigen ding gehad, iets waar geen van beiden op leek. Maar ik zal het nooit weten. En het nooit weten is wat steekt.
Wat ik wel weet, is dat ik dankbaar ben voor elk stukje van mijn kinderen dat me even bij hun zus brengt. Ook al is het maar voor een seconde, ook al voelt het soms zwaar. Het is het enige contact dat ik nog met Ivy heb, via de broer en zus die haar nooit hebben mogen kennen.
Twee kinderen die ouder worden. Eén die dat nooit zal doen. Allemaal evenveel van mij.
