Onlangs mocht ik een ochtend meelopen op een basisschool om enkele lessen HVO (humanistisch vormingsonderwijs) te ervaren. Ik kwam in de groep en stelde mezelf voor. Als bijna vanzelf gingen we meteen de diepte in. “Hoeveel kinderen heb je?” Een vraag die ik inmiddels per situatie inschat op het antwoord dat ik geef.

Zelf praat ik meestal heel open over het feit dat Tijn doodgeboren is, maar ik heb gemerkt dat niet iedereen altijd hierop weet te reageren. Dat ongemak wil ik voor hen en mijzelf vermijden. De situatie leent zich er niet altijd voor.

Hier uiteindelijk wel. Er bleek genoeg ruimte voor. En nadat ik kort over Tijn verteld had, mochten de kinderen vragen stellen. Er volgde een vinger, en nog een. Meerdere vingers volgden en iedereen mocht zijn verhaal doen over zijn eigen ervaringen of gedachten hierover. Al gauw bleek dat er meerdere kinderen een broer of zus hadden die niet meer leefde. Soms lang geleden, soms korter. De een sprak echt over hun broertje, een ander meer over de gebeurtenis. Allemaal in dat ene klaslokaal. Zo blijkt maar weer hoe vaak het voorkomt en hoe weinig we dit van elkaar weten.

Een jongen zei: “Dan was ik er misschien niet geweest.” Er viel een stilte.

Mijn ouders wilden maar twee kinderen.” De lading die in deze opmerking zat was nog niet goed te peilen. Maar ik herkende de gedachte meteen.

Als Tijn nog zou leven, was Tinne er niet geweest. Waarschijnlijk. Heeft zij haar leven te danken aan de dood van haar broertje? Als je het zo bekijkt wel. Maar dat doet natuurlijk niets af aan het feit dat ze niet minder gewenst is. Zo is het nou eenmaal gelopen.

En uit de reactie van de jongen begreep ik dat hij dit precies zo ervoer.

Maar blijkbaar was het toch stof tot nadenken. Voor hem. En dus nu ook voor zijn klasgenoten.

Ik merk dat ik bepaalde herinneringen van toen heb ‘opgeslagen’. Zo ook het nagesprek met de gynaecoloog destijds. Het ging over de overlevingskansen bij een nieuwe zwangerschap. Zij vertelde dat sommige vrouwen de eerste zwangerschap zien als een soort offer voor het volgende kind dat wel gezond wordt geboren. Dat vind ik nogal luguber klinken. Ik zie Tijn totaal niet als offer. Ook niet ‘onbedoeld’. Wat dat betreft ben ik misschien te nuchter.

Gelukkig maar.

Het was een waardevolle les. Een les die niet alleen mij aan het denken heeft gezet, maar vooral een les die de gelegenheid gaf aan de kinderen om hun gedachten met elkaar te delen. Over een onderwerp dat normaal gesproken niet ter sprake komt of waar je makkelijk met elkaar over praat. De groep gaat nu naar huis met nieuwe kennis van elkaar.

En zelf ben ik blij dat ik weer even heb kunnen ervaren hoe fijn het is om hier openlijk over te kunnen praten.

Over Aukje

Aukje Hilgers is leerkracht in het speciaal onderwijs, getrouwd met Bart en moeder van drie mooie kinderen: Tijn*, Hidde en Tinne, die ze koestert in haar hart of met een dikke knuffel.