Categorie: Blog

Nachtelijke bezoekjes

Nachtelijke bezoekjes

Je staat aan mijn bed. Net als je broertje en zusjes altijd doen. Opeens, midden in de nacht. Ik praat tegen je. Half slaapdronken. Ik open mijn ogen en je lost op in het niets.

Deze nachtelijke bezoekjes voel ik vaker. Al twijfel ik soms of mijn hoofd een loopje met mij neemt. Misschien verzint mijn hoofd het wel, om mijn verdriet te stillen. Ik wil je dichterbij voelen, maar soms lijk je zo ver weg. Ik ben niet erg spiritueel. Ik weet niet eens wat ik geloof, maar toch haal ik heel veel kracht uit deze nachtelijke bezoekjes.

Mijn hoofd heeft zich in ieder geval een beeld gevormd van hoe je eruit zou zien en voor heel even ben je dan echt bij mij.

In deze periode ben ik meer met je bezig. Nog twee maanden en dan is het alweer acht jaar geleden. Acht jaar. Het voelt lang en kort tegelijk. In die acht jaar is er zo ongelofelijk veel veranderd. Ben ik zo ongelofelijk veel veranderd. Ik denk dat veel mensen van vroeger mij haast niet zouden herkennen. Ja, aan mijn uiterlijk maar niet aan al het andere.

Ik merk dat ik minder scherp ben in deze periode. Ik ben meer met je bezig en ik vind het ook fijn om met je bezig te zijn. Al twijfel ik veel of de buitenwereld daar ook zo over denkt. Voor hen blijf je al snel hangen in je verdriet. Al ervaar ik dat zelf anders. Mijn verdriet sterkt mij in wie ik ben of wie ik wil zijn.

Door jouw geboorte en je veel te snelle vertrek zie ik de wereld door andere ogen. Mijn waarden, normen, uitdagingen en zoveel andere dingen zijn verlegd. De zoektocht is lang en ik kom mijzelf in heel veel facetten van het leven tegen. Ik zie op tegen situaties waar ik vroeger met volle vaart in zou zijn gerend en aan de andere kant durf ik risico’s te nemen waar ik voorheen zeker voor zou zijn weggelopen.

Ik roep vaak dat de prijs te hoog is. Ja, ik vind de dingen die ik nu doe heel erg fijn, maar de prijs die ik er voor heb betaald is veel en veel te hoog. Maar goed, de situatie veranderen kan niet meer. Het is mij immers al overkomen. Ik moet en zal er het beste van maken, met jou in mijn hart. Als ik je in mijn hart bewaar, raak ik je namelijk nooit meer kwijt.

lees meer...
De laatste keer compleet

De laatste keer compleet

Met Nora in haar mandje tussen ons in gaan we op weg naar de begraafplaats.

Samen zitten we op de bank in ons kamertje in het gasthuis, de ruimte waar ons meisje de afgelopen dagen opgebaard lag. Zo’n klein baby’tje in een rieten mandje. Het mandje waarin ze over enkele uren begraven zal worden.

Ik voel een flinke brok in mijn keel. De tranen komen maar niet vandaag. Ik vraag me af of dit is omdat ik me groot probeer te houden, of dat ik later zal instorten. Ik kijk naar buiten en zie dat het regent. ‘Past goed bij deze dag’ denk ik nog.

Ik merk dat ik het moeilijk vind om te beseffen wat er vandaag allemaal gaat gebeuren, terwijl ik toch echt met mijn overleden kindje op schoot in de armen van mijn man zit.

Het is vijf dagen na de bevalling. De hormonen gieren door mijn lijf, dat voelt dat ik voor mijn kindje moet zorgen. Mijn lichaam maakt melk aan, voor een kindje dat ik nooit mag voeden.

Mijn gedachten dwalen af en voor mijn gevoel ben ik in veel dingen tekort geschoten in het voorbereiden van de begrafenis. Ons kleine meisje heeft geen kleertjes aan, want we hebben niet op tijd iets kunnen vinden dat past. Ze is in doeken gewikkeld en dat voelt heel raar. Het voelt alsof alles wat we de afgelopen dagen gedaan en geregeld hebben, niet genoeg was.

Maar is het ooit genoeg? Dit is het enige moment dat we echt voor haar kunnen zorgen. Hebben we wel de juiste muziek? Is het niet raar dat ik zelf wil spreken in de afscheidsdienst, omdat ik de tekst zelf geschreven heb? Durf ik dat wel? Gelukkig neemt onze uitvaartbegeleider het over als ik niet durf. Dit is een geruststellende gedachte.

Ik ben met zoveel bezig in mijn hoofd, om maar niet bezig te zijn met het feit dat we zo definitief afscheid moeten nemen van ons kind. Onze baby, waar we zo naar toe hebben geleefd.

Ik ben in gedachten verzonken als ik merk dat de deur opengaat en Helga, onze uitvaartbegeleider, binnenkomt. Ik zie aan haar gezicht dat het tijd is. Tijd om ons kindje in haar mandje te leggen. Het is een wit rieten mandje, met een wit kussentje, waarop ze komt te liggen. Zo gekozen omdat dit wat ‘zachter’ aan zal voelen dan een klein doodskistje.

We staan met z’n tweeën naar haar te kijken. Haar mooie gezichtje nog eens goed in ons op te nemen, maar geen van ons beiden lijkt aanstalten te maken om de deksel op het mandje te doen. Ik neem hierin uiteindelijk het voortouw, als het tijd is om te vertrekken. Ik pak vastberaden de deksel en leg hem op het mandje. Alsof ik een pleister van een wond trek, niet nadenken maar doen.

Samen maken we de knoopjes vast, om het mandje dicht te maken. Jan pakt onze jassen, de auto met de chauffeur staat buiten al op ons te wachten. Met knikkende knieën loop ik naar de auto toe, met het kleine witte mandje in mijn handen. We zitten op de achterbank. Jan en ik, met Nora in haar mandje tussen ons in. De laatste keer samen als gezin compleet. Wij drieën.

We houden elkaars hand stevig vast, terwijl onze handen op het mandje liggen.

Het is stil in de auto. Ik merk dat ik dit lastig vind. Deze stilte geeft ruimte voor gedachten en gevoelens om binnen te komen en dat is iets wat ik op dit moment niet wil toelaten. Ik probeer af en toe een luchtig grapje te maken of iets aan mijn man te vragen, maar de spanning en emotie zijn ook van zijn gezicht af te lezen. Langzaam rijden we af op de begraafplaats. De plaats waar de urn van de vader van Jan ook staat.

Zo zal ons meisje altijd dichtbij haar opa zijn.

 

lees meer...
Geen regenboog om me aan op te trekken

Geen regenboog om me aan op te trekken

Een regenboogbaby komt er niet altijd na een stilgeboorte. Dat is een rouwproces op zich.

Hoe leef je dan verder en vind je ooit weer levensgeluk en levensinvulling? Hilco schreef er een blog over.

Geen regenboog om me aan op te trekken

Grijze wolken trekken over ons huis. Regen klettert neer en sijpelt de grond in. Verderop worden babygrafjes nat nu de hemel huilt. Ik kijk of er een zonnestraal door de wolken breekt, een blauw gat in de donkergrijze deken. Want een beetje zon geeft al hoop, soms zelfs een boog, waaraan ik me kan optrekken om even de hemel aan te tikken. Maar de hemel is afgedekt, ik moet door de regen gaan. Voor mij geen blauw of een straaltje goud, nee, ik moet in de regen blijven staan. Voor mij geen vrolijke kleuren van de regenboog, maar een zware donkere wolk die alles domineert.

Met alle kracht bouw ik een toren hemelhoog. En als ik boven sta, scheur ik met al mijn kracht het wolkendek open. Maar het lukt me niet. De wolken lijken steeds dikker en ik sta hier in de mist tussen hemel en aarde. Ik bid: ”God, breek de hemel open en geef me licht, leven en hoop! Geef mij Uw ongrijpbare boog!” Maar de mist slokt al mijn geluiden op. Moet ik soms een hogere toren bouwen?

Laat ik naar beneden gaan en naar de zwanen gaan. Laat ik op hun rug gaan staan en als ze boven de wolken vliegen, zal ik de wereld overzien. Dan grijp ik de maan met haar soezige gezicht en schud haar wakker. Ze zucht: ”Waarom wil je je optrekken aan de regenboog? Schijn je licht waar je woont en heus, het zal lichter worden.”

Eenmaal beneden plenst het als nooit tevoren. Gedesillusioneerd, maar ook strijdvaardig, besluit ik nog eenmaal te hopen, nog eenmaal te wensen. ”Als ik écht wil, zal ik me straks kunnen optrekken aan de regenboog,” bijt ik mezelf toe. Ik bid om het blauw en het zonlicht. En als een wonder zie ik een glimp van de regenboog. Snel ren ik erheen, maar de boog rent ook en is steeds sneller. Ik spring en probeer met mijn handen de boog te grijpen om me eraan op te trekken. Maar ik val met een smak in het drassige gras, de maan vergeten.

Een paar dagen later herinner ik mij de maan en wat ze zei. Ik hoef me niet op te trekken aan de regenboog. Het is nu tijd dat ik zelf ga schijnen. Tijd voor licht! En voorzichtig begin ik te schijnen. Een klein waakvlammetje wordt een lamp en voor ik het weet een baken van licht. En kijk, daar in de wolken ontstaat een boog met kleuren die niemand ooit heeft gezien. Kleuren waarbij gewone regenbogen lijken te verbleken. Ik straal en ik lach. En ik stamel: ”Dank u, God!”

lees meer...
Ik hou van je en ik mis je

Ik hou van je en ik mis je

Lieve Ella, al een jaar lang ben ik een super trotse moeder. Ik hou van je en ik mis je

Precies een jaar geleden werd ik voor het eerst moeder. Moeder van een stil meisje. Ze huilde niet toen ze op m’n buik werd gelegd.

Dat ze niet meer leefde kregen we een aantal dagen daarvoor te horen. Plotseling, zomaar, uit het niets. Geen waarschuwing, geen teken. Ik lag op de bank bij de verloskundige toen ze me vertelde dat het niet goed was. “Wat bedoel je, niet goed? Wat betekent dat?” vroeg ik nog. Ik had verwacht dat er overal alarmbellen af zouden gaan en er honderden mensen binnen zouden stormen om jou te redden. Maar er viel niets meer te doen, het was al gebeurd. Jouw hartje was gestopt met kloppen.

Ik kon het niet geloven, raakte totaal in paniek. ‘Als er iets mis is met mijn kind voel ik dat als moeder wel aan’, dacht ik altijd. Maar er bleek geen enkele aanwijzing. En ook geen enkele oorzaak. Elke dag zoek ik naar antwoorden die ik nooit zal vinden.

Mijn eerste kind, mijn eerste dochter. Die ik nooit meer vast zal houden, nooit naar school zal brengen en waarvan ik nooit het woordje ‘mama’ zal horen.

Ik mocht haar bijna 30 weken dragen. En toen ze eenmaal werd geboren, was ik gelijk verliefd. Wat was ik trots. Eindelijk kon ik haar ontmoeten, ik was zo benieuwd naar haar. Ze zeggen altijd dat je je eigen kind het knapste vindt. Nou, deze wás ook echt het knapste. Ik was er helemaal van ondersteboven. Dat wij zoiets moois hadden gemaakt. Ze was helemaal af, met blonde haartjes en wimpertjes en de liefste vingertjes en teentjes die ik ooit had gezien.

Dat er nooit een oorzaak is gevonden voor haar overlijden vind ik misschien nog wel het allermoeilijkste. Dat ik niet weet of de geschiedenis zich zal herhalen. Dat ik niet weet of ik het had kunnen voorkomen. Dat ik haar niet kan vertellen dat het beter is zo, want dat is het niet. Ze had gewoon bij ons moeten zijn.

Ik heb me zo lang schuldig gevoeld. Nog wel eens, eigenlijk. Schuldig dat ik niks heb gemerkt, dat ik haar niet heb kunnen beschermen. Mijn buik zou een veilige plek moeten zijn. Waarom had mijn lichaam ons zo in de steek gelaten? Waarom kon ik haar niet redden? En ondanks dat het me heeft gebroken, zou ik het niet ongedaan maken als het kon. Als dat zou betekenen dat ik Ella nooit had gekend. Doe me dan maar het verdriet en de pijn, maar daarmee ook de liefde. Want het heeft me niet alleen maar dingen gekost, het heeft me ook heel veel gebracht. De liefde die ik voor haar voel overvalt me soms. Een extra luikje in m’n hart dat open is gesprongen toen ze in m’n armen lag. Ik had geen idee dat dat luikje er was. Ze heeft me geleerd om zachter voor mezelf en anderen te zijn. Om

vertrouwen te hebben. Om hard te huilen en om hard te lachen. En dat het allemaal oké is.

Lieve Ella, al een jaar lang ben ik een super trotse moeder. Ik hou van je en ik mis je, elke dag opnieuw. En ik hoop stiekem dat jij ons ook een klein beetje mist. Vandaag bakken we taart, hangen we slingers op, pakken we cadeautjes voor je uit, zingen we voor je en praten we oneindig veel over je. We vergeten jou echt nooit.
Voor altijd ons lieve kleine meisje.

Dikke kus van mama

lees meer...
Twee wetten maken een totaal verschil: Het verhaal van Faith

Twee wetten maken een totaal verschil: Het verhaal van Faith

In het leven worden we soms geconfronteerd met gebeurtenissen die ons tot in het diepst van onze ziel raken. Voor mij begon dit hoofdstuk op een ogenschijnlijk normale dag, toen ik een petitie ondertekende die de rechten van ouders van stilgeboren kinderen wilde verbeteren. Destijds had ik geen idee dat deze daad van solidariteit 13 maanden na de invoering van de wet mijn eigen leven zou raken, op een manier die ik nooit had kunnen voorzien.

Op 12 maart 2020 moesten we afscheid nemen van Faith, ons geliefde dochtertje dat veel te vroeg van ons werd weggenomen. Het was een dag die onze wereld in duisternis hulde en ons hart verscheurde in een pijn die onbeschrijfelijk is. Nooit had ik gedacht dat ik zelf zou behoren tot de ouders die hun kind veel te vroeg moesten laten gaan.

Terugkijkend herinner ik me de petitie van Stille Levens die ik had ondertekend, gedreven door een gevoel van medeleven en empathie voor ouders die dit verdriet al hadden doorstaan. Ik wist toen niet dat deze wet, waarvan ik dacht dat ze anderen zou helpen, mijn eigen leven zou beïnvloeden op een manier die ik me niet had kunnen voorstellen. Het was pas toen de realiteit van het verlies van Faith onze familie trof, dat ik de volledige impact van deze wetten begreep.

De eerste wet, die het mogelijk maakte om stilgeboren kinderen in de Basisregistratie Personen (BRP) op te nemen, was een mijlpaal voor ouders zoals wij. Voorheen werden stilgeboren kinderen administratief niet erkend, waardoor hun bestaan in de officiële registers niet werd vastgelegd. Deze wet gaf ouders de kans om het bestaan van hun stilgeboren kind officieel te erkennen en het een plaats te geven in de administratie.

Het was een verlichting om te weten dat Faith nu officieel werd erkend als ons kind, geregistreerd in de BRP onder haar naam, Faith (Néva Rose) van Hees.

Maar voor mij was dit nog niet genoeg. Ik had altijd al gewild dat mijn kinderen een dubbele achternaam zouden dragen, en Faith was daarop geen uitzondering. Haar rouwkaart en andere documenten die we maakten, vermeldden al haar naam als Faith (Néva Rose) van Hees – Hompes. En dankzij de tweede wet, die ouders de mogelijkheid gaf om hun kinderen een dubbele achternaam te geven, werd dit een realiteit.

Sinds 14 februari 2024, Valentijnsdag, staat Faith officieel geregistreerd met haar dubbele achternaam. Dit was een moment van vreugde en opluchting, een erkenning van haar volledige identiteit en een eerbetoon aan de liefde die ze in ons leven bracht, zij het voor een veel te korte tijd.

Stille Levens vroeg me om dit verhaal te delen, niet alleen als herinnering aan Faith, maar ook als een boodschap van hoop en empowerment voor andere ouders die hetzelfde verdriet hebben meegemaakt. Want nu weten zij, net als wij, dat hun kinderen niet alleen erkend kunnen worden, maar ook de achternaam van beide ouders mogen dragen. Door een overgangsregeling zelfs met terugwerkende kracht*.

Dus voor alle ouders die hetzelfde pad bewandelen: weet dat je niet alleen bent. En voor Faith, mijn liefste dochter: jouw naam leeft voort, nu en altijd.

Faith Néva Rose van Hees – Hompes

Met liefde,

Shannen van Hees – Hompes

 

*Let op deze overgangsregeling loopt nog tot 1 januari 2025.
Je kunt gebruik maken van de overgangsregeling als jouw eerstgeboren kind geboren is op of na 1 januari 2016. Denk je er over om jouw kind(eren) ook beide achternamen mee te geven? Kijk dan zeker op onze site voor de regels die gelden en de kosten die de gemeente rekent voor deze wijziging. Alle info vind je op: stillelevens.nl/informatie/geboorteaangifte-en-achternaam/

lees meer...
Verhuizen

Verhuizen

Langzaam maar zeker wordt het tijd om in te pakken. Nog maar een paar weken voordat we de sleutel inleveren van dit prachtige huis. Het huis waar we met jou zouden gaan wonen.


Het nieuwe huis
, met jouw kamer en jouw bedje en alles wat we voor je hadden gekocht. Nu slaapt je zusje in jouw bedje en speelt zij met jouw knuffels. Zij draagt jouw kleding en we wandelen met jouw kinderwagen.

Maar niet alles wordt gebruikt. Nog zoveel spulletjes die van jou zijn en voor mij zoveel waarde hebben. Nu moet ik ze inpakken en meenemen. Ik vind het moeilijk om ze aan te raken, het doet me zo veel pijn. Ik wil zo voorzichtig mogelijk met jouw spulletjes zijn, om niks kapot te maken.

De doos met jouw geboortekaartjes, het dekentje dat over je kistje lag, de hydrofiele doek die in het ziekenhuis bij je hoofdje lag, de usb-stick met de afscheidsdienst, een knuffeltje, de gipsafdrukjes van je handjes en voetjes, een plukje van je haar… Zomaar wat dingen die ik met alle zorgvuldigheid inwikkel en voorzichtig in verhuisdozen leg. Bij alles wat ik vastpak voel ik de pijn van het gemis. Het verdriet, de onzekerheid en de boosheid zijn zo diep in me geworteld dat ze onderdeel zijn geworden van mijn persoonlijkheid.

Verhuizen is intens. En zeker als je geconfronteerd wordt met de spullen die je zó veel waard zijn. Het voelt bijna respectloos om alles in een doos te vervoeren. Daarom heb ik de urn en het beeldje van jouw handen en voeten op mijn schoot meegenomen in de auto. Het zijn een paar van de laatste dingen die overgaan naar het nieuwe huis. Ik houd ze tijdens het rijden op mijn schoot. Het is maar 500 meter. Ik start de auto en rijd weg. Als ik de straat uitrijd schijnt de zon vol in m’n gezicht. Het is 16.30 uur en de zon gaat bijna onder. De hemel kleurt oranje en de zon komt tussen de wolken vandaan. Ze schijnt vol in mijn gezicht. Alsof jij wilt zeggen: “Het is goed mam, ik ga met je mee.” Ik knipper, veeg een traan van m’n wang en zeg hardop: “Je hebt gelijkt, je gaat altijd met me mee.”

Jouw naam betekent “zon”. En af en toe trakteer je mij op zo’n mooi, uniek moment waarin mijn wereld even stilstaat en ik alleen maar dankbaar kan zijn voor een teken van jou. Een teken van mijn lieve zoon uit de hemel. Hij die er elke dag is en elke dag met mij meegaat.

Hij hoeft niet te verhuizen, want hij woont in mijn hart.

lees meer...
Ze bestaat anders nu

Ze bestaat anders nu

Achter in onze tuin is een drassig, donker hoekje. De paar grassprieten die er staan hebben het zwaar. Onze hond rent er graag heen om modderpoten op te doen en die daarna wild over het vloerkleed uit te smeren.

Dat hoekje heeft een plek in mijn hart. Het is de plek van onze dochter. Vlak nadat we hoorden dat haar hartje niet meer klopte, ontdekten we daar één sneeuwklokje. Moederziel alleen. Het eerste sneeuwklokje in de wijde omgeving.

Drie maanden later, op de uitgerekende datum, piepte op dezelfde plek één sneeuwklokje uit de grond. Het was april, ver na de bloeitijd.

Sindsdien zijn mijn man en ik altijd op zoek. Naar het symbool van ons kindje, van hoop en onschuld. We vullen ons huis met sneeuwklokjes. Je vindt ze op het ingelijste geboortekaartje. Je ziet een vilten sneeuwklokpoppetje op de plank pronken. Als we een kaart schrijven staat daar een sneeuwklokje op gestempeld. En vanaf januari is het speuren. Op de fiets kijken we of de witte bloempjes al tevoorschijn komen. We delen foto’s van vroege vondsten met elkaar. Ik zou zó een kaart van de omgeving kunnen tekenen. Een sneeuwklokjesplattegrond.

Januari en februari zijn nu achter de rug. We hebben honderden, misschien wel duizenden sneeuwklokjes begroet. Dat zet me aan het denken. Waarom is het zo fijn om een symbool voor mijn dochter te hebben? Ik denk dat het met meedragen te maken heeft.

Na de geboorte heb ik mijn dochter vastgehouden en haar gezichtje ingeprent. Dat beeld van haar is bevroren. Ze wordt niet groter. Maar in gedachten groeit ze. Ik blijf haar ontmoeten in de kleine dingen. Met elk sneeuwklokje is het alsof ze bij me is. Een glimlach geeft.

Ik kan geen foto van mijn kindje naar mijn familie sturen. Maar wel een plaatje van een berm, besneeuwd met klokjes. “Kijk allemaal, ze is er!” Ze bestaat anders nu, maar ze bestaat nog.

Ik open Whatsapp en zie dat mijn moeder een foto deelt. Ze is een truitje aan het breien met een prachtig patroon van sneeuwklokjes. We dragen ons kindje niet alleen mee.

lees meer...
Vertrouwen in de arts

Vertrouwen in de arts

We zitten in de wachtkamer van de huisarts, ik ben vrij ontspannen. Onze dochter heeft koorts en is al een aantal dagen op en af niet zo lekker. We gaan bijna op vakantie, dus voor de zekerheid laten we haar nakijken. We hebben een fijne huisarts, dus ik heb er alle vertrouwen in dat ze haar goed zal nakijken.

We worden opgehaald door een jonge, vriendelijke vrouw. Er kijkt iemand mee,’ denk ik nog en ik vind dat prima. We lopen naar de spreekkamer, maar daar zit niemand anders. Ik voel een lichte paniek opkomen. Ik vraag meteen waar mijn eigen huisarts is en dan blijkt deze arts een waarnemend arts te zijn. De paniek slaat toe. Mijn eerste gedachte is: hier heb ik dus niks aan, ik weet niet of zij eerlijk is, ik weet niet of zij de waarheid spreekt, ik weet niet of zij mijn dochter echt goed nakijkt of maar wat zegt om mij gerust te stellen. Kan zij wel beoordelen of mijn dochter ziek is of misschien iets heel ergs heeft, waaraan ze misschien wel dood kan gaan?’

Want zo ging het eerder ook, toen ik zwanger was. De verloskundige zei dat alles goed was, artsen bleven maar zeggen dat het allemaal goed kon komen. Tijdens mijn eerste zwangerschap, van Boris*, maar ook tijdens de zwangerschap van Saar*, het dreigde allemaal mis te gaan. Ik wist dat het mis zou gaan en toch bleven ze maar zeggen dat het goed kon komen, tot ik in het ziekenhuis lag tijdens mijn derde zwangerschap, met Simon* in mijn buik.

De gynaecoloog maakte een echo van Simon* die toen nog springlevend in mijn buik zat. Ik wist dat het niet goed zou komen, maar natuurlijk bleef ik hopen. Vlak voordat de gynaecoloog de kamer uitliep, vroeg ik: ‘’Dokter wilt u het alstublieft eerlijk zeggen, is er nog een kans dat dit goed gaat komen?’’ Ik zag zijn aarzeling, hij keek mij aan. Ik herhaalde mijn vraag. Ik keek hem aan, zijn mond ging open en ik zag zijn lippen bewegen. ’’Ik denk niet dat het goed gaat komen, die kans is echt erg klein.’’ Het was een keiharde boodschap die mij ergens ook rust gaf, want ik wist al dat dit het antwoord zou zijn. Ik voelde dat het niet goed was, ik voelde dat ik weer te vroeg zou gaan bevallen. Hij zei alles wat ik niet wilde horen, maar hij was eerlijk. Ik kreeg geen valse hoop, maar de waarheid.

Deze boodschap heeft zo veel voor mij betekend. In mijn vierde zwangerschap heb ik me vastgeklampt aan deze gynaecoloog. Iedere week zat ik in zijn behandelkamer en iedere week zei hij dat – voor zover hij het kon zien – het er goed uit zag. Ik vertrouwde hem. Ik wist dat als het niet goed zou zijn, hij dit ook zou zeggen.

Mijn eigen huisarts was altijd nauw betrokken tijdens mijn zwangerschappen en ik heb een goede band met haar. Ik vertrouw haar en ik weet dat ook zij eerlijk is en geen risico zal nemen. Maar nu sta ik dus niet bij mijn eigen huisarts, maar in de behandelkamer van de waarnemend huisarts.

De paniek is zichtbaar, ik geef ook duidelijk aan dat ik niet blij ben met de situatie. Mijn partner seint naar me dat het goed is en dat ik een beetje rustig moet doen. Pas op dat moment kom ik weer terug in de realiteit. Ik besef dat mijn gedachten gebaseerd zijn op die eerdere gebeurtenissen, op de angst om weer een kind te verliezen.

Ik besluit dat het voor nu oké is en laat mijn dochter nakijken door de waarnemend huisarts. Gelukkig is er niets ergs, als de klachten niet verminderen adviseert ze om later in de week nog even terug te komen. Nog diezelfde dag maak ik een afspraak bij onze eigen huisarts voor later in die week. We bespreken de situatie van afgelopen week en ze kijkt onze dochter na en bevestigt wat de waarnemend huisarts ook al zei. Ik besef maar al te goed dat de waarnemend huisarts een prima arts is en dat mijn angst gebaseerd is op het verlies van mijn kinderen. Maar toch had ik deze afspraak met mijn eigen huisarts even nodig.

lees meer...