Categorie: Blog

Angst

Angst

Lif komt enthousiast naar mij toe gerend op het schoolplein. Ik zie dat zij een kaartje in haar hand heeft. Ik glimlach ondanks dat ik de angst voel opkomen. Als het maar geen zwemfeestje is, als het maar geen zwemfeestje is,” schiet er door mijn hoofd. Lif staat springend voor mij en zwaait met het kaartje langs mijn gezicht. Ik zie haar mond bewegen en hoor geluid, maar ik wil het niet horen. Ze blijft springen en ik hoor alleen maar ‘slaapfeestje met zwemmen’. Mijn grootste angst wordt werkelijkheid. Zal ik zeggen dat ze niet kan? Zal ik vragen of ik mee kan? Door de angst raak ik in paniek en ik zie verschillende scenario’s voorbij komen. Losse haren in de afvoer terwijl niemand ziet dat ze vast zit, rennen langs de rand waarbij zij uitglijdt en een breuk oploopt, iemand die haar meeneemt, iemand die haar pest… O, ik maak mezelf gek!

Ben ik door het overlijden van Fiene angstiger dan andere moeders? Ben ik die curlingmoeder op het schoolplein en op het voetbalveld? Het feit dat Fiene is overleden, maakt mij denk ik zeker angstiger. Ik ben bang om niet alleen mijn kinderen te verliezen, maar ook Niels, mijn ouders en mijn broer. Sirenes maken mij alert, dan pak ik gelijk mijn telefoon om alarmeringen.nl te checken. Waar gaat de ambulance heen? Waar zijn de kinderen? Waar is Niels? Rijden ze naar mijn ouders toe? O, ik maak mezelf gek!

Ik kan naar liedjes luisteren en bedenken dat het een mooi liedje is op een begrafenis. Daarbij verzin ik een hele speech voor diegene bij wie ik het liedje vind passen. Wanneer ik een brok in mijn keel krijg, mijn hart overslaat van verdriet en de tranen langzaam over mijn wangen lopen, roep ik mijzelf tot de orde. Dit is nog lang, heel lang niet nodig.
De angst is er. Ik ben mij er bewust van en ga mijn angsten aan. Lif mag natuurlijk naar het kinderfeestje. Wel met afspraken: haren in een vlecht, goed op elkaar letten, elkaar niet onder water duwen en naar haar ouders toegaan als je je niet prettig voelt.

Lif heeft een heerlijk feestje. Ik haal mijn korte en onrustige nacht later wel weer in.

lees meer...
Die eerste werkdag

Die eerste werkdag

In de spiegel in de lift zie ik een vertrouwd beeld. De nette broek, kattenharen weer eens verwijderd, mijn leren rugzak met daarin het appeltje en de boterhammen.

Eén ding wijkt af. Voor mijn gevoel bungelt om mijn nek een bordje. Daarop staat de tekst ‘moeder van een overleden kind’. Vanaf nu zal ik dat bordje elke keer meedragen naar mijn werk.

Een half jaar ben ik weg geweest, plotsklaps uitgelogd om de meest grauwe kraamtijd in te stappen. Werken bleek lang onmogelijk, met een hoofd zo vol van ons kindje dat er geen e-mail bij paste.

Maar nu stap ik de lift uit, loop het koffieapparaat, de rij bureaus en het slecht gekozen tapijt tegemoet. Daar staat Maartje, die me vanaf het eerste uur met warmte heeft bijgestaan. Ze vangt me op met een omhelzing. ‘Wat fijn je te zien.’ Vandaag drink ik een kop thee met haar. Dat is genoeg voor dag één.

Op de bank, met een mok in mijn handen, voel ik me kwetsbaar. Het bordje weegt zwaar en doet mijn hoofd buigen, mijn blik verborgen voor collega’s die langs lopen. Vorige week stuurde ik ze een brief.Voel je vrij om te vragen hoe het met me gaat,’ gaf ik mee. ‘Ik praat graag over Neve, zij zal altijd ons eerste kind blijven en we zijn trots op haar.’ Maar die dag ontwijk ik mijn collega’s, fiets ik na een uur met een vol hoofd terug, smachtend naar de stilte thuis.

Mijn uitnodiging tot gesprek zou later zorgen voor momenten die raakten. De tranen toen ik Lisanne tegenkwam, met wie ik samen met een dikke buik rondliep. Het gesprek met Mirjam, die doorvroeg naar mooie details. De knuffel van Annette op de gang, waarbij geen woorden nodig waren.

En zonder dat ik het doorhad zou werken steeds makkelijker worden, minder van me vragen. Zou ik op de fiets weer de bomen om me heen zien, thuiskomen met een vrolijk verhaal over een klus die lukte. Langzaamaan sprokkelde ik stukjes van mijn oude en nieuwe zelf bij elkaar.

Dat denkbeeldige bordje blijft. Maar ik heb het nu in mijn werktas gestopt. Wie ernaar vraagt mag er een blik op werpen, graag zelfs, en dan vertel ik over onze mooie dochter.

 

Extra informatie en ondersteuning passend bij de prachtig verwoorde blog van Jet:

Brochure: Weer aan het werk na verlies van je baby

Brochure: Voor collega’s en werkgever

Voorbeeldbrief: Brief voor collega’s

lees meer...
Zusjes

Zusjes

Ze zegt weleens: “Al het slechte heb ik van jullie! Waarom hebben Sef en Ferre dat niet? Lif doelt op de dyslexie die zij van mij heeft geërfd, de slechthorendheid van Niels en de allergieën van de families van beide kanten. Elke week Nieuwsbegrip (begrijpend lezen) maken is dan ook best een opgave voor haar en ze ziet er elke week weer tegenop. Sef maakt het zelfstandig, vindt het soms wel fijn als ik erbij kom zitten. Ik kan hem niet bijhouden, zo snel als hij leest en doorheeft wat het juiste antwoord is. Voor Lif is dat echt een heel ander verhaal. Elke week maken we tijd vrij om het samen te lezen, maakt zij de vragen en checken we samen hoe ze tot dat antwoord is gekomen. De ene keer met veel gelach en veel plezier, de andere keer met veel gezucht en strijd.  

Samen hebben we de eerste tekst gelezen en de 27 vragen gemaakt. Daarna volgt er altijd nog een lap tekst waar 10 vragen over gemaakt moeten worden. 

Het huiswerk hebben we deze week uitgesteld tot maandagavond. Ferre was zaterdag jarig en zondag had hij zijn kinderfeestje en daar moesten zijn broer en zus toch echt bij zijn. 

Lif is moe, wordt al echt een puber dus na de 27 vragen geef ik aan dat ik de tekst helemaal voorlees in plaats van dat zij het helemaal moet lezen of dat we de tekst verdelen. 

Dit keer gaat het over een boek Toen mijn broer een robot werd, van Emiel de Wild. Ik lees de tekst zin voor zin voor, hij raakt me steeds meer. Zin-voor-zin wordt woord-voor-woord. Ik verkramp, mijn stem verandert, ik moet tussen de zinnen, tussen de woorden door diep ademhalen. 

Lif kruipt bewust, misschien onbewust, wat dichter tegen mij aan. Ik lees verder voor: “Ik hoor mezelf ademen. Het is vreemd: deze Dennie is mijn broer niet en tegelijkertijd is hij mijn broer wel. Ineens is hij er: de robot die Tijs’ broer vervangt. De robot lijkt op Dennie, klinkt als Dennie en gedraagt zich als Dennie. Maar… hij is hem niet. Hoe durven pap en mam te doen alsof Dennie nog leeft!” 

Ik huil, tranen stromen uit mijn ogen. Ik kan niet stoppen met huilen. Een robot die Fiene zou moeten vervangen? Lif knuffelt mij en beetje bij beetje word ik rustiger en ik lees weer verder. “Dennie gaat tegenover me in een stoel zitten. Hij vraagt niet of dat mag, of die plaats vrij is. Hij doet het gewoon. Hij gedraagt zich niet als visite, maar als iemand die hier altijd heeft gewoond.” 

Ik klem mijn kaken strak op elkaar en bedwing mijn tranen. 

De tekst is klaar en we maken samen de tien vragen. Ze heeft ze alle tien goed! 

Ze huilt, ze huilt zo hard. Samen huilen we nog harder… om onze kleine Fiene. Om de zus die ze nooit heeft gezien, nooit heeft gekend. Om de zus die ze soms zo kan missen en met wie ze in haar fantasie samen kleding past voor de spiegel. De zus met wie ze samen danst en bij wie ze make-up op kan doen. En zij bij haar… Mijn twee kleine meisjes, wat had ik ze graag samen in mijn armen gehad.  

lees meer...
Bitterzoete Vaderdag

Bitterzoete Vaderdag

Ach, het is weer Vaderdag. Samen als gezin, compleet en zoet bij elkaar. Papa krijgt een lelijke papieren stropdas, die toch de mooiste stropdas is, omdat hij door het liefste kindje is gemaakt. Een leren schort voor bij de barbecue, een nieuwe set schroevendraaiers, of een lekker luchtje. Een jaarlijkse dag om paps eens extra te verwennen. Bouwmarkten, elektronicazaken, tuincentra, delicatessenwinkels en drogisterijen spinnen er garen bij. En vader kan er weer een jaar op teren. 

Mij wordt vaak het beeld voorgehouden dat het een mierzoet feestje is voor mierzoete gezinnen. Natuurlijk hoort dat bij de commerciële wereld en – wees eerlijk – vaak ook op de sociale media. Terwijl er vaders zijn die

  • ziek zijn
  • overleden zijn
  • gevangen zitten
  • ver weg aan het werk zijn
  • gewelddadig zijn
  • onbereikbaar zijn
  • monsters zijn
  • belemmerd worden in hun vaderrol
  • nooit kinderen kregen
  • kinderen moesten afstaan, omdat de rechter dat bepaalde
  • kinderen moesten begraven of cremeren
  • … 

Ben je dan als gezin compleet en gezellig bij elkaar? Volmaakt is het nergens, maar als je als gezin compleet bij elkaar bent, is dat een rijke zegen. Koning Willem-Alexander zei op zijn verjaardag: ”Mijn grootste geschenk is dat we vandaag als gezin compleet bij elkaar zijn.” Ik was blij voor hem, maar het zette mij wel aan het denken. Die zin zal ik zelf nooit uitspreken op een verjaardag of een feestdag en ook niet op Vaderdag. Dagen waarop ik mijn kinderen extra mis, bovenop het gemis dat ik iedere dag ervaar. Dat maakt mij verdrietig en somber en soms ook wel jaloers en gefrustreerd. Ik heb inmiddels geleerd dat dat normaal is en dat het geen zin heeft om er alles aan te doen deze gedachten en gevoelens te negeren. Als je dat doet, dienen ze zich vroeg of laat toch wel aan. 

Geen lelijke, mooiste papieren stropdas voor mij. Dat scheelt weer wat gênante momenten, denk ik dan maar. Maar wat had ik graag die papieren stropdas gekregen en met gêne gedragen! Wat had ik graag Samuel en Matthias bij me willen hebben! Ook op de gewone dagen, buiten de feestdagen om. Want ”gewone dagen” zijn er veel meer dan feestdagen. 

Vandaag is het ook Vaderdag voor mij. Geen papieren stropdas, maar vast wel een leuk cadeautje. En dan zeggen we maar dat Samuel en Matthias het hebben uitgezocht. Maar mierzoet is het niet. Bitterzoet wel. Dat zal zo blijven. Dat kan en hoeft ook niet opgelost te worden. Het hoort bij mijn leven. Mijn leven als vader van Samuel en Matthias, die fysiek afwezig zijn, maar toch ons gezin compleet hebben gemaakt. En in mijn hart en gedachten altijd aanwezig. Misschien maken ze elk jaar wel een cadeautje en heb ik die nog te goed. Voor later.

Ach, het is weer Vaderdag …

Ah, het is weer Vaderdag! 

 

lees meer...
Voor altijd juni 2017

Voor altijd juni 2017

Ik denk nog regelmatig terug aan juni 2017. 

Op 6 juni 2017 werd jij geboren, onze prachtige, lieve Arthur. 

Het was stil, te stil… 

Het kwam niet als een verrassing. Twee dagen daarvoor hoorden we dat je was overleden in mijn buik. Bij een check na het breken van mijn vliezen hoorden we niets, je hartje was gestopt met kloppen. 

En toch was er op 6 juni 2017 bij jouw geboorte opnieuw de schok dat je écht was overleden. 

Maar wat overheerste was het prachtige van jou ontmoeten en bewonderen hoe mooi je was. Je zag eruit alsof je klaar was om te leven. 

De geboorte, de kraamweek, het afscheid. Momenten van verwondering, van jou voor het eerst ontmoeten. Momenten van diep verdriet, rouw en ongeloof. 

De kraamweek is voorbij gevlogen. Het ging me te snel, want het was onze enige tijd samen. In ieder geval dat jij écht bij ons was. Jouw hele leven kwam voorbij in die week. Het begin en het einde. De tijd die we voor je konden zorgen, dat we naast je wiegje konden zitten en we je konden vasthouden. Het was heel anders dan verwacht en heel verdrietig en mooi tegelijk. Het was als een snelkookpan van gevoelens en emoties. 

Het definitieve afscheid aan het einde van de week door jou in je mandje te leggen en dit te sluiten, vond ik het allerheftigste van die periode. Het was definitief en het voelde voor mij alsof je opnieuw stierf. 

Op dat moment had ik het gevoel dat de kraamweek als vanzelf ging. Pas later realiseerde ik me dat het heel heftig en verwarrend was, en vond ik het niet te bevatten. Het zal wel bij rouw horen: de overlevingsstand en daarna laten indalen wat er écht is gebeurd. 

Was het maar voor altijd die week in juni 2017. Dan konden we voor altijd samen zijn en je zien en knuffelen. Stond de tijd soms maar wat langer stil. 

Nu, jaren later, had ik de tijd na juni 2017 ook niet willen missen, omdat het leven nog zoveel moois heeft gebracht.

Tijd heeft iets magisch. Hij gaat door en hij staat stil. Juni 2017 lijkt bevroren in tijd. Het is jaren geleden én het is nu, het is er altijd. Voor altijd juni 2017.

Lieve Arthur, vandaag is je jaardag, je zou nu zeven jaar zijn geworden. Ik koester je in mijn hart. Samen met jouw papa en broertje en zusje. Vandaag staan we extra bij je stil, we houden van je! 

lees meer...
Ivy's feest

Ivy's feest

Laat op de avond word ik teruggereden vanaf de OK naar mijn kamer. Ik voel me verdoofd en even twijfel ik of ik dood ben. 

Het is doodstil in de kamer waar ik binnengereden word. Mijn partner staat op me te wachten, samen met mijn ouders en schoonouders. Onze Ivy* ligt in een klein bedje, in een prachtig mandje met haar eigen kleine teddybeer. 

Veel van wat er deze dag is gebeurd kan ik me niet of nauwelijks herinneren, maar het gevoel dat ik kreeg toen ik haar zag liggen met haar beertje vergeet ik nooit meer: ik ben moeder, ik ben haar moeder. Ik ben nog nooit zo trots geweest.

Het is 31 mei 2018, de dag dat mijn leven voorgoed veranderde. Mijn beste vriendin was, na een kort bezoek, net weg uit het ziekenhuis. Ze nam kombucha en vegan chocolade mee, het ziekenhuis had nauwelijks vega opties, laat staan lekkere vegan dingen. Mijn partner ging voor het eerst in een aantal dagen even naar huis toe. “De situatie is stabiel,” zeiden de artsen. Kon hij even ontspannen, douchen in onze eigen douche en schone kleding voor ons beiden halen.

Haar hart stopte ermee

Binnen een uur nadat mijn bezoek het ziekenhuis had verlaten werd mijn partner met spoed weer naar het ziekenhuis gebeld. Ik voelde me al de hele dag niet helemaal lekker, maar de uitslagen waren continu goed. 

Tot dat moment, een infectie. Ik moest met spoed ingeleid worden, Ivy* in leven houden was geen optie meer, ze moest gehaald worden en ondanks dat ik toeleefde naar die 24-weken-grens, was 24 weken en 1 dag echt veel te klein om in leven te blijven. Een half uur voordat Ivy* ter wereld kwam, stopte haar hart ermee en was ze er niet meer. Ik werd met spoed naar de OK gereden omdat ik veel te veel bloed verloor.

Zes jaar later

Op de achterbank van de auto zit een jongetje van bijna 5. “Waarom zet je dit liedje uit mama, die is leuk!” – “Nou liefje, dit is een liedje dat ik veel luisterde toen Ivy er net niet meer was en dat maakt me soms verdrietig.” – “Ik ben ook verdrietig, want ik wil met Ivy spelen,” hoor ik vanaf de achterbank. Zit ik alsnog te janken, terwijl ik dat liedje precies om die reden oversloeg.

Niet enkel verdriet

Vandaag vieren we haar zesde jaardag en het is gek om te beseffen dat ze al 6 jaar niet bij ons is. Haar jaardag is geen verdrietige dag, het is echt een feestje, elk jaar weer. We doen moeite om er iets leuks van te maken. De ene keer gaan we uit eten, de andere keer gaan we een dagje weg, samen met Ivy’s* broertje en zusje en soms zijn we ook gewoon thuis en bakken we taart en halen we mooie ballonnen. Vaak geven we onze kindjes een kleinigheidje cadeau, het is tenslotte ons feestje.

Dit jaar gaf ik mezelf het mooiste cadeau: een herinneringspop. Zelf gemaakt, net zo groot als Ivy* was en ook met haar geboortegewicht. Het is iets wat ik al jaren wil maar mezelf nooit heb gegund en misschien vond ik het ook wel een beetje gek. Maar nu, nu heb ik mijn eigen Ivy* en is ze weer een beetje tastbaar.

 

lees meer...
Acht jaar zonder mijn prachtige Juliëtte

Acht jaar zonder mijn prachtige Juliëtte

Het is mijn dag niet. Het spookt al een week door mijn hoofd.

Het is bijna april. En april betekent: bijna mei. En mei betekent: weer alles herbeleven.

Ik wil het niet meer. Ik dacht dat het beter zou worden. Dat werd toch gezegd? Vijf jaar. Maximaal vijf jaar, dan wordt het beter. Ja, ánders, dat werd het wel. Het overlijden van Juliëtte is meer onderdeel van mijn identiteit geworden. Ik weet haar beter mee te nemen. Ik voel mij minder schuldig als ik leuke dingen doe, maar toch: zodra het weer april is en mei er weer aankomt... Ik lijk soms wel te bevriezen. Het lijkt wel of alles wat ik denk en doe op de een of andere manier verbonden moet zijn aan Juliëtte.

Ik ben vaak bang dat ik in mijn verdriet ben blijven hangen, of dat ik er niet op de juiste manier aandacht aan geef. Maar toch, door de lezingen die ik geef, door het werk dat ik doe, door de Sammies, wordt mijn leven zo enorm verrijkt. Ik heb veel fijne mensen ontmoet, heb mooie dingen uit Juliëttes naam gedaan, maar het lijkt nooit genoeg. Ik weet precies waardoor het nooit genoeg lijkt: ik wil het gewoon goed doen voor haar. Ik wil dat ze niet vergeten wordt, dat mensen haar kennen en naar haar vragen. Ik ben op mijn eigen manier trots op haar, net zoals ik trots ben op mijn andere kinderen.

Op haar jaardag wil ik haar vieren, omdat ze lief en welkom was. Zij heeft mij zoveel in dit leven gebracht en op haar sterfdag wil ik om haar rouwen. Rouwen, omdat ik haar nooit heb mogen leren kennen, nooit heb mogen weten wat haar lievelingseten, haar lievelingskleur, haar lievelingsknuffel en zoveel meer zou zijn geweest. Het doet pijn, zo ongelofelijk veel pijn dat ze er niet meer is.

Ik wil zo graag laten zien hoeveel ze voor mij betekent en hoeveel ze heeft betekend voor anderen, maar het blijft altijd stil. Zo ongelofelijk, oorverdovend stil.

Maar ook op deze 3 mei zal ik haar vieren, op deze 20 mei zal ik haar herdenken. Ik omlijst de dag met roze, ik omlijst de dag met haar liefde, omdat ze zo ongelofelijk veel voor mij betekent.

lees meer...
Moederdag

Moederdag

Terwijl ik nog in bed lig, hoor ik gerommel in de keuken. Eerst bij de pannenkast, dan hoor ik mijn man schreeuwen. Waarschijnlijk heb ik de pannen er weer eens allemaal zo in geduwd, terwijl ze beter netjes gestapeld hadden kunnen worden. 

Ik glimlach bij het horen van het vallen van de pannen in combinatie met het gemopper van Jan en ik besef dat hij probeert uit te pakken voor Moederdag. 

Het is 14 mei 2023. Nog maar twee weken geleden werd ik moeder van het mooiste meisje dat we ons konden wensen.

Maar ze leefde niet. 

Met al mijn moed verzameld loop ik naar beneden, waar ik zie dat mijn man de tafel heeft gedekt en een ontbijtje voor me heeft gemaakt. Hij staat daar weifelachtig, zich afvragend of dit wel gepast is vandaag. Het voelt prettig dat hij er toch aan gedacht heeft en ik besluit ook iets voor Vaderdag te doen.

Hij had me eerder deze week al gevraagd naar mijn verwachtingen voor Moederdag, maar het was nog te vers voor mij om daarover na te willen denken. We hebben tegen mijn moeder gezegd, dat we niet zouden langskomen.

Maar nu besluiten we toch naar de familie te gaan.

Mijn man vraagt zich af of ik het wel aankan, met mijn kleine neefje van bijna één jaar oud erbij. Ik geef aan dat ik het niet te confronterend vind en we gaan naar mijn ouders.

Niemand had op ons gerekend, dus we overvallen ze een beetje met onze komst. 

Tijdens de brunch zie ik mijn man gezellig kletsen met zijn kleine vriendin, mijn nichtje Suus. Het tafereel ontroert me en ik loop de kamer uit om mijn tranen te laten vloeien in de hal, zittend op de vloer, waar ik vroeger als kind ook zat als ik verdrietig was. 

Mijn ouders komen me troosten en als ik vraag of ze mijn man willen sturen, zie ik een stukje van mijn vaders hart breken. Het lijkt tot hem door te dringen dat dit iets is waarbij hij zijn kind niet kan troosten. 

Wanneer mijn man bij me komt zitten, voel ik een lichte opluchting. Ik val in zijn armen en besef dat het misschien toch te snel was om hier nu te zijn. Ik geef aan dat ik liever wegga. Ik wil bij haar zijn.

We nemen afscheid van de familie en rijden naar haar grafje, waar we een poosje zijn en een bloemetje neerleggen. 

We maken nog een rondje en omdat het heerlijk weer is eten we een ijsje op het terras.

We voelen ons beiden goed bij het idee om terug te gaan naar het huis

van mijn ouders. Daar is de meeste visite al weg, maar mijn oudste broer en zijn vrouw zijn er nog met de kinderen. 

Met een trilling in mijn stem vraag ik of ik mijn neefje even mag vasthouden. Terwijl hij zijn kleine lijfje tegen mij aandrukt, zitten we samen op de bank.

Ik koester het moment, terwijl tranen mijn ogen vullen en mijn hart zich opnieuw vult met liefde voor mijn neefje. Liefde waarvan ik bang was dat ik die niet meer zou durven voelen.

lees meer...