Het zonnetje schijnt en het is één van de eerste lentedagen. Er staan weer wat feestdagen voor de deur. Ik besluit om even langs de bloemist te lopen om een bloemetje te halen voor op het grafje van Lieke. Ik zoek iets uit en loop naar de kassa. Daar wordt de vraag gesteld: “Is het voor jezelf, of is het een cadeautje?”. Ik voel alle spieren in mijn lijf aanspannen en de adrenaline door m’n lijf stromen. Deze ene simpele vraag, die voor ieder ander makkelijk te beantwoorden valt, is voor mij een ontzettende trigger.
En zo gaat het zo vaak. De confrontatie zit in zoveel momenten. Het is bijna niet uit te leggen dat elke dag meerdere momenten heeft die confronterend zijn. Momenten die je terugbrengen naar het moment dat je afscheid moest nemen, die je laten voelen hoe erg je je kindje mist. Momenten die je willen laten schreeuwen. Dat een tv-programma waarin een liedje wordt gezongen je terugbrengt naar de begrafenisweek, omdat dat liedje ook een optie was voor de uitvaart. Dat een speeltuin vol kinderen je laat voelen dat het oneerlijk is dat jouw kindje daar niet tussen speelt. En dat je op een willekeurige zondag bij het graf van je kindje staat en dat het zo overweldigend voelt dat er zoveel mensen zijn die deze vorm van verdriet niet kennen. Dat je een reclamefolder opent en dat deze vol cadeautjes voor Vaderdag staat. Dat je in de tuin zit en één van de buurkinderen “mama” hoort roepen en dat je weet dat je dit nooit van jouw kindje zal horen.
Iedere dag heeft confrontatiemomenten. De éne dag lukt het beter om hier mee om te gaan dan de andere dag. Soms brengt het je volledig van je stuk en volgt een golf van emoties, en op een ander moment lukt het om met een glimlach aan je kindje te denken. En vaak probeer je dan ook nog rekening te houden met je omgeving.
Zo ook de dag bij de bloemist. “Is het voor jezelf, of is het een cadeautje?” Alles in mij wilde schreeuwen: het is voor op het graf van m’n dode kind! Maar ik slik mijn woorden in. Deze mevrouw heeft geen kwade bedoelingen en heeft geen idee van de emoties die deze simpele vraag oproept. En ach, laat ik maar niet haar dag verpesten. Dus ik antwoord: “beide niet, maar het hoeft niet ingepakt”.
