Fiene
Ik word wakker in Niels’ armen. Samen liggen we op het opklapbedje in de kamer waar ik helemaal niet wil zijn. Hier begon mijn nieuwe leven, hier beviel ik voor het eerst, hier werd ik voor het eerst mama. Ik sluit mijn ogen, in de hoop dat ik ze nooit meer open hoef te doen. Het verdriet, de onmacht, de pijn en het niet weten wat er allemaal nog gaat gebeuren maken mij zo onwijs angstig. Mijn ogen sluiten heeft geen zin, ik open ze nog eens en zie Fiene in haar ziekenhuisbedje liggen. Ik stap uit bed en kan alleen maar naar haar kijken. Haar huidje is nog blauwer en haar lippen zijn nog zwarter geworden. Mijn tranen vallen op haar gezichtje. Waarom? – vertel mij alsjeblieft waarom! Ik snap het niet. In mijn gedachten ging een ziekenhuisbevalling altijd gepaard met een levend kindje. Daar waren alle middelen en alle mensen om mij heen om voor mijn kindje en mij te zorgen als er iets mis zou gaan. 

Mama van een onzichtbare baby
Het is nog geen vijf uur nadat Niels Fiene dood in zijn armen kreeg. De artsen komen met ons napraten, al onze vragen beantwoorden. Daar ligt Fiene dan, net naast de artsen en ik wil maar één ding weten. Wanneer mag ik weer zwanger worden? De tranen stromen uit mijn ogen, ik tril, allemaal gedachten in mijn hoofd die zo tegenstrijdig zijn. Ik wil maar één ding: ik wil dat Fiene leeft. Ik heb er echt álles voor over. Ik weet dat het niet kan, ik weet dat het niet gaat gebeuren. Maar de hoop is groter dan de feiten die voor mij liggen. Mijn lijf klopt niet, mijn leven klopt niet. Ik krijg pillen om de melkproductie tegen te gaan, mijn hechtingen voel ik niet eens, mijn puddingbuik hoort niet bij mij en het is zo stil, zo ongelofelijk stil. Ik ben mama van een onzichtbare baby.

Samen rouwen
Ik kijk naar de artsen, ik zie hen, ik zie hun strijd tegen de tranen. Drie sterke vrouwen, waarschijnlijk alle drie mama. Hoe houden ze dit vol? Ze adviseren ons gebruik te maken van maatschappelijk werk. Nog voor ik nee kan zeggen heeft Niels al ja gezegd. Ik kijk hem met grote ogen aan. Hij moet gaan praten, leren praten, anders gaat hij kapot. De gesprekken zijn verhelderend en ik leer vooral om te accepteren dat Niels op een andere manier huilt en rouwt. Dat ik hem die ruimte ook moet gunnen en daarom soms letterlijk aan de andere kant van de bank moet gaan zitten. Die andere kant van de bank lijkt soms zo ver weg. Ik bijt op mijn lip en verbijt mijn tranen tot het mij niet meer lukt en vraag of ik heel even bij hem mag liggen. Even een knuffel, even praten tot ik weer de rust vind om hem zijn ruimte te gunnen die hij nodig heeft. Het is hard werken, keihard werken om hem zijn ruimte te geven en mijzelf niet voorbij te lopen. Het is geven en nemen, het is eerlijk zijn, samen praten, samen huilen, samen naar de supermarkt, samen lachen, samen knuffelen, samen sporten… om samen die weg te vinden. 

Fleur van Schalkwijk: 35 jaar, woont samen met Niels de Wilde en samen hebben zij vier kinderen. Fiene*(2011), tweeling Lif en Sef (2012) en Ferre (2017).