Zandkastelen bouwen, schelpen zoeken, in de golven springen en spetteren met water… We hebben een fijne zomervakantie aan de Zeeuwse kust. Ik kan uren kijken naar hoe onze kinderen spelen op de camping en op het strand. Ook geniet ik enorm van de fietstochtjes die we maken, waarbij we door de ogen van onze kinderen naar de wereld mogen kijken. Noa zit bij mij voorop op de fiets en maakt dierengeluiden wanneer we koeien, schapen of paarden zien in de wei. Raf zit achterop bij Johan en is helemaal verwonderd over de molen met ronddraaiende wieken waar we voorbij fietsen. Door onze kinderen leren we de kleine dingen weer waarderen. 

Ik fiets rond over de camping op een skelter met een kar erachter waar mijn kinderen in zitten. Noa zit als de koningin te zwaaien naar iedereen die we voorbij fietsen. We trekken bekijks en mensen moeten erom lachen. We fietsen langs een stel met hun twee hondjes. Ze vragen ons hoe oud mijn kinderen zijn en hoe ze heten. De vrouw vraagt vervolgens: “En dan straks nog nummer drie erbij?” 

Het was even geleden dat ik hier een opmerking over kreeg. Deze keer komt de vraag binnen, het doet iets met me. Ik weet dat het een onschuldige vraag is en dat het met de beste bedoelingen gezegd wordt. Toch kan ik het niet laten om te zeggen dat Noa ons derde kindje is en dat we ook nog een kindje in ons hart hebben.

En dan is het er ook weer: rouw. Eigenlijk is rouw net als de zee aanwezig in mijn leven. De ene periode rustig en kabbelend en dan ineens zijn er hoge en ruwe golven die je niet aan ziet komen. Zo’n fijne periode met mijn gezin laat me ook weer beseffen dat we iemand missen binnen dit plaatje. Er had nog een meisje mee moeten spelen op het strand en op de camping. Zij had degene kunnen zijn die met haar broertje en zusje over de camping reed met de skelter.

Ik leer met de tijd om te gaan met het verlies, maar één ding is zeker: het gemis zal nooit wennen.