Al zolang ik me kan herinneren, houd ik van de zomer. Zonder jas naar buiten, vogeltjes die fluiten, lange avonden buiten zitten en de zon op je snoet. Het licht, de warmte en de vrolijkheid van mensen om je heen. De bomen zijn groen, de bloemen in bloei, alsof het leven je toelacht. Terugkijkend op de afgelopen jaren lijkt er ook een soort naïviteit in te zitten. Alsof de zon alle problemen kan oplossen. Nu haalt de harde realiteit me soms in.

Als je je kind verliest, lijkt de zomer namelijk ineens een stuk minder vrolijk. Waar de zomer altijd vol warmte en vrolijkheid zit, is het nu juist een harde confrontatie met wat nooit gaat zijn. Kinderen die vrolijk buiten spelen, gezinnen die op vakantie gaan, dagjes weg, op het terras of samen naar het zwembad. De harde confrontatie met wat wij nooit zullen hebben. En de zon gaat echt wel weer schijnen, maar de warmte zal nooit meer hetzelfde voelen.

En juist in die confrontatie vind ik de verbinding met Lieke. Want ook als de zon schijnt, mis ik haar. En hoeveel warmte de zon ook geeft, het zal niet alles kunnen oplossen. Soms voel ik me vrolijker door de zon, en door de vlinders in de tuin voelt Lieke soms ook juist dichterbij. Maar soms vraag ik me ook af hoe de zon nog kan schijnen, hoe de wereld nog kan draaien, hoe mensen doorgaan met het leven alsof er niets veranderd is. Terwijl onze hele wereld is veranderd.

Aan het eind van de zomer komt vaak de grootste confrontatie. Dan komen de ‘terug naar school’-foto’s van de hele wereld voorbij. Of de ‘allereerste schooldag’-foto’s. En opnieuw word ik keihard geconfronteerd met dat wat we nooit zullen meemaken met Lieke. De vrolijke snoetjes van kinderen die een nieuwe levensfase tegemoet gaan, terwijl wij dat van ons eerste kindje nooit zullen zien.

En soms zit de grootste confrontatie in hoe andere mensen het voor lief lijken te nemen. Hoe vaders en moeders staan te klagen over hoelang de vakantie duurde, of hoeveel werk het is om alle spullen te kopen voor een nieuw schooljaar. En soms zou ik willen schreeuwen, dat ze dankbaar moeten zijn en dat ze géén idee hebben hoe verschrikkelijk het is om al het geklaag te horen als je eigen kind dood is.

Zomaar ineens gaan we ons dan langzaam voorbereiden op weer een nieuw seizoen, waarin de herfst zijn intrede gaat doen. Waarin we gezelligheid creëren in huis en met een kopje warme chocolademelk onder een dekentje op de bank zitten, terwijl de regen op de ruiten klettert. En ook dan mis ik haar, voel ik haar dichtbij en word ik geconfronteerd met het gemis. Maar dan zonder de zon op mijn snoet. Want elk seizoen zit vol gemis, ook al is de zomer voorbij.